maandag 7 juni 2010

Mensen onder elkaar.

Mijn plannetje om te gaan fietsen kon in eerste instantie niet doorgaan aangezien de fiets nog opgelapt moest worden. Ik zou dat varkentje wel eens wassen en begon vol enthousiasme de banden op te pompen. Na een paar minuten was mijn enthousiasme al wat gezakt en waren er al enkele kindjes opgedoken om geamuseerd toe te zien hoe ik zat te klungelen. Niet veel later had het aantal fans zich verdubbeld. Gedeeltelijk om niet alleen voor aap te staan betrok ik ze maar in mijn verregaande gesukkel. De kindjes drukten geregeld op de band om aan te geven of de band hard genoeg opgepompt was. Om één of andere reden kwam er maar geen lucht bij en moest ik me bijna dubbel plooien om de pomp te laten werken. De kindjes hadden dolle pret, elke keer als ze op de band drukten riep ik aie (nee), niet veel later stonden we met zijn allen vrolijk “aie” te roepen. Waarschijnlijk owv het aiegeroep werd het zaakje niet veel later door twee mannetjes van tien jaar overgenomen. Ingenieus begonnen ze plastiekjes rond de pomp te draaien zodat er geen lucht meer kon ontsnappen. Het bleef zwaar werk, de pomp was schijnbaar enkel en alleen bedoeld voor sterke Afrikaanse mannen en vrouwen, en niet voor blanke meisjes met krulletjes. De mannetjes plooiden zich suf over de pomp, toen ik wou overnemen mocht ik niet: dit was geen vrouwenwerk volgens hen. Ik bekeek de twee snotaapkes en zag dat ze vol goede bedoelingen zaten dus slikte ik voor één keer mijn woorden maar in en liet ze hun gangen gaan. Twee bonestaakjes die met al hun macht de fiets voor me zouden maken: eigenlijk zelfs lief. Aangezien het mij toch niet lukte vond ik dat zij wel een kans verdienden om het te proberen. Na een hele tijd waren de banden dan toch opgepompt. De volgende dag zou ik een fietstochtje kunnen maken, met speciale dank aan mijn machokereltjes, die ik de volgende keer dan wel eens zal trakteren op een feministische speech, als het me beter uitkomt,hihi.


Met de gedachte dat mijn banden goed opgepompt waren sprong ik vol goede moed op mijn fiets. Mijn plan om heel het eiland rond te fietsen werd niet veel later al aangepast naar: een testritje doen. De banden stonden toch nog heel plat, er waren nergens verharde wegen en de fiets was niet echt gemaakt om mee door het zand te wroeten. Het was dus harde labeur. Zwetend als een paard, kei hard trappend om geen millimeter vooruit te geraken fietste ik over het eiland. Toch genoot ik er van en riep uit volle borst op alle passanten een goede dag. Uiteindelijk (na een aantal keren bijna voorbij gestoken te zijn door voetgangers) bereikte ik een verlaten stukje strand. Zelf volledig onder het vuil van het hoge gras en de maïs waar ik mijn fiets nog had doorgesleurd om zeker te zijn van een goede plek aan het Malawimeer zette ik me neer om te genieten van het mooie zicht. Net toen ik een boekje nam verschenen er enkele kindjes met hun mama. Ze kwamen mijn richting uit en niet veel later nestelden ze zich als oude kennissen tegen me aan. Indien het de eerste keer zou zijn dat ik in Afrika was zou ik misschien schrikken maar nu besloot ik om het maar over mij heen te laten komen. Het gezinnetje had mijn humo overgenomen (uit mijn handen gesleurd) om er met volle aandacht in te kijken. In beperkt chechewa gaf ik wat uitleg terwijl ik het tafereeltje bekeek. Er kwamen meer en meer mensen opdagen om te zien wat er gebeurde. Ik praatte wat met hen en nadat ik mijn boekje terug had gekregen las ik het liggend in het zand verder terwijl de mensen rondom mij bespraken wat ze van me vonden.


In Afrika ben je nooit alleen als je dit niet wilt. Er zijn zo goed als geen blanken op dit eiland. Als je dan voortdurend over het eiland wandelt, fiets, loopt wordt je van alle kanten bekeken en aangesproken. Het geeft mij een dubbel gevoel. Enerzijds vind ik het soms iets te intens om overal waar ik kom bekeken en besproken te worden. Je kan nooit verdwijnen in de massa. Anderzijds kom ik heel wat warme, hartelijke mensen tegen waarbij ik zelfs durf vergeten dat ik niet op het eiland woon en hele conversaties mee “probeer te doen”. Zo heb ik al wat chechewa bijgeleerd, de visvangst van een aantal jongetjes mee mogen keuren, mee gaan supporteren voor de plaatselijke voetbalploeg, hebben de mensen me al shortcuts getoond (waarbij er wel serieus klimwerk moet verricht worden), en wordt ik geregeld betrokken in de conversaties van de eilandbewoners …

Ik merk dat ik veel gemakkelijker wordt aangesproken aangezien ik vaak alleen op pad ben. Op de ogenblikken dat het me allemaal wat te intens wordt en er vanuit alle hoeken “azungu” wordt geroepen besef ik dat ik mezelf weer beter leer kennen aangezien ik merk dat de nood om alleen te kunnen zijn toch nog kan opduiken ondanks het feit dat ik er voor de volle honderd procent voor kies om hier te zijn. Ik heb de voorbije weken al heel vaak aan de impact van “als vreemdeling ergens wonen” moeten denken. Ondanks het feit dat ik vind dat iedereen gelijkwaardig is en verschillen niet zo belangrijk zijn merk ik dat het in de praktijk toch niet zo eenvoudig is. Hoe je het ook draait of keert: ik ben blank, kom uit een andere cultuur, met andere gewoonten. Dan mag ik nog zo vol zijn van gelijkheid, er zijn verschillen (zelfs als je alleen naar het fysieke kijkt). Verschillen zijn zeker niet slecht en kunnen heel leerrijk zijn maar kunnen soms een hindernis vormen. Zo zijn er bijvoorbeeld een aantal jonge vrouwen die niet echt vriendelijk zijn en me zelfs vijandig bejegenen. Op het eiland leven dubbel zo veel vrouwen als mannen. Er zijn heel wat jonge mannen gestorven aan aids. Als er een blanke vrouw op het eiland komt vormt dit een bedreiging. Ik vermoed dat vele mannen hen zien als een ticket naar een beter leven, waardoor ze hun best doen om op een goed blaadje te komen. Er komen niet zoveel Westerse vrouwen op het eiland waardoor je gegeerder wordt dan je eigenlijk bent (wat niet wilt zeggen dat ik natuursgewijs ni begeerlijk ben hé mannekens). Ik kan de houding van de lokale bevolking begrijpen maar echt aangenaam is het niet altijd. Soms moet ik me in bochten wringen om toch maar geen verkeerde indruk te geven. Ik moet als het ware mijn natuurlijke vriendelijkheid wat afremmen om geen verkeerde ideeën in de wereld te sturen. Ondertussen heb ik al een halve trouwboek verzonnen om de mannen uit mijn buurt te houden en de vrouwen te vriend te houden. Door in het dorp te leven wordt je tevens geconfronteerd met wat er echt gebeurt. De muren van de huizen zijn flinterdun en spijtig genoeg heb ik blijkbaar een speciaal zintuig ontwikkelt om de moeilijkheden van anderen sneller te horen/zien dan de gemiddelde persoon. Wanneer ik ’s nachts wakker wordt van gehuil dat door merg en been gaat moet ik toch even slikken. Ik weet al lang dat er achter de muren van de huizen van alles gebeurt dat niet altijd koosjer is. Dit weten of echt van kort bij ervaren is toch een verschil. Je kan er heel weinig tegen beginnen. De Afrikaanse gezinscultuur lijkt in mijn ogen sterk op die van bij ons vroeger. Vrouwen en kinderen zijn ondergeschikt aan hun man. Daar waar de pedagogische tik bij ons praktisch verboden is wordt het hier nog getolereerd om aan de hand van fysiek geweld je ongenoegen duidelijk te maken. Deze cultuur kan je niet op één dag veranderen dus er zit voor mij niets anders op dan er op het ogenblik mee proberen om te gaan en de kindjes in de scholen en op straat aan te spreken (zeg gerust: is goe de mouw uit te vegen) als ik zie dat ze geweld gebruiken. Het is per slot van rekening de nieuwe generatie, de toekomst van morgen.

Door dagdagelijks van ’s morgens tot ‘s avonds tussen de mensen te zitten merk ik pas hoeveel impact dit kan hebben. Ik besef wel degelijk dat het leven voor de mensen hier veel moeilijker is als het cultuurverschil voor mij is. Omstandigheden maken dat mensen zich op een bepaalde manier gaan gedragen. Het mes snijdt dan ook aan twee kanten want buiten het feit dat ik soms eens een paar seconden wil gillen en een momentje voor mezelf wil zonder dat er azungu wordt geroepen of gevraagd wordt hoe het met mij gaat heb ik hier ook al heel wat mooie zaken meegemaakt, die minstens zo intens zijn. Ik kom in contact met zeer veel oprecht vriendelijke mensen waardoor ik me het meeste van de tijd als een vis in het water voel. Ik ben heel tevreden dat ik er voor heb gekozen om naar Likoma te komen, ik leer mezelf beter en beter kennen en deze ervaring is in mijn ogen goud waard. Bij ons is het ook niet altijd rozegeur en maneschijn hé. Wanneer ik de kindjes een vuurtje zie stoken en er als zottekes rond zie dansen ben ik direct terug in mijn element.

Ik kijk al uit naar het einde van de vakantie zodat we in de scholen aan de slag kunnen gaan. Onderwijs is de sleutel tot verbetering/kennis dus op een onrechtstreekse manier kan ik toch bijdragen aan veranderingen.


Aangezien project Malawi(http://www.projectmalawi.be)tevens werkt met financiële adopties zijn we gestart met de voorbereiding van de knutselwerkjes die we de kindjes willen laten maken voor de betrokkenen. Op deze manier ontvangen de mensen in België iets van het kind dat ze financieel steunen. Het project wil dit toch één maal per jaar verwezenlijken.


Verder heeft John, de lokale coördinator een brief geschreven voor de mensen in België om te laten weten hoe hij de steun van project Malawi ervaart op Likoma Island. In zijn brief geeft hij op een bepaald moment aan dat hij weet dat het voor mensen uit ons land niet gemakkelijk is om naar Likoma te komen aangezien het leven er niet goed is. Hij vraagt dan ook met aandrang om de werken toch voort te zetten. Toen ik dit las (aangezien ik de brief op de computer zou zetten) kreeg ik een krop in mijn keel. De mensen hebben echt het idee dat het leven voor ons hier bikkelhard is: het is anders, dat moet ik toegeven. Er zijn enkele punten waar ik het soms moeilijk mee heb zoals jullie kunnen lezen, maar daarnaast zijn er ook veel positieve zaken. John is niet de eerste waar ik bij merk dat hij denkt dat wij, Europeanen, alles beter weten, beter hebben. Het wordt tijd dat ze hier eens beseffen dat wij ook van hen kunnen leren. Aangezien de mensen niet uit hun land, dorp geraken owv verschillende redenen gaan ze verder op de indrukken en beelden die ze krijgen van Europeanen vanuit toerisme, televisie, boekjes,... Ze zien dat we over allerlei materiële zaken beschikken waar zij nog niet aan kunnen denken. Aangezien ze in zo een grote armoede leven vind ik het ergens logisch dat ze geluk en kennis over “hoe het moet” hier aan linken en denken dat wij in het walhalla leven. Spijtig genoeg maakt dit ook dat ze denken dat zij niet veel te bieden hebben aan ons terwijl ik vind dat er hier zeker kwaliteiten zijn waar wij nog iets van kunnen leren. Een soort uitwisseling zou iedereen ten goede komen denk ik. Allé, zoals ge kunt zien is mijn missie hier nog lang ni gedaan, naast mijn feministische speeches begin ik nu ook met een cursus zelfvertrouwen, ken je kwaliteiten en ahoe aan het materialisme (terwijl ik ondertussen alle geweldenaars aan de krokodillen voer). Hopelijk smijten ze me hier niet van dat eiland owv muiterij want mijn zwemtechniek staat nog niet helemaal op punt en verdrinken is toch ni zo plezierig naar het schijnt.


Indien ik niet van het eiland word gesmeten tot de volgende keer!

Veerle



Enkele weetjes:


De hysterische hond wordt ‘s nachts bijgestaan door een hysterische kat en enkele vriendjes, zijn ze hier niet iets te sociaal?
In Josée hare t-shirt was het “full of shit” nadat er enkele vogels passeerden. Goe voor nog een halfuur napret (van mijnentwegen).
De voetballers van Likoma Island zijn steracteurs inzake vallen en kwetsuren veinzen, hilarisch om te zien.
Mattia (de nachtwaker) gaat van mij een hysterische hond en kat cadeau krijgen om mee naar huis te nemen en daar te houden, haha!
Het afkicken van chocola begint extreme vormen aan te nemen. Toen Mattia in mijn richting kwam gewandeld moest ik aan een grote M&M denken en kon ik me nog net bedwingen om niet in zijn arm te bijten. Ik vermoed dat hulp aangewezen is (zowel voor mij, als voor Mattia nadat hij gebeten is). Ook andere voorbijgangers worden gecatalogiseerd onder de ene of andere chocolat. Het loopt hier letterlijk vol met “lekker” volk.
In het kapperszaakje wordt er door de wachtenden volop gedanst. Ik ben grote voorstander om dit ook bij ons in te voeren.
Als één van je kostbare vissen door een hond wordt gegrepen, is het best om de vis uit de mond van de hond te sleuren en terug bij de stapel visjes voor verkoop te leggen. Ni flauw doen en opeten!
Als de kindjes een vuur maken zit er voor mij niks anders op dan van op een afstand te roepen dat ze de hond in het vuur moeten smijten en dit te blijven roepen tot iemand het doet. Galo,galo,galo!!! (chechewa voor hond,hond,hond!) Als ik hem te pakken krijg zal ik hem persoonlijk aan de kindjes overhandigen, tot zover mijn leven als vegetarische dierenvriend!

woensdag 2 juni 2010

Op naar Likoma Island!

Omstreeks half acht stonden Mieke en ik gepakt en gezakt klaar om richting Llilongwe te rijden. We vertrokken op een Afrikaans muziekje om in de stemming te raken en reden richting Dimitri (een Belg die in Malawi werkt) waar we konden overnachten voor we verder zouden gaan naar Chipoka. Nadat we op schandalige wijze ons te goed deden aan Dimitri zijn goed gevulde ijskast besloten we dat het tijd was om te gaan slapen. In bed bedachten we dat we nogal gasten zijn: aankomen, al Dimitri zijn eten op eten en dan doodleuk in ons bed kruipen om daar nog een uur hardop te lachen met van alles en nog wat. Een aantal dagen voordien had een Malawees nog aan mij gevraagd: What are you: an african? En geloof me, het was niet bedoeld als een compliment. Blijkbaar was ik iets te relaxed, hing ik wat te veel rond om met de mensen een praatje te doen en kwam ik altijd te laat. Deze Malawees vond dat hij de verantwoordelijkheid op zich moest nemen om mijn wangedrag recht te zetten en zei me daarom: “I shall learn you how to be a white person” Ik vond dit natuurlijk een gigantische grap, als blanke er in slagen om een Afrikaan uit zijn relaxte houding te krijgen door zelf nog Afrikaanser te zijn dan hem. Na ons “weliswaar minieme” wangedrag bij Dimitri bedacht ik dat ik misschien toch echt te Afrikaans word.
De volgende dag pakten we minibusjes richting chipoka, waar we de Ilala konden nemen. Ik was dolgelukkig dat ik terug in zo een busje kon stappen: te veel mensen, bagage in een busje dat half uiteen valt en ik die er mag tussen gaan zitten: geweldig, Afrika op zijn best. Wanneer we uit het busje stappen is het snikheet, maar aangezien ik van onze sympatieke busjesbuurman heb begrepen dat we onderhalve tot twee minuten moeten stappen tot aan de aanlegplaats van de boot bedenk ik dat we geen fietstaxi nodig hebben en wel even met onze zakken tot daar kunnen wandelen. Spijtig genoeg had ik het verkeerd verstaan en ging het over kilometers. Ik had eigenlijk al iets moeten vermoeden toen ik de jongens van de fietstaxi vol ongeloof naar mij en mijn zak zag kijken die bijna zo groot was als ik. Natuurlijk moest de fietstaxi op feministische wijze afgewezen worden en in vol ornaat getoond worden dat ik mijn mannetje kon staan. Mieke, die (in tegenstelling tot mij) wel had begrepen dat het over kilometers ging, liet mij rustig mijn gangetje gaan waardoor ik gedoemd was om het hele stuk als “ne pakezel die op sterven na dood was” te overbruggen. Ze vroeg me na honderd meter of ik toch geen fiets wou pakken maar het kwaad was al geschied. Deze feminist zou haar eigen niet laten kennen hé. Alles deed zeer, mijn schouder lag open, maar toegeven dat ik het niet kon was het laatste dat ik zou doen! Mieke had haar twee kleine zakjes bij, het leek allemaal zo erg niet, maar toen ik haar (na een hele tijd) van op een afstandje bekeek, zag ik voor de eerste keer sinds ik haar ken dat haar elegante loopje ver zoek was. Toen ik dit besefte lach ik krom van het lachen. Ik had haar meegetrokken in mijn “geweldig strakke feministische” plan. Ze liep daar te zweten en met zakjes te sleuren. Iets later viel ze bijna over een steentje wat maakte dat ik nog harder moest lachen. Ik vond dat het gepermitteerd was om ondanks het leeftijdsverschil er plezier in te hebben aangezien dat ik zelf bijna niet meer te zien was achter mijn gigantische zak, doornat was van het zweet, het leek of mijn schouder voor de rest van mijn leven zou ontwricht zijn en Mieke al eens op ludieke wijze had vermeld dat ik haar had meegesleurd in mijn plannetje. Plots begreep ik waarom de mensen met ons moesten lachen, twee pakezels naast elkaar. Het feminisme vraagt toch iets van een mens, het is niet voor iedereen weggelegd en al zeker niet voor watjes. Ondanks de foltering die ik ons had aangedaan konden we ons niet veel later neerzetten (beter te verstaan als: gelijk ne zak patatten tussen onze bagage gaan liggen) om op de Ilala te wachten.
De Ilala zag er nog redelijk uit: een echt schip uit de koloniaalse tijd. Ik had een plaats op het opperdek en Mieke een kajuitje (haar ook nog eens op het dek in de kou naast me laten liggen zou onze band niet ten goede komen na het pakezelgebeuren). We ontmoetten José en Nathalie op het schip. Zij zouden ook op het opperdek slapen. (José managed de schooltjes op Likoma Island waar ik vrijwilligerswerk ga doen en Nathalie is een vriendin van haar.) We huurden een matrasje voor driehonderd kwatcha (onderhalve euro), bestelden eten voor ’s avonds en genoten van de vaart. Net toen ik aan het bedenken was hoe graag ik toch op zo een boot vertoefde en misschien maar de ambitie moest koesteren om kapitein te worden op een groot schip galoppeerde er een muis over het dek waar ik op zou moeten slapen. Mij ambitieuze droom was dan ook snel voorbij. Deze godverdomse muis had schijnbaar het startsein gegeven aan haar soortgenoten want plots zag ik er verschillende lopen. Hoe zou ik ze kunnen verwijderen? Het schip moest in brand gestoken worden om zeker te zijn van eliminatie. Maar ja, ik zat er nog op en we vertoefden in open water. Er was geen weg meer terug en mee ten onder gaan met die knaagdieren was ook niet mijn ultieme droom. Ik kon enkel nog maar bedenken dat ik me zat zou moeten drinken om het bestaan van het knaagdier te kunnen relativeren. Aangezien José me voor de eerste keer zag en ik mezelf ken als ik gedronken heb had ik toch nog het verstand om te bedenken dat ik dronken misschien niet zo een goede indruk zou maken. Dit plan kon ook niet uitgevoerd worden. Overboord springen dan maar? Ik kon me al voorstellen dat ik deze actie gracieus zou uitvoeren, zou wegzwemmen en dan zou merken dat de ratten ook een schoolslagske mee deden enkel en alleen om me te vergezellen. Zo ver zouden ze me niet krijgen: het ongedierte! Ik grabbelde al mijn moed bijeen en besloot om mezelf in de “veilige” ontkenningsfase te zetten (lang leve de kennis van psychologie). Om in dit opzet te slagen mocht ik niet meer rondkijken dus kroop ik maar in mijn slaapzakje. Een echt geruste nacht was het toch niet meer. De volgende ochtend zat ik dan nog eens helemaal onder het roet. Ik keek naar José en die had ook een vlaag roet gehad, laat ons zeggen: nen halve camion. Voor mij reden genoeg om de grap van het gebeuren in te zien: hoe ver kan een mens gaan kwestie integratie. Eerst een berisping krijgen van een Malawees omdat ik te Afrikaans word volgens hem en een paar dagen later als een zwarte over het schip schrijden. Benieuwd wat hij hier over zou zeggen, waarschijnlijk zou ik worden teruggestuurd naar België om te “ontafrikanen”.
In al mijn zwartheid besloot ik om tot aan Miekes kajuit te wandelen. Die lag als een dronken madammetje op haar bed aangezien het water nogal woelig was. Ik kan enkel zeggen dat we er op zijn minst gezegd beiden verkreukeld uitzagen. Tactvol als we kunnen zijn moest dit langs weerskanten vermeld worden. Onze verkreukeldheid was een vaststaand feit, we besloten dat relaxedheid de boodschap was. Voor de zoveelste keer zaten we met onze voetjes omhoog in de verte te staren om er af en toe een filosofisch en iets minder filosofisch woordje tussen te smijten. Op het einde van de tocht hadden we nog het plezier om kennis te mogen maken met zijne koninklijke zatheid die een demonstratie uitvoerde van coole handdrukken. Hij werd van ons, weerloze vrouwtjes, weggeplukt door een verantwoorde vriend (ik zou er bij deze ook graag eentje bestellen). Niet veel later werden we aan de boot opgepikt door de medewerkers van José. Zij waren in een klein bootje tot aan de Ilala gevaren. Ons avontuur op Likoma Island kon beginnen.
Likoma Island
Na een korte vaart zetten we voet aan wal. Terug met onze bagage in de hand wandelden we naar Josées huisje. Gelukkig was het nu maar een klein afstandje want als ik mijn zak nog eens als een muilezel half het eiland moest rondslepen zou mijn andere schouder ook uit de kom geraken. Na een honderdtal metertjes door het zand te wroeten zagen we een gezellig huisje in het midden van het lokale dorpje. Ik zou de volgende weken echt tussen de mensen verblijven, holé. Normaal wou ik na Likoma Island enkele dagen in Sitima verblijven zodat ik het leven tussen de mensen kon ervaren op elk moment van de dag/nacht, dat was dan bij deze wat vervroegd. Mattia en Joyce stonden ons op te wachten, de nachtwaker en housekeeper van José. Mattia is een klein, oud gespierd mannetje met macho-allures en guitige oogjes. Joyce is een ouder vrouwtje met een warme lach, dezelfde guitige oogjes als Mattia en een grote fan van het uitdelen van knuffels. Je kunt het al raden, ik was meteen verkocht.
De volgende dag gingen Mieke en ik op pad om het eiland te verkennen. De onderliggende sfeer verschilde toch wel heel sterk met de sfeer in Zomba, Sitima. De mensen leven hier in armoede maar het lijkt mij dat het nog binnen leefbare grenzen is. Honderd jaar geleden waren er reeds missionarissen op het eiland. Vele mensen spreken een woordje Engels, er is een netbalploeg (vrouwen), een voetbalploeg, een ziekenhuis, een rechtbank en er zijn al verschillende scholen gebouwd. Toch is het eiland is maar acht op drie kilometer groot en leven er veel minder mensen als op het vasteland. De mensen leven van de visvangst en je merkt dat ze er beter voor staan als de mensen in Zomba en Sitima. In Zomba voel je meer de grimmige sfeer onder de oppervlakte. Ik vermoed dat dit komt omdat de mensen zo arm zijn en dagdagelijks op het randje van hun bestaan leven. Je zou voor minder een beetje grimmig worden. Ik zou alleszins het begrip grimmigheid eer aandoen indien ik voortdurend honger had en een manier moest zoeken om aan eten te komen. Ik zal maar onmiddellijk toegeven dat ik de koninklijke hoogheid der grimmigheid zou zijn. Natuurlijk is het op Likoma island ook niet allemaal rozegeur en maneschijn. Er heerst geweldig veel aids op het eiland en indien je nog niets anders hebt gezien zal je ook hier schrikken van de armoede, de voorzieningen zijn zeker niet te vergelijken met die van ons. Ik vermoed dat ik al iets te gewend ben aan de schrijnende armoede om nog te schrikken en zelfs optimistisch kijk naar de “rijkdom” hier. Ik merk nog maar eens hoe een mens zijn beeld van een land kan bepaald worden door de plaats die hij bezoekt en de zaken die hij al heeft ervaren.
Om het eiland goed te kunnen verkennen vroegen we op aan José en Nathalie waar we het beste naar toe konden wandelen. Ondanks hun vakkundige uitleg slaagden we er toch nog in om een serieuze omweg te nemen voor we aan de mango drift kwamen, een backpackersplace waar je goede pizza’s kon eten. We zouden de menu al gaan verkennen aangezien we (en vooral ik) wilden vermijden dat ik op het eiland om zou komen van de honger en indien de nood het hoogst was toch een plaatsje zou vinden waar ik kon eten. Op Likoma kan je zeer weinig voedingswaren verkrijgen, nog minder als in Zomba. Ik vind het echter genoeg, het helpt me om te beseffen hoe blij ik mag zijn met de ruime keuze die wij hebben. Binnen enkele weken weet ik perfect wat er allemaal kan gemaakt worden van een tomaat en een ajuin want daar komt het qua groenten zo wat op neer. Nadat we een pizza ( van tomaat en ajuin) en een biertje hadden gedeeld in mango drift besloten we om verder de gaan naar de Kaya Mawa (een luxe resort). Toen we de weg vroegen aan de barman vroeg hij of we er wilden gaan eten. Ik zei hem met een welgemeende goedlachse nonchalance dat we er gewoon wilden rondwandelen en zeker niks betalen aan die dure tent. Bleek toch wel dat de Kaya Mawa het betere broertje was van de mango drift zekers. Ik had voor de zoveelste keer even spijt van mijn openhartige uitspraak, maar zag de grap er van in. De barman zei ons dat er niemand in de Kaya Mawa binnen mocht aangezien het privéterrein was. Dat was spek naar onze bek: een uitdaging. Tijdens het wandelen verzonnen we listige plannen om er binnen te raken. Na al die maanden kreeg ik van Mieke te horen dat de status van vrijwilliger zeker niet gebruikt kon worden om binnen te raken in iets chique. Moest ik beledigd zijn? Op de lange duur stelde zelfs voor om haar marginaal rugzakje te dragen zodat zij de chique madam kon spelen om ons plan uit te voeren. Omdat ik niet wou meegaan in deze verregaande onbeschoftheid (van Mieke weliswaar) verzonnen we een ander plan: er zou een bruiloft aan komen die wij moesten regelen. Eenmaal aan de Kaya Mawa wandelden we echter doodleuk naar binnen, niemand die ons tegenhield, niemand die we konden wijsmaken dat we een bruiloftje kwamen plannen, weg was de uitdaging. Ik zou zelfs mijn ontsnappingstechnieken niet meer kunnen tentoonstellen moest het nodig geweest zijn: de platte geiten. We zetten ons aan de bar en dronken een drankje. Niet veel later kwam de manager ons vragen of we wel gasten waren van de Kaya Mawa. Olé, we zouden dan misschien toch het geluk mogen ervaren dat we er uit geschopt zouden worden. De manager zag spijtig genoeg dat er niet veel meer te doen was aan onze aanwezigheid. Aangezien er geen andere gasten waren liet hij ons verder maar doen. We mochten mee rijden in zijn safari-jeep omdat hij naar het vliegveldje reed (volgens mij om er zeker van te zijn dat het terrein nozemvrij werd gemaakt, maar we hadden het toch maar gehad). Nadat we de nummers te pakken hadden om Miekes terugreis (met een vliegtuigje) te plannen wandelden we naar José ‘s huisje. We sloten met vieren de avond af.
De volgende dag zouden we de scholen en het ziekenhuis gaan bezoeken zodat Mieke een idee had van de projecten hier. Aangezien het op het ogenblik vakantie is waren de scholen gesloten en zouden we ze enkel vluchtig kunnen bekijken. Toen we bij de eerste school aankwamen waren er vrijwilligers en een juffrouw aanwezig. Natuurlijk konden we niet vertrekken zonder kennis te maken met de directeur. Deze werd opgebeld, hij zou komen. Voor ons was dit niet nodig, maar de gastvrijheid van Malawezen kent soms geen grenzen waardoor we niet anders konden dan wachten. Een kwartiertje later stond de directeur voor onze neus. Hij gaf een uitleg en beantwoordde onze vragen. De gekende warmte van de mensen in Malawi was duidelijk aanwezig, tof om dit op een andere plaats te mogen ervaren. Nadat we de nodige tijd hadden gespendeerd wandelden we verder op zoek naar de tweede school. Drie kwartier later hadden we ze gevonden dachten we, maar nee, we waren terug aan dezelfde school en besloten om snel te vluchten voor de hele bende terug opgeroepen zou worden. De mensen hadden per slot van rekening vakantie.
Na het middageten waagden we ons aan een nieuwe poging. We vonden de school en zagen dat er iemand aanwezig was. Beleefdheidshalve vonden we dat we ons eerst konden moesten voorstellen. Daarom wandelden we een gebouw binnen, begaven ons naar een man, gaven hem een hand en begonnen in vol enthousiasme te vertellen wat we kwamen doen. De man keek vol onbegrip. We hadden al tweemaal José ‘s naam vermeld en nog leek het of hij het in Keulen hoorde donderen. Toch maar eens vragen waar we waren. Bleek dat we in een overheidsgebouw waren terecht gekomen en we te maken hadden met een ambtenaar die zich al die tijd stond af te vragen waarom die twee blanke vrouwen in zijn gebouw waren binnengedrongen en eentje wou komen helpen als vrijwilliger. Ik kon mijn lachen bijna niet inhouden maar stelde het gelukkig uit tot we buiten waren. De verwarde man kon weer verder met zijn leven zonder bizarre vrouwen, waarschijnlijk een pak van zijn hart.
Het schoolgebouw stond naast het overheidsgebouw. Na het bezichtigd te hebben liepen we verder naar het ziekenhuis. Hier mochten we gewoon mee binnen. De hoofdverpleegster liet ons alles zien, zelfs de patiënten die er verbleven. Ik kan me niet voorstellen dat dit bij ons zou kunnen. In de kinderafdeling gingen we van bed tot bed en vertelde de verpleegster bij elk kind aan welke ziekte het leed terwijl de moeders naast het bed zaten. Ik voelde me wat onwennig, was dit wel respectvol? Al die kindjes die aan malaria leden, waarschijnlijk ook enkele aids-slachtoffertjes, de moeders die met een gezicht vol leed naast het bed zaten en wij die als blanke luxepaardjes op bezoek kwamen. Ik voelde me er niet helemaal goed bij maar was wel blij dat ik de kans kreeg om te ervaren hoe het er aan toe ging.
Op de vrouwenafdeling lagen de patiënten alleen in hun bed. Op de mannenafdeling daarentegen lag maar één persoon. Deze was omringd door zes vrouwen die voor hem zorgden. Ik voelde de woede in me opkomen. Hoe was het mogelijk? Vrouwen die al zo hard werkten en moesten luisteren naar hun man werden als ze ziek waren gewoon aan hun lot overgelaten. Ik had zin om al de Afrikaanse mannen eens een goede stamp onder hun machokont te geven, te beginnen bij de man in het ziekenhuis (maar een zieke stampen komt blijkbaar niet zo goed over). In het ziekenhuis is het namelijk zo dat er enkel basiszorg wordt gegeven voor al de rest (eten, extra zorg, …) moet de familie zorgen. De ziekenhuizen lijken in de verste verte niet op die van ons. Als we aan de vrouwen vragen of er geen mannen kunnen komen om voor hen te zorgen geven ze doodleuk aan dat dit niet bij hun cultuur hoort en dat vrouwen voor de man moeten zorgen en naar hem luisteren. Jullie kunnen je wel voorstellen dat ik de laatste dagen al een aantal mannen heb aangesproken over het verschil in cultuur en gevraagd heb hoe zij er naar keken. Om hen vervolgens op heel onschuldige wijze te doen geloven dat ik van niets weet en daarom van alle vragen stel en te zeggen dat man en vrouw toch gelijk zijn. Op het einde laat ik dan nog eens vallen dat ze zich gelukkig mogen prijzen met hun hardwerkende vrouwen. Je weet maar nooit dat het toch aanzet tot denken. Er zal nog een hele weg moeten afgelegd worden op gebied van emancipatie, dat is duidelijk. Ik zou niet graag in de schoenen van deze vrouwen staan en heb al verschillende actieplannen bedacht om ten strijde te trekken tegen deze onrechtvaardigheid. Maar ik zal me nog maar wat inhouden, Rome werd ook niet op één dag gebouwd hé en een pakske slaag aan mijn adres is rap uitgedeeld. Ik zal mijn temperament maar wat bedwingen tot de tijd rijp is om de schooiers bij hun nekvel te pakken (hoe rapper, hoe beter zou ik zo denken).
Aangezien het nu vakantie is kan ik weinig in de scholen doen en help ik José wat met de andere zaken die geregeld moeten worden. We zijn gestart met de organisatie van een winterfeest voor de drie scholen. De kindjes krijgen op het einde van het feest allemaal een deken mee zodat het gezin van de warmte kan genieten gedurende de wintermaanden (wat hier nog steeds dertig graden wil zeggen, maar ’s avonds koelt het wel af). Verder zijn er administratieve taken, zaken die gecontroleerd moeten worden en komen de kinderen en moeders geregeld aankloppen met een vraag om hulp. Zo zijn er toch al een paar schrijnende gevallen gepasseerd.
Op het eiland beginnen ze me wat te kennen. Ik ben al een aantal keren midden in een dorpje opgedoken omdat ik dacht de weg te weten en dan maar verder blijf klimmen langs de paadjes tot ik helemaal verloren ben. Een blanke op het eiland is al een zeldzaamheid, als deze dan ook nog eens opduikt in een dorpje waar niemand komt buiten de bewoners val je zeker op. Op zulke momenten haal ik mijn beste chechewa boven om dan (volgens mij) in alle coolheid verder te kunnen wandelen. Nadien moet ik dan horen dat ik met termen smijt die enkel puberjongens onder elkaar gebruiken, wat dan weer voor grote hilariteit zorgt bij de werknemers van José en de mensen die er rond zitten. Straks zal ik de fiets eens uittesten zodat ik over het eiland kan scheuren (te verstaan als: vloeken op de rotsen en vallen in het zand) om de emancipatie in elk uithoekje dat ik maar kan vinden op gang te brengen en bij te veel tumult katrap kan wegfietsen (te verstaan als: de bedoeling hebben om op mijn fiets te springen en bij mijn kalleeke gepakt worden voor vertrek mogelijk is). Tot de volgende keer, dan ben ik er weer, met meer!
Veerle De Boosere
Enkele weetjes:
• every problem has an expiring date!
• Ook honden moeten soms verplicht worden om in therapie te gaan voor het algemeen welzijn, zeker de hysterische en tevens getikte hond die ‘s nachts onder mijn raam doet alsof hij verscheurd wordt en de volgende dag zonder een schram rondloopt, komediant.
• Je kan perfect doen alsof je alles van bladgroenten afweet als je de taal niet spreekt. Het wel niet te lang rekken en te zelfzeker worden want dan kan je wel eens door de mand vallen terwijl het hele marktje toekijkt.
• Als er weinig te eten valt wordt alles knapperig en eetbaar. Zelfs onschuldige voorbijgangers.
• Ik ben gebombardeerd tot hulptuinman door de ene of andere Afrikaan maar zal me aan deze plicht onttrekken aangezien hij er ook wat getikt uit zag (kan misschien samen met de hond in therapie).
• Na al enkele dagen hele conversaties te voeren met Joyce, die altijd antwoordde met yes, verneem ik dat ze geen Engels spreekt.
• Zelfs als vegetariër ben je hier bijna verplicht om vlees te eten aangezien hier honderden zelfmoordmiertjes rondwandelen die zich met alle plezier overal tussen smijten, De slogan lijkt: Hoe meer mieren, hoe meer vreugd.
• Er komt geregeld een kolibrietje op bezoek op ons terrasje.
• …

vrijdag 28 mei 2010

Op naar likoma island!

Alles is ok hier. Ik heb een hele tekst gemaakt maar krijg deze voorlopig er niet opgezet. Omdat het hier heel duur is om op internet te gaan zoek ik het later wel uit. Op een eiland leven gaat me goed af.

Veerle

dinsdag 18 mei 2010

overschrijden van grenzen

Aangezien ik voor mezelf had uitgemaakt dat ik nog wel eens zin had om een grensje te verleggen en het dan ook om één of andere bizarre reden tijd vond om over te gaan tot een intensere kennismaking met mijn berg besloot ik “ hoogst waarschijnlijk in een vlaag van verstandsverbijstering” om me als een halve zot op mijn fiets te smijten en tot aan kuchawe te fietsen.
Mieke vroeg me of ik toch niet met de auto wou meerijden, maar nee, ik was een vrouw met een plan en dat plan moest en zou uitgevoerd worden. Ik was nog maar een kwartiertje onderweg toen ik al besefte dat ik er toch maar weer een keer in geslaagd was om mezelf “den duvel” aan te doen en vroeg me af waarom ik niet gewoon in de auto was gestapt. Ik had zelfs het plezier niet om als een vuurpijl terug van het bergske te schieten aangezien dit te gevaarlijk was met remmen die niet helemaal op punt stonden, Mieke was zo vriendelijk (en bezorgd genoeg) om mij en mijn stalen ros boven te komen oppikken. Maar ja, ondanks al deze laattijdige bedenkingen zat ik toch weer op mijn fiets en zou maar verder naar boven rijden. Tijdens het fietsen moest ik de nodige mensen passeren waaronder een hele hoop mannen die langs de kant van de weg aan het werken waren. Kunt ge het u al voorstellen? Mannen die kei hard aan het werken zijn omdat ze anders geen geld voor eten hebben terwijl dat ik als blank meisje voor mijn plezier (wat normaal de bedoeling was) even de berg op wil fietsen. Op zijn minst gezegd: een beetje vervelend. Ook hier was niks meer aan te doen: doorzetten was de boodschap. Op een gegeven ogenblik besef ik echter (ook weer veel te laat) dat ik echt even moet stoppen. Tijdens mijn stop merk ik dat ik veel te lang ben blijven fietsen aangezien ik echt op ben. Ik wou zo snel mogelijk de berg op geraken richting mijn doel, waardoor ik was vergeten om te genieten van de eigenlijke tocht (of op zijn minst meerdere keren te stoppen en dan te genieten). Dit besef komt echter pas nadat ik eigenlijk al lang had moeten stoppen en voel dat de kans er in zit dat ik Sinte Pieter persoonlijk ga ontmoeten in de hele nabije toekomst als ik zo blijf doorgaan. Terwijl ik dit bedenk kijk ik naar omhoog en zie ik twee zwarte vogels die net wegvliegen. Ze openen hun vleugels en ik heb het geluk dat ik de helderrode kleur kan zien die ze vanonder hebben: wondermooi. Ik voel me even intens gelukkig, opgekikkerd en besluit om rustig verder te fietsen en de nodige stops in te lassen. Het tweede deel van de tocht gaat heel goed, ik geniet van de omgeving. Net toen ik dacht dat ik mijn grens had bereikt en niet meer verder kon vond ik toch nog de energie om door te zetten. Ik ondervond letterlijk wat ik al meer in het leven heb ervaren: soms denk ik dat ik mijn grens hebt bereikt maar door omstandigheden moet ik dan toch verder waardoor ik merk dat er toch nog heel wat mogelijkheden zijn na dit punt. Mogelijkheden waarvan je ook kunt genieten en nadien kunt besluiten dat je toch meer kan dan je denkt. Ik was weer content dat ik (ondanks het afzien en de naderende kennismaking met Sinte Pieter) dit had mogen beleven, en heel boven ben geraakt. Weer een interessant levenslesje bij gehad! (wat niet wil zeggen dat ik me de volgende keer niet weer als een halve zot ergens in stort).

Wanneer we maandag op de school aankomen, begroet ik Mattias, de schrijnwerker. Mattias is een rustige, iets oudere man die heel goed voor zijn familie zorgt en in mijn ogen “ne crème van ne vent” is. Wanneer ik zijn hand schud houdt hij mijn hand vast en vraagt me om even te wachten, hij heeft rijst en noten voor me. Johan zijn helper zal het in de auto zetten. Mattias zegt me dat hij dit geschenk heeft meegebracht omdat hij mijn GSM heeft gekregen. Zijn gebaar ontroert me tot in de kern van mijn hart. Toen ik de GSM gaf vond ik het een eer dat ik dit kon doen, gewoon het geven van iets dat een ander zo blij kan maken was voor mij al een cadeau. Ik had de GSM niet rechtstreeks aan Mattias gegeven. Enerzijds omdat ik niet graag de rol van sinterklaas op mij neem en het voor niets nodig vind om me zo te gedragen aangezien ik naar mijn gevoel van de mensen hier meer terug krijg dan ik ooit kan geven. Anderzijds omdat ik hem nog nodig had tot ik terug thuis was en de gsm dan maar in een postpakket had opgestuurd. Mattias had de GSM al een tijdje geleden via Mieke gekregen maar was het niet vergeten. Nu wou hij me bedanken. Ik wist niet goed hoe ik hier op moest reageren. De mensen hadden hier al zo weinig, kon ik het wel aannemen? Eigenlijk wou ik het liever niet maar omdat het een belediging zou zijn als ik het niet deed bedankte ik Mattias en liep met Johan mee naar de auto. De ontroering die ik voelde bij het krijgen van deze zak rijst kan ik met niet veel vergelijken. Ik besloot dan ook onmiddellijk om deze te verdedigen op leven en dood. Vanaf nu is het mijn kostbaarste bezit. Dus bij deze: u zijt gewaarschuwd: als ge aan mijne zak rijst zit zal de kungfukrijger in mij moeten opstaan. Pakt al maar een goede hospitalisatieverzekeringske en bezint eer ge begint!

Vandaag zijn we met de leerkrachten naar de tandarts gereden aangezien de kinderen eerst toelating moesten krijgen van hun ouders en dit nog met hen besproken moest worden. Op weg naar de tandarts lijkt het of we naar bobbejaanland rijden. De mensen hier hebben niet veel kans om tot bij een tandarts te raken, als ze dan kunnen gaan zijn ze blij. De tandartsen zitten in een oud gebouwtje dat voorzien is van wat basismateriaal. Ik mag foto's nemen terwijl de leerkrachten worden behandeld. Deze foto's kunnen gebruikt worden om promotie te maken voor de gezondheidszorg. De tandarts is een Malawees. De ervaring die ik tot nu toe met Malawezen heb heeft me geleerd dat ze dol zijn op foto's en met een hartstochtelijke liefde voor het modellenvak poseren. Ik had veel verwacht maar niet dat de tandarts als een ervaren model met de tang en spuit in de hand aanwijzingen zou geven hoe en wanneer ik foto's moest nemen. De patiënt werd eigenlijk wat bijkomstig: de bebloede tand moet zo goed mogelijk in beeld worden gebracht. In eerste instantie voel ik wat kwaadheid naar boven komen. Ik zie dat de leerkrachten zenuwachtig zijn en de dokter is meer bezig met een goede pose aan te nemen dan met het geruststellen van zijn patiënt. Aangezien mijn medisch fotomodel schijnbaar grote ambities koestert inzake modellenwerk en het lijkt of hij de wereld wil gaan veroveren enkel en alleen met mijn beeldmateriaal probeer ik de leerkrachten wat gerust te stellen. Het grappige aan heel de situatie is dat het trekken van foto's van de leerkrachten hun voldoende afleiding en compensatie geeft om de stress wat te vergeten. Na enkele minuutjes van opkomende kwaadheid over de manier waarop er met de mensen wordt omgegaan kan ik er al mee lachen. Zelfs een welgestelde dokter gedraagt zich als een halve idioot als nog maar vermoed dat hij op de gevoelige plaat wordt vastgelegd en als het er op aan komt is hij op zijn manier heel betrokken op het Malawase volk. Malawi blijft Malawi.
Nadat iedereen is behandeld vraagt de dokter me om nog enkele fotootjes van hem te maken: hij doet zijn coolste gebaren en ik gedraag me als een professionele fotografe maar val soms uit mijn rol omwille van een opkomende lachbui. De manier waarop ze hier met de zaken omgaan is gewoon anders dan bij ons, je kan het volgens mij pas helemaal begrijpen als je zelf in de situatie zit. Ik had kwaad kunnen blijven maar soms is het niet slecht om te beseffen dat elke cultuur anders is en ik op één dag de wereld niet kan veranderen. Het verleggen van grenzen kan ook in deze situatie leerrijk zijn. Zolang ik maar niet vergeet op te komen voor wat ik belangrijk vind als het gaat om respectvol met mensen omgaan is het ok voor mij. Daarom besloot ik om onzen dokter toch maar eventjes te negeren toen hij in zijn volle enthousiasme vond dat het tijd was om tot een ander niveau over te gaan en het zaaltje met de mensen ernaast in zijn reportage te betrekken zonder hun toestemming te vragen. Soms moet een mens al eens voordoen hoe ge beleefd toestemming vraagt en diplomatisch bevelen negeert (iets waar ik nu net heel goed in ben, haha.).
Door hier voor de tweede keer te komen merk ik dat ik toch al op een hele andere manier naar de mensen kijk. Ik ervaar het intenser als de vorige keer en kom tot diepere inzichten. Interessant om dit te mogen ervaren en de kans te krijgen om bij te leren. Deze week heb ik geleerd dat het in staat zijn om buiten je gekende wereld te gaan, je grenzen te verleggen, op welke manier dan ook er voor kan zorgen dat je eigen wereld veel ruimer wordt.

Enkele weetjes:
Schotse mannen kunnen goed koken. Mieke en ik kunnen goed proeven. Ieder moet zijn verantwoordelijkheid opnemen, ni meer of ni minder dan dat.

Zelfs als ge al maanden op voorhand plant om u niet ziek te eten bij kuchawe is het een verloren zaak, de wilskracht is blijkbaar niet geneigd om mee te reizen op grote hoogtes.

Temperamentvol uit den hoek komen blijft plezant. Lang leve het temperament, dan weet ik weer dat ik leef (en mijn omgeving ook)!

Alles kan verklaard worden, ge moet het alleen willen snappen. En als ge het niet snapt legt onze welwillende Richard het wel uit. Armoede kan een mens tot ver drijven, begrip is dan het minste en flauw doen hoort er niet bij hé. Een mens moet zich over sommige zaken kunnen overzetten. Een klein berovingske kan al is gebeuren, ge moet dat begrijpen en niet te hysterisch doen.

Eigenlijk is alles heel gemakkelijk, als ge voorbij het moeilijke zijt. En hoe ge daar moet voorbij geraken vertel ik wel eens een andere keer.

Donderdag vertrekken we (Mieke gaat enkele dagen mee) naar Likoma Island, hoe het internet daar zal werken valt af te wachten. Het is goed mogelijk dat je de volgende maand niet veel van me hoort: geen paniek, geen nieuws is goed nieuws.

...

dinsdag 11 mei 2010

Terug in Afrika,olépistolé








We zijn nu een paar maanden verder en ik kon het niet laten,... menig man had het verwacht,... en ja: het is gebeurd: ik zit terug in Afrika!




Toen ik met mijn valiesken in mijn hand richting luchthaven vertrok stelde ik me nog even de vraag of het wel verstandig was om op enkele maanden tijd weer alles achter me te laten. Die vraag was echter snel verdwenen toen ik in het vliegtuig naast een supertoffe Deense madam belandde, zij was opgegroeid in Afrika en vertelde hoe ze dit beleefd had. Het grappige was dat we beiden hetzelfde gevoel hadden daar waar het Afrika betrof. Twee minuutjes praten en ik zat al helemaal terug met mijn hoofd in Afrika, alle twijfels waren verdwenen: lang leve de toffe Deense madammen!

In Johannesburg moest ik wachten. Ik zet me daar op een bankje om het showspel van “de reizende mens” goed te kunnen observeren en eens goed te lachen als de situatie dit van me vraagt wanneer er plots een kat naast me opduikt. In eerste instantie denk ik dat de lariam misschien toch wel effect op me heeft en er hallucinaties in het spel moeten zijn. Wat doet een kat al kuierend in een beveiligde luchthaven? Niet veel later besef ik dat ik ondertussen in Afrika vertoef en dat het onder de noemer “normaal” kan vallen. Ik praat wat met de kat, die er schijnbaar van overtuigd is dat we bij elkaar horen, en besluit om dan maar te stoppen met hard op gesprekken te voeren met vreemde dieren omdat het misschien wat raar kan overkomen (en misschien praat ze wel Zuid-Afrikaans, dus is een gesprek zinloos zou ik zo denken).
Spijtig genoeg kwam dit besef natuurlijk te laat en merk ik dat mijn geweldig plan om de reizende mens eens onder de loep te nemen (en eventueel eens goed te lachen) wordt omgedraaid. Verscheidene mensen staren mij en mijn nieuwe aanwinst (misses cat) aan en beginnen vragen te stellen over de kat. Ik zeg hen dat ze niet van mij is maar de kat kan het niet laten om nog inniger met mij om te gaan waardoor de mensen liever een kat geloven dan een eerlijk, klein meisje als ik, de mottige kat! Gelukkig vinden de mensen het na vijf minuten al niet meer zo interessant en laten ze mij en mijn kat gerust. Net op het ogenblik dat ik me er kan bij neerleggen dat ik een kat heb besluit deze parmantige viervoeter om verder te wandelen, den aandachttrekker.
Iets later vraagt een ouder vrouwtje aan mij waar haar vliegtuig vertrekt. Het komt niet op het scherm en normaal zou dit toch moeten een half uur op voorhand? Ze vertelt me dat ze eerst een ticket had gekregen voor een vliegtuig dat niet bestond. Gelukkig was haar reisagent nog in de buurt en had hij dit opgelost. Op het ogenblik dat ze met me praat was ze haar groep al een dag kwijt. De Afrikaanse reisagent wist ook niet waar de groep naartoe was en was al terug naar huis. Op het einde van haar verhaal lig ik strijk van het lachen. België is heel ver weg, jaja: ik ben terug in Afrika en zie dat het goed is. Het mevrouwtje kan er ook mee lachen en na het horen van de verhalen over mijn andere vliegtuigreizen door Afrika weet ze dat ze niks abnormaals meemaakt. We vinden haar vliegtuig en de plaats waar ze moet zijn. Weer een beetje dichter bij Malawi, nog één vliegtuigje te gaan.
Ook in dat vliegtuig ontmoet ik interessante mensen. Het leven kan toch boeiend zijn, tof om te horen dat ieder op zijn manier een plaatsje in de wereld zoekt. De ene al met wat meer belachelijke momenten in als de andere natuurlijk,haha. Nadat ik de enige verroeste kar uit al de karren heb weten te vinden om mijn bagage op te zetten loop ik richting uitgang. Ik weet goed waar ik naartoe wil maar mijn kar zo niet. De kar heeft duidelijk een lichte afwijking en gaat steeds richting muur, na drie keren bijna botsen en een hoop lachende gezichten van de Malawezen besluit ik om het verroeste karretje te dumpen en mijn valies gewoon te dragen. En daar staan ze dan: Mieke en Richard. Ik ben zo blij, het is net of ik niet ben weggeweest en voel me onmiddellijk thuis. Op weg naar Zomba valt het me op dat de mensen echt wel heel arm zijn en dat het toch niet lang duurt om dit te vergeten met al onze luxe. Eenmaal in Zomba staan Aida en de kindjes te wachten: dolle pret. Richard roept: Now you 're home en om eerlijk te zijn voelt het ook zo. De spontaniteit, eenvoud en vreugde van deze mensen is voor mij onvervangbaar. Een intens gevoel van geluk overvalt me.
De volgende dag zouden we een wandeling doen op Zomba plateau. Ik had een rustig wandelingetje in gedachten want er waren wat mensen bij die niet gewend waren om te wandelen. Niks was minder waar, minder dan vierentwintig uur nadat ik geland was kroop ik over stenen, bomen, takken, zat ik onder de modder, moesten we een dame uit een gat trekken waar ze was ingevallen,... Het rustig wandelingetje viel een klein beetje anders uit maar ik was weer content: modder en avontuur: wat kan een mens nog meer willen?
Maandag was het dan zover: terug naar Sitima. Mieke moest met de auto gaan omdat ze hout moest gaan halen. Ik besloot met de fiets te rijden. Tegen de tijd dat ik in Sitima arriveerde had ik al een aantal persoonlijke bewakers mee die ik onderweg was tegengekomen. Zij zouden me beschermen. Ze wilden van geen nee horen. Best grappig, want de ene Malawees reed dan mee om de andere Malawees die mee fietste in het oog te houden. (Het vertrouwen in elkaar is duidelijk aanwezig en heel sterk zou ik zo zeggen). Toen ik aankwam in Sitima was Mieke net gearriveerd. Verschillende leerkrachten kwamen samen met de kindjes naar buiten om me te begroeten. Mieke had in haar auto een Afrikaans liedje op staan. Het duurde niet lang voor we allemaal stonden te dansen. Iedereen begroette me hartelijk en riep (om ter hardste) : “ow: you became so fat!” Kunt ge u voorstellen wat dat kan doen met het ego van een Europees meisje? Het grappige was dat ze het allemaal als een compliment bedoelden. En een compliment moet toch zeker verscheidene keren worden gegeven/geroepen! Toen ik zei dat ik heel veel chocola had gegeten was het grote vreugde en gelach alom. Deze mensen vonden het geweldig. In België zou er nog niet aan gedacht worden om met zijn allen een hele tijd te roepen dat iemand “fat” is geworden want dan moet de knokploeg op komen draven om iedereen is goe zijn vet te geven denk ik. Er wordt zoveel belang gehecht aan gewicht en ideale maten dat een Europese vrouw een depressie zou krijgen na een dagje Afrikaans fatgeroep. In Malawi is het een teken dat je genoeg eten hebt gehad, iets wat hier zeldzaam is. Ik schaamde me plots dat ik de laatste weken vaak had gedacht dat ik echt moest minderen met eten (het feit dat ik bijna niet meer kon ademen in mijn broeken gaven deze gedachten wel een duwtje in de rug, zo maar half kunnen ademen is echt ni gemakkelijk). Toen ik net uit Afrika kwam wist ik nog heel goed dat ik vond dat we tevreden zouden moeten zijn dat we van al dat lekkere eten konden proeven. Ik vond dan ook dat ik van dit geluk moest profiteren en wijdde me als een professional aan deze job. Er werd nog maar een dessertje genoemd en ik kende het/had het gegeten/en wou het gerust nog eens overdoen! Nadat mijn kledij schijnbaar wat “gekrompen was in de was" vergat ik langzaam aan waarom ik zo genoot van eten. Nu ik word geconfronteerd met het feit dat bijna al de leerkrachten zijn vermagerd, en al niet te veel overschot hadden, ben ik heel blij met mijn maatje meer. Toch voel ik me verplicht om in alle eerlijkheid toe te geven dat na drie dagen van “you became so fat” geroep ik even gedacht heb om de volgende roeper is goed bij de kallé te pakken en eventueel een klein rammelingske te geven (elke mens kan al eens een zwak moment hebben hé). De mensen vinden me allemaal mooier, daar kunnen we nog eens een voorbeeld aan nemen (dus vanaf nu is het gepermitteerd dat jullie me allemaal mooier vinden, haha).
Vandaag zijn de tandartsen op school geweest om de kinderen nog eens goed uit te leggen hoe ze hun tanden moeten poetsen en om al de tanden te controleren. De kleutertjes luisteren zo goed en poetsen hun tanden zo flink dat het geweldig is om hier gewoon al getuige van te mogen zijn. Voor hen is dit een kans uit duizend. (het is heel moeilijk is om bij een dokter te geraken, gemakkelijker om ze aan te raken, hé Mieke). Bij ons is dit allemaal zo normaal, hier is het een reden tot grote vreugde. Het heeft Mieke een jaar tijd gekost om de dokters ter plaatse te krijgen. Zien hoe er vooruitgang is, kansen worden gecreëerd voor de kindjes door mensen die er in geloven en hun best willen doen terwijl wij het al niet meer als een kans zien is voor mij een onvervangbare ervaring.



Enkele weetjes:
Fietsen op “Den berg” heeft er voor gezorgd dat mijn allermooiste taalgebruik terug naar boven is gekomen en de Malawezen nog maar eens denken dat er één of ander zottin is gedropt in Zomba. Het zal een haat-liefde verhouding blijven heb ik gemerkt Binnenkort vloeken ze hier dus allemaal in het nederlands.
Als ge shampoo op uw haren kapt en het schuimt niet dan is het ofwel olie ofwel conditioner. Niet blijven kappen en u blijven afvragen wat er aan de hand is met de shampoo, het is er gene!
Nooit wachten tot u haar het vettigste hoogtepunt heeft bereikt om er dan nog olie in te smeren voor dat ge denkt dat ge gaat douchen. Soms is er geen water in Malawi en ge zult zien dat het dan juist het geval is, en ge zult dan ineens zien da ge dringend ergens moet zijn waar heel veel volk is. Maar geen probleem: relativeren! Als ge veu de wèèèt and fèèèèt look ga vinden Mieke en ik da ge er helemaal voor moet gaan. Als ik iets doe wil ik het goe doen hé.
“How is your captain?” Is om de 1 of ander reden geen gepaste vraag als ge meer wilt te weten komen over de verschillende aspecten van nen boottocht.
Ze hebben hier nu pindakaas met stukjes in, geweldig lekker en waarschijnlijk één van de weinige dingen die er zijn voor de volgende maanden. Dus ge kunt het maar beter lekker vinden en anders doet ge maar alsof!
Vera (mijn Malawees metekind) is gezond en wel en straalt in haar nieuwe kleedjes.
Ik ga morgen nog eens een poging doen om echte shampoo te kopen, derde keer, goede keer.
Richard is al oververmoeid owv die twee onafhankelijke vrouwen die hem met al zijn Malaweze machopraatjes onder tafel praten maar we hebben toch nog bloemetjes gekregen.
...
Tot volgende keer,
Veerle

dinsdag 24 november 2009

laatste week Malawi, terug in België


Stuart die me even laat meehelpen bij het maken van een beeldje voor hij de beitel afpakt en zegt dat ik het ga ruïneren:)

het schoolfeest met verklede dansende kindjes


De laatste week Malawi. Het afscheid komt dichterbij. We proberen er niet te veel aan te denken en nog te genieten van onze tijd in Afrika.
In de school worden er testen gedaan en geoefend voor het schoolfeest. Ik bekijk het allemaal vanop een afstandje en durf niet te denken aan hoe hard ik Malawi en de mensen zal gaan missen. We kwamen met de bedoeling om de mensen te helpen maar hebben naar mijn gevoel veel meer teruggekregen dan we hebben aangeboden.
Ik speel nog met de kinderen en amuseer me te pletter, wandel naar de keuken en mag er wat meehelpen, bekijk van op een afstand hoe de leerkrachten met de kinderen bezig zijn,... Om eerlijk te zijn werd ik er heel stilletjes van (wat niet al te vaak gebeurt dus dat wil al iets zeggen).
De laatste dag is het schoolfeest en worden de rapporten uitgedeeld. Tijdens het uitdelen van de rapporten reageren moeders vrolijk als hun kind een goede prestatie heeft geleverd. Ze lopen naar voor, omhelzen hun kind en juichen het uit. De moeders lijken bijna enthousiaster als de kinderen, ... Ik ben blij dat ik deel mag uitmaken van dit gebeuren en mag zien hoe blij de mensen kunnen zijn om zo iets normaals (voor ons). En dan is het zo ver: afscheid nemen. We slikken een paar keren en doen dit zo vrolijk mogelijk. We slagen hier nog redelijk goed in, springen op onze fiets en rijden terug naar ons huisje (terwijl we beiden al aan het bedenken zijn hoe we zo snel mogelijk kunnen terug komen).

Tijdens de laatste week leren we Stuart kennen. Stuart is een jongen van negenentwintig jaar die probeert om uit de armoede te raken door houten voorwerpen te verkopen aan toeristen. Omdat in zijn dorp vele mensen aan de drank of drugs zijn en hij hier niet in wil meegaan is hij uit zijn dorp verhuisd en alleen gaan wonen. Het feit dat hij probeert om uit de vicieuze cirkel te raken en niet handelt als de anderen zorgt er voor dat hij zichzelf in een hele eenzame positie heeft gezet. Hij kan niet meer terug naar zijn dorp aangezien hij uit vrije wil heeft besloten om er weg te gaan. Mensen die anders zijn worden niet meer opgenomen in het dorp. Stuart gaat er nog zeer geregeld op bezoek bij zijn ouders, zusters en broers om te praten en hen financieel te steunen. Dit is toegestaan maar van terugkeren is geen sprake. Wanneer ik hem vraag of hij nog terug kan gaan ontwijkt hij het antwoord. Omdat ik via Mieke en Richard meer ben te weten gekomen over de manier waarop er wordt omgegaan met uitzonderingen blijf ik doorvragen en vertelt Stuart uiteindelijk toch dat hij niet meer terug kan. Hij wil ook niet meer terug omdat hij schrik heeft dat hij dan hetzelfde lot zal ondergaan als de rest. Stuart is een hele tijd naar school geweest en lijkt een verstandige kerel. Hij is op de hoogte van de vele ziektes die in Malawi heersen. Daarom heeft hij besloten dat hij liever alleen blijft dan ziek te worden en te sterven. Hij heeft al veel van zijn vrienden zien sterven en wil niet hetzelfde lot ondergaan. Stuart is een jaar ouder als ik. Hij moet met veel dingen rekening houden waar ik zelfs nog niet aan hoef te denken. Stuart zegt echter dat hij gelukkig is. Hij is er rotsvast van overtuigd dat hij uit de ellende zal raken. Wanneer ik hem op al de moeilijkheden wijs die hij moet overbruggen vraagt hij aan mij waarom ik denk dat het hem niet zal lukken en zegt hij vastbesloten dat hij er uit zal raken. Ergens voel ik veel respect en bewondering voor zijn geloof, toch ben ik ook heel bang dat hij serieus zal teleurgesteld worden ondanks zijn geloof en al de pogingen die hij onderneemt. Ik schrik er van hoe erg het me raakt. Deze jongen is ongeveer even oud als ik. In Malawi zijn de meesten dan getrouwd en hebben kinderen. Stuart is alleen, werkt voor zijn idealen, idealen waar ik van vermoed dat ze heel moeilijk of zelfs bijna onmogelijk kunnen verwezenlijkt worden. Toch blijft hij er in geloven. al duurt het nog tien jaar (hij is er al tien jaar mee bezig), hij zal er komen zegt hij. Iemand tegen komen die zo blijft geloven ondanks zijn omstandigheden {en mij de les dan nog durft te spellen:)} zal ik niet snel vergeten. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat hij er uit zal raken maar vrees er voor. Toch mooi om iemand tegen te komen met zo veel idealisme.

De laatste dag wandelen Mieke en Stuart met ons mee naar de bushalte. Hanne en ik blijven (naar onze bescheiden mening) sterk en nemen snel afscheid van hen. Eenmaal in de bus moeten we echter beiden huilen. Daar zitten we dan: twee huilende blanke grieten in een bus vol zwarten. Wanneer ik dit besef moet ik heel hard lachen. Wij zijn toch watjes. De mensen in Malawi hebben wel meer redenen om te huilen dan wij. Hanne en ik beginnen als twee halve gekken onze tranen weg te geven, slikken nog eens een aantal keren en proberen toch nog te genieten van onze laatste momenten.

Wanneer ik in Zaventem land staan Kris en mijn drie gekke vriendinnen op me te wachten. Natuurlijk vonden deze zotte madammen het nodig om Dieter Coppens en zijn cameraploeg voor hun kar te spannen waardoor er onmiddellijk een camera op mijn snuit werd gericht. Even vond ik het heel vervelend, maar toen bedacht ik dat ik nog altijd zelf mijn vrienden heb gekozen en het niet voor niets deze rare, gekke snuiters zijn geworden (die aan de hand van groepsdruk en vrouwelijke manipulatie Kris hadden overtuigd om mee te werken). Ik vond het toch ferm dat ze zo vroeg uit hun bed zijn gekomen om het wat uit te komen hangen in Zaventem. {maar de volgende keer houde elle eigen maar wat kalmer en probeerde maar om de camera's uit mijn geburen te houden of ik stuur die van babyboom op elle dak. Gefilmd worden terwijl ge bevalt lijkt elle da niks?:)}
In België is het koud en regent het. Ik word direct met mijn twee voeten op de grond gezet. Ik wil niet slechtgezind zijn en besef dat ik veel geluk heb dat ik kan terug gaan naar mensen die om me geven, een thuis, ... Toch mis ik Malawi al. Wanneer Kris mijn vrienden naar huis brengt en ik even alleen thuis ben vind ik het heel moeilijk om te zien hoeveel wij hebben terwijl ik van een plaats kom waar de mensen niets hebben en voortdurend moeten knokken. Het overvalt me als het ware, ik schrik er zelf van. Terug aanpassen zal de nodige tijd vragen maar zal uiteindelijk wel lukken.

Mieke bedankt dat ik mocht komen helpen om het project verder uit te bouwen. Ik vind jou een heel straffe, zotte, knappe madam en heb iets mogen ervaren dat ik nog voor al het geld van de wereld niet zou willen inruilen. Hopelijk kunnen we snel terug wat zotte kuren verkopen op Zomba plateau en gedachten uitwisselen over de Malawese cultuur.

Hanne, ik had een supertijd met jou. Bedankt om al dat vuil ongedierte aan te pakken. Ik zou niet weten hoe ik het zonder jou had klaargespeeld. (Waarschijnlijk had ik twee maanden op een stoel gestaan in de hoop dat de ratten uiteindelijk zouden besluiten dat ze beter bij Mieke konden gaan wonen.) Maar ge weet: Deckers en Veerle krijgen ze er zo maar niet onder! Ik zie je sowieso aan het chocotoftaartje, dat is zeker!

groetjes,
Veerle

vrijdag 13 november 2009

Mozambique

Na twee en een halve week zijn we terug van Mozambique. Om jullie toch een beetje op de hoogte te houden van de gebeurtenissen heb ik besloten om een soort van ABC te maken van onze ervaringen in Mozambique:

Als de broer van de chauffeur zijn portefeuille is vergeten stopt de bus, moet iedereen uitstappen om gezamenlijk te wachten op twee zotten die kei hard komen aangereden en op tien meter van de bus kei bruut moeten stoppen omdat ze over een kieke rijden. Nadat ze het aan de poot in het rond hadden gezwierd kon het vroegtijdig overlijden van deze ongelukkige kip officieel vastgesteld worden. Ondanks het spijtige ongevalletje was de portefeuille dan toch terecht en mocht iedereen terug instappen en reden we gezapig verder.

Ben je de weg kwijt? Gene paniek, er zijn altijd heel vriendelijke personen die met je mee wandelen, ook al zijn ze op weg naar ergens anders, ze maken tijd.

Cactussen, palmbomen, dolfijnen, ...: allemaal aanwezig in Mozambique!

Denkt ge dat Mozambique ratvrij is en ontspannen te joggen door de straten? Vergeet het maar stillekes. Na twee dagen mocht ik al kennis maken met twee echte Mozambiquaanse exemplaren. Volgens mij zien ze in mij de nieuwe rattenvanger van hamelen of zo.

Ezels zijn sterke beestjes. Zelfs als ze tegen een chapa lopen die ongeveer honderd kilometer per uur rijdt staan ze terug recht, weliswaar een tikkeltje getraumatiseerd. (net als wij trouwens)

Fantastische snorkelavonturen zijn voorbehouden voor mensen die weten waar de vissen zitten. Aangezien ik niet tot die gelukkigen behoorde besloot ik maar dat ik op snorkeltrip was voor het eten dat we kregen. Prioriteiten moeten soms verschoven worden.

Grolt er 's nachts iets? Denk niet te snel dat het je buurvrouw is die een nachtmerrie heeft maar reken op een wilde kat die van de twintig bedden die er staan beslist dat jouw bed het beste is om verder in te grollen. Vanaf dat ge vijf minuten naar het toilet gaat heeft ze heel je bed ingepalmd en zit er niks anders op dan om half vijf 's morgens al maar over het strand te gaan lopen met een vreemde hond die niet meer weggaat.

Heb je het geweldig idee om 's nachts in een hangmat te gaan liggen met de bedoeling om wat geruster te slapen zonder dat er twintig andere backpackers in de buurt zijn? Ga er dan al maar van uit dat er een waker naast je komt zitten om de wacht te houden en om de vijf seconden hoest om te laten weten dat hij over je waakt. Om op een fatsoenlijke manier te kunnen waken hoort er natuurlijk een heel groot licht bij zodat diegene die beschermd moet worden zeker zichtbaar (en helemaal verblind) is. Een aanrader zou ik zo zeggen.

I love you baby, I need you baby behoort schijnbaar tot de standaardzinnen van de Mozambiquaanse jongen/man (te gebruiken vanaf tien jaar).

Jezelf 's morgens op het strand leggen om wat te rusten terwijl het vloed is kan een verdrinkingske in de hand werken als je niet snel genoeg reageert. (Chance dat ik in zulke omstandigheden katrap kan zijn en er enkel natte kleren en dolle pret aan overhield)

Kiekens moeten vaak het onderspit delven. Ofwel worden ze ondersteboven gehangen uit de schuifdeur van een rijdende chapa, ofwel worden ze overhoop gereden, ofwel moeten ze in een plastic zakje wachten tot ze flauw vallen.

Liefhebber van lichamelijk contact? Wees dan welkom in een chapa waar je normaal met twaalf in kan maar met vijfentwintig en heel wat bagage wordt ingestopt (en natuurlijk de twee bijhorende kiekes).

Maputo is toch wel iets te ver om comfortabel met de bus te bereiken vanuit Quelimane. Na zessendertig uur rijden waarin we:
- drie maal platte band hebben gehad (de eerste al na een uurtje rijden),
- één keer een defect hadden dat met een touwtje terug onder de bus kon vastgebonden worden,
midden in de nacht moterpech hadden met de bijhorende rook die zich in de bus verspreidde,
een dertigtal Afrikaanse tussenstopjes deden om eten te kopen, naar het toilet te gaan, wat rond te lummelen,
- een bovenmenselijke chauffeur hadden die de volledige afstand heeft gereden aan topsnelheid (en volgens mij aan de drugs zat of liters koffie had gedronken),
- wel drie mecaniciens bij hadden die tevens dienst deden als waarschuwers van al de putten in de weg en hiervoor met hun hoofd tegen de voorruit moesten gaan hangen in het pikkedonker.
- Vijf geiten en een aantal eenden op het dak meevoerden, die er nog steeds stonden bij aankomst.
...
Buiten alle verwachtingen om kwamen we toch nog levend aan.

Natuurlijk weten wij hoe ge een krab moet eten! Dat de poten door de lucht vliegen kan elke mens overkomen, dat is nog geen reden om met het voltallig personeel een mens uit te lachen zou ik zo denken.

Ondanks het feit dat al de bagage uit de koffer van de chapa is gevallen in volle snelheid, we platte band hadden en er natuurlijk geen krik voor handen bleek te zijn waardoor we voor de zoveelste keer gestrand waren, de rugzakken van het dak schoven en half aan het busje bleven hangen maar het dan toch niet nodig bleek om te stoppen gezien we al een aantal keren gestopt waren zijn we toch in Vilanculos geraakt.

Portugees, Chichewa, Engels en Vlaams door elkaar kan er voor zorgen dat de baas van het hotelletje rond 4.00u 's morgens op je deur komt kloppen en dit blijft volhouden tot je wakker bent om te zeggen dat de bus vertrekt die je eigenlijk helemaal niet wou nemen. Het vraagt dan nog eens een paar uur om dit duidelijk te maken en eindelijk op dezelfde lijn te zitten.

Quelimane is een heel leuk stadje met leuke winkeltjes. Spijtig genoeg waren wij net daar op de dag van de verkiezingen waardoor alles dicht was en we heel de dag waren veroordeeld tot ronddolen en in oude, vieze kerkskes rondhangen.

Raapt al uw moed maar bijeen als er tien wilde strandhonden op de plek willen gaan zitten waar dat gij juist een boekje wilt lezen. Ik heb het onderspit moeten delven en ben moeten vertrekken. (Er was nochtans plaats genoeg, maar nee, onder mijn paraplu was blijkbaar de beste plaats om met elkaar te vechten).

Spelen in de golven blijft plezant hoe oud dat ge ook zijt, wel zien dat uw zwempak goed vastzit zodat ge niet naakt uit de zee moet komen omwille van de kracht van de golven want dat is toch wel een tikkeltje ampetant aangezien ge nog een stuk moet wandelen voor ge terug in de backpackers zijt! (Voor alle duidelijkheid: dit is mij niet overkomen maar het zou wel eens kunnen gebeuren, het is meer een vriendelijke waarschuwing)

Te veel aanrekenen om onze bagage mee te nemen? Dan kennen ze Deckers en Veerle nog niet, die vlieger gaat niet op!

Uit een wirwar van benen geraken in de bak van een pick-up truck lukt enkel als de behulpzame dame naast je aan je benen trekt. Terwijl ze dat doet is het heel goed mogelijk dat het kindje naast je (dat je eerst nog schattig vond) op je been plast.

Van Malawi naar Mozambique en terug: een heel avontuur!
“We zullen wel zien waar we belanden, wanneer we aankomen” is een hele goeie instelling als je in Afrika rondtrekt.


Wandelen naar de top van de old man's head (berg) is voor Hanne en mij een peuleschilletje nadat we twee maanden de berg van Zomba hebben beklommen. We staan dan ook heel snel terug in de packpackers, wat de nodige verbazing in de hand werkt bij de uitbaters.

X-treem zotte Zuid-Afrikanen zijn overal te vinden.

Yes, een ijsjeszaak in Maputo, en blij dat we waren! Dat we heel de nacht ziek zijn geweest namen we er dan ook met plezier bij.

Zeker de moeite waard om te doen!

Ondanks de fijne tijd in Mozambique waren we beiden heel blij dat we terug in Malawi waren. Het was een gevoel van “thuiskomen”. We waren nog maar net de grens over en ik kreeg in de chapa al een stuk maïs aangeboden. Er werd vrolijk gelachten met de Azungu, dolle pret. Malawi en vooral de warmte van de mensen hebben mijn hart toch gestolen.

We zijn iets vroeger teruggekomen zodat we deze week het materiaal voor de andere school nog konden gaan halen en wegbrengen. De mensen van de school waren heel dankbaar. Ik had het materiaal liever snel afgegeven zonder al de dankbetuigingen, maar ja dat hoort er bij in Afrika, de mensen hebben niets anders. Ik vind het al een superprestatie dat de leerkrachten er elke dag vrijwillig in zulke omstandigheden proberen les te geven. Dat wij materiaal brengen is maar een kleine moeite voor ons. Toch wel schrijnend wanneer ze dan vragen om hen niet te vergeten en te vernemen dat hun klaslokalen niet verder kunnen gebouwd worden wegens geldgebrek.

Ook in Sitima is de tijd niet blijven stilstaan. Er is weer heel wat gebeurd. De moeder van Mattias (het kind dat eten komt zoeken op de school) heeft geprobeerd om haar huisje in brand te steken en de kinderen te doden. Ze is naar het psychiatrisch ziekenhuis gebracht (wat zeker niet kan vergeleken worden met onze psychiatrie). Armoede en honger kunnen en mens ver drijven. De kinderen staan er nu alleen voor. Mieke probeert hen wat te helpen. Ik ben aan het bedenken of ik ook iets zou kunnen doen maar gemakkelijk is het niet aangezien er heel veel personen zijn die hulp kunnen gebruiken en het jaloezie in de hand kan werken.
Zowel Sam als Freddy alias Rodiné zijn genezen. Ik ben er heel blij om want in Afrika weet je maar nooit wat er kan gebeuren. Door hier te zijn besef ik weer heel goed waar het eigenlijk allemaal om draait. Ik ben nog steeds heel blij dat ik de kans heb om dit te mogen ervaren.