De beslissing is gevallen, ik kom begin mei terug naar België. Aangezien er geen voldoende financiële middelen ter beschikking zijn voor mij om het jeugdcentrum verder te zetten heb ik de knoop doorgehakt en besloten dat het tijd is om naar huis te gaan en nieuwe plannen te maken. Het afrondingsproces is begonnen. Ik ben nog met een aantal zaken bezig maar ga er voorlopig van uit dat het in mei zal stoppen. In het jeugdcentrum probeer ik zoveel mogelijk verantwoordelijkheid door te geven en diegenen die het moeten gaan doen zoveel mogelijk bij te staan bij het aanleren van de noodzakelijkheden. Het jeugdcentrum staat er, de jeugd kent het en de vrijwilligers die er werken doen hun best. In de eerste plaats was ik heel ontgoocheld dat ik vroeger zou moeten gaan dan ik voor ogen had aangezien er nog heel veel pedagogische waarden en nieuwe zaken kunnen aangeleerd worden. Toen ik eenmaal de klik had gemaakt kon ik zien dat er toch al iets moois staat en het wel goed zal komen. Het leven gaat door, de rivier kabbelt verder en iedereen zit op zijn eigen stroom, benieuwd waar de mijne naar toe gaat. Het is alleszins weer een hele ervaring geweest.
Op het einde van de maand is er steeds een vergadering waarbij we de gang van zaken rond het jeugdhuis bespreken. In het begin kwamen alle punten van mij, nu merk ik dat de vrijwilligers zelf heel nuttige onderwerpen aanbrengen. Een week op voorhand vermeld ik dat ze punten moeten opschrijven en maken we er tijd voor, ik merk een hele vooruitgang, een vooruitgang die mij enorm gelukkig maakt. Twee van de vrijwilligers zijn echt heel bekwame mensen, ze gaan er voor en willen er iets goed van maken. Geld speelt natuurlijk altijd een rol maar ik heb gemerkt dat ze buiten het feit dat er een vergoeding is zeker hun best doen om te zorgen voor kwaliteit. De andere twee zijn iets jonger, minder gedreven maar ik zie zeker mogelijkheden. Zo hebben we Simon, ondertussen denk ik al aan hem als “mijn vlegel”. Hij slaagt er steeds in om iets te doen dat ik toch even moet ingrijpen: zo komt hij halfaangekleed binnengestormd tijdens de vergadering, als ik hem dan aankijk en vraag waarom hij te laat is, vraagt hij aan mij op verbijsterde toon en geschrokken ogen hoe laat het is, misschien zelfs verwachtend dat ik hem even zal bijstaan en liegen over het eigenlijke uur. Wanneer ik net tegen de jongeren ben gaan zeggen dat ze het juiste materiaal moeten gebruiken om te badmintonnen zie ik Simon tien minuten later vrolijk badmintonnen met een grote bal. Als ik de leesruimte binnenkom moet ik hem soms zeggen dat hij niet op de tafel moet gaan liggen, … Ik merk aan hem dat hij dit zeker niet doelbewust doet maar dat hij gewoon heel ontspannen kan zijn en zich gemakkelijk verliest in zijn verlangens. Zo had ik hem gisteren nog maar eens op het matje moeten roepen omdat hij niet was komen opdagen voor de opkuis. Aangezien we momenteel met een zieke zitten had ik hem gezegd dat hij dan woensdagmorgen langs haar moest gaan om te checken of ze al kon komen werken. Indien niet zou hij moeten komen. Toen ik hem vijf minuten later vroeg wat hij woensdag zou doen, zij hij doodleuk: niets speciaals. Ik stelde de vraag nog eens en maande hem aan om toch even goed na te denken. Ik zag hem zijn hoofd breken terwijl hij de tijd nam om alle mogelijke antwoorden te overwegen. Ik kon me niet meer houden en riep: “maar Simon toch!”, de andere vrijwilligers lagen bijna op de grond van het lachen. Ik gaf Simon een geheugensteuntje en vermeldde het jeugdcentrum. Toen herinnerde hij zich plots weer dat hij vrijwilliger was en zei hij doodleuk dat hij woensdag zou komen werken. Ik legde hem nog maar eens uit dat hij eerst langs Margaret moest. Ah ja, dat was waar. Aangezien ik merkte dat hij vijf minuten later weer met zijn hoofd in de wolken zat en zeker wou zijn dat er geen problemen zouden zijn vroeg ik hem nog eens wat hij woensdag zou doen. De dromer van dienst antwoord doodleuk dat hij misschien wel eens gaat voetballen. Nadat ik had geroepen dat het toch niet meer normaal was en dat hij naar het jeugdcentrum moest komen als Margaret nog ziek was kon ik me niet meer houden van het lachen. Hij keek me verstrooid en met een onschuldig kopje aan waarbij hij heel rustig zij dat hij dit wist maar dat hij er over dacht om te gaan voetballen als hij niet moest komen. Ik zou boos kunnen worden maar om eerlijk te zijn vind ik de manier hoe hij met de dingen omgaat wel charmant en kan ik wel begrijpen dat hij liever plannen ter ontspanning maakt. Waarom ook niet, Simon ambieert ook geen te verantwoordelijke positie en zal waarschijnlijk nog een hele tijd iemand nodig hebben die hem op zijn verantwoordelijkheden wijst. Hij weet dat ik hem in t oog houd en ik weet dat ik een extra oogje in het zeil moet houden als het over hem gaat. We hebben ons hier beiden bij neergelegd en weten wat we van elkaar kunnen verwachten. Gisteren had hij toch al een net hemd aan en was hij op tijd. De vlegel doet zijn best en als hij één keer vertrokken is onder mijn waakzaam oog heeft hij zeker heel wat kwaliteiten, zo is hij heel goed in de sportactiviteiten en nadenken over hoe hij op een gemakkelijke manier extra geld kan bemachtigen. De manier waarop hij dit doet vertederd me zelfs wat. We zullen woensdag zien of ik hem moet gaan opsporen en zijn voetbal gaan kapot steken om mijn punt duidelijk te maken, dan zal de vertedering wel weg zijn, haha.
Laston, een andere vrijwilliger, is het tegenovergestelde van Simon. Hij loopt voortdurend zenuwachtig rond, probeert bij me in een goed blaadje te komen op allerlei manieren, herhaalt me voortdurend en indien mogelijk zou hij ook nog graag een paar commando’s uit delen over half Afrika. Ik moet toegeven dat ik in het begin een beetje zenuwachtig werd van zijn achtervolgingsgedrag en bevestiging zoeken. Ik probeerde dan ook geregeld te ontsnappen aan zijn voortdurende aanwezigheid. Na een tijdje kreeg ik echter meer en meer plezier in hem en vonden we een manier om goed met elkaar om te gaan. Het is misschien niet mooi, maar ik had er veel pret in om hem al eens op zijn paard te zetten. Laston had niet veel nodig om als een wilde rond te galopperen en ik moet bekennen dat ik er al eens spek in had. We wisten beiden hoe het zat. Ik heb ondervonden dat er in Malawi niet veel woorden nodig zijn om elkaar te begrijpen en te weten hoe de relatie zit, geen gezever, we voelen het wel. Het duurde niet lang of ik was op voorhand al blij als ik Laston weer eens zou zien. Onze band groeide, Laston werd rustiger, wist dat hij niet te zenuwachtig moest zijn, te veel moeite moest doen om in een goed blaadje te komen en zijn kwaliteiten kwamen meer en meer naar boven. Ik heb nog maar eens ervaren dat relaties tussen mensen vaak tot iets moois kunnen groeien als je een goede manier vind om met elkaar om te gaan en open staat om om te gaan met gedragingen die je in eerste instantie minder liggen, vaak schuilt er iets achter dit gedrag of het feit dat je het er moeilijk mee hebt. Je kan er enkel van groeien. Sinds enkele weken heeft Laston een vriendin. Nog voor het officieel was is hij mij komen informeren over de gang van zaken en hoe hij het verder zou aanpakken. Laston is een doelgericht mannetje en laat me bij deze vermelden dat hij heeft zijn doel heeft bereikt, het meisje woont nu bij hem. Hij loopt rond als een trotse pauw, heeft al gesproken over een afspraak met mij om haar te ontmoeten en wij (de andere vrijwilligers en ik) maken goedbedoelde grapjes rond het hele gegeven. Laston kan er mee lachen, zijn paard staat voorlopig in de stal en maar goed ook, het kan wel wat rust gebruiken ;)
Harriet is de voorzitster. Ze is een zachte, warme vrouw waar toch genoeg pit in zit. Ik moet toegeven dat ik een boon voor haar heb. Ze doet haar werk goed, laat zich niet schuren en is toch bescheiden. Daarenboven heeft ze nog een grote dosis humor waardoor ze niet veel nodig heeft om onderlinge pretjes uit te wisselen. Ik vertrouw er op dat zij het jeugdcentrum mee in goede banen zal leiden, het is een plezier om haar te mogen kennen.
Tenslotte hebben we Margaret, zij is er als laatste bijgekomen en de jongste. Zij lijkt iemand stil en verlegen maar als ze denkt dat ik haar niet zie dan druipt de pit er af. Ik heb een vermoeden en hoop dat zij zich nog in een hele positieve zin zal ontwikkelen. We zullen zien. Al bij al denk ik dat het jeugdcentrum wel zal werken met deze vier mensen, als er af en toe eens een vrijwilliger in komt om nieuwe spelletjes aan te leren en het niveau op te krikken heb ik er alle vertrouwen in. Ik heb er van genoten om met deze vier mensen samen te mogen werken, de warme sfeer die er tussen ons is gegroeid, is iets waar ik meer dan eens door ontroerd ben. Ik wens hen dan ook alles succes en zal proberen om hen de laatste maand nog goed mogelijk bij te staan.
Ondertussen heb ik een extra watchman aangenomen. De laatste periode is er al tweemaal iets gestolen buiten. Nu enkele mensen weten dat ik bijna zal vertrekken moet ik toch iets voorzichtiger zijn. Ik mag niet vergeten dat ik vertoef in een land met een bevolking waar de meerderheid enorm arm is. Ik vind het verbazingwekkend dat er niet meer wordt ingebroken, gestolen als ik hun schrijnende armoede zie. De kippetjes lopen nog vrolijk rond, de mais blijft goed staan. Ik weet niet of ik zoveel zelfbeheersing zou hebben als ik in hun schoenen stond, ik vermoed dat er wel eens een kippetje zou sneuvelen als ik met een maag vol honger loop. Nu ik bijna vertrek heb ik meer kans om toch nog iemand binnen te krijgen, het gebeurt wel meer als buitenlanders van plan zijn om huiswaarts te keren nog een onverwacht bezoek krijgen. Ik heb geen nood aan dit sociaal gebeuren en weet dat ik mijn watchman best een vriend geef om dit te vermijden. De eer van vriend van dienst gaat naar mijn buurman. Ik heb hem enkele maanden mogen observeren en merkte dat hij nogal stoutmoedig te werk kan gaan. Als er een dief in de buurt is werken de mensen hier nogal vaak op eigen initiatief, mijn buurman is de eerste om mee achter de dief te jagen en hem aan de wetten te herinneren. Ik moet eerlijk toegeven dat ik de manier waarop niet toejuich maar als het over mijn veiligheid gaat kan ik me op het ogenblik niemand beter beschikbaar voorstellen.
Mijn buurman was nog maar net binnen of hij had al een heel veiligheidsplan. Na twee minuten was hij mij aan het commanderen dat ik mijn ramen moest dicht doen, na tien minuten riep hij van buiten naar binnen dat de elektriciteit terug werkte en ik gerust mijn lichten kon aan doen. Terwijl ik in bed lag hoorde ik de mannen geanimeerd met elkaar in gesprek gaan. Ik kon enkel glimlachen bij hun Malawese manier van doen, we kunnen nog iets leren van het gemak waarop de mensen hier met elkaar in gesprek gaan. Ik voelde me terug een pak veiliger en zou goed kunnen slapen. Dat was buiten de groeiende vriendschap van de twee mannen gerekend. Rond twee uur werd ik wakker, er was blijkbaar een nieuw gespreksonderwerp gevonden dat met het nodige enthousiasme moest besproken worden. Één ding was zeker: mijn watchmannen sliepen niet, toch ook al positief. Het minder positieve was dat ik ook niet meer sliep. Een kwartier later sprong ik uit mijn bed, iemand moest ze gaan sussen voor heel de buurt wakker was. Ik vroeg hen om iets stiller te zijn. Ze keken me met schuldige oogjes aan en beloofden om dit te doen. Niet veel later viel ik terug in slaap. Om half zes schrok ik wakker van het geluid van een radio, de mannen hadden een radiootje en wilden schijnbaar het volume testen. Ik besloot om het te negeren aangezien ik een licht vermoeden had dat ze me probeerden wakker te krijgen om nog met me te spreken. Maar onderschat nooit een Malawees, we hebben het hier over mannen met veel geduld, tijdens het wachten zetten ze het radiootje keer op keer aan. Met een zucht besloot ik om dan toch maar uit mijn bed te komen om te gaan zeggen dat ze naar huis mochten gaan. Terwijl ik nog maar bezig ben met het openen van mijn deur stonden ze al met twee klaar met een glimlach op hun gezicht. Ze moesten me nog vertellen dat ze de hele nacht niet geslapen hadden om mij te bewaken, iets dat ik eigenlijk al wist gezien hun lawaai. Ik moest mijn lach inhouden terwijl ik ze naar huis stuurde met de boodschap dat de bewaking in het vervolg wat stiller mag. Ik vermoed dat ze met hun luidruchtigheid al de dieven hebben afgeschrikt, de mannen hebben hun job gedaan, ik mag niet klagen zou ik zo denken. Mijn slapend bang wakertje is veranderd in een sociaal actief nachtdier, wat een extra man al niet kan doen ;).
Tejonana;
Veerle
dinsdag 29 maart 2011
woensdag 9 maart 2011
The sausage, snoop doggie doggie dooooooggg en Anna alias Rianna
De voorbije drie weken zijn twee vriendinnen op bezoek geweest, terug een stukje België in Malawi. De eerste dagen merkte ik goed dat ik de voorbije maanden in een hele andere wereld had geleefd; maar wat vertrouwd is komt snel terug, het duurde niet lang of we zaten met zijn drietjes terug op dezelfde krankzinnige lijn. Hun bezoek is dan ook niet ongemerkt voorbij gegaan. Telkens als ik mijn vriendinnen voorstelde bleek dat de Malawees de naam Winnie toch niet helemaal kon uitspreken, het werd meer een Weeeeny. Ik vond het niet meer dan normaal dan de door mij geliefde Malawees te helpen en er onmiddellijk: “The sausage” van te maken. Gemakkelijk voor de Malawees, pret voor mij. In het internetcafé waar ik altijd kom werd the sausage uitgebreid voorgesteld aan een krankzinnige werkneemster die om één of andere reden een speciale boon voor me heeft en me steeds enthousiast knuffelt en eten aanbiedt. Ik vond het dan ook niet meer als normaal om mijn vrienden goed voor te stellen. Ze zou vanaf dat moment: ‘hey sausage’ roepen als ze de Weeeeeny zag passeren. Ik had al dolle pret van te voren want de Malawees kennende zou dit echt gebeuren en dan liefst nog in een volle buurt. Niet veel later had ik al geluk. Ik zat alleen in het internetcafé, aangezien Birge en Winnie nog aan het Malawimeer waren, toen er een meisje binnen kwam. De werkneemster riep zeer luid: “hellow Sausage, welcome Sausage! Het meisje; waarvan ik wist dat het niet “The alomgekende sausage alias de Weeeeeny was”; leek een beetje in de war. Ik lag bijna op de grond van het lachen. De werkneemster gaf niet op en bleef Sausage roepen, ze wou weten hoe het met de Sausage was. Ik twijfelde even of ik zou ingrijpen maar besloot dat ik genoeg pret had gehad en de werkneemster te helpen. Ik riep dan ook door heel het café: That is not the sausage! Nadat iedereen al vreemd naar de werkneemster had zitten gluren was het mijn beurt om aangestaard te worden. De werkneemster zat volledig met haar gedachten bij “het worstje” en riep dat the sausage moest gaan zitten. Ze had mijn boodschap duidelijk niet kunnen opnemen in haar enthousiasme. De tranen liepen over mijn wangen van het lachen toen ik nog maar eens riep: that is not the sausage! Gelukkig had ze me nu wel gehoord, ze zweeg onmiddellijk en verdween niet veel later. Het meisje dat per ongeluk voor worstje was aanzien leek in de war maar de gemoederen waren bedaard. Niet veel later stond ik vol napret op straat. Twee minuten nadien kwam ik de internetvrouw tegen, nog steeds een beetje over haar toeren. Ze was eindelijk uit de ontkenning en riep: that was not the sausage! Al lachend bevestigde ik het nog maar eens. Aangezien een Malawees heel goed kan relativeren zag ze de humor van heel het gebeurde in, hardop lachend ging zij haar kant uit en ik de mijne! In België had ik waarschijnlijk een pakje slaag gekregen, hier pret op een bordje, relativeren is een mooie eigenschap zou ik zo zeggen!
Een aantal dagen later zaten Birge, Winnie en ik in een busje samen met een zat politiemannetje. Hij was in zijn element en wij ook. Dat beloofde! Het duurde dan ook niet lang of we waren in gesprek en de man had niet veel tot niets nodig om te geloven dat ik de enige echte snoop doggie doggie dooooog was. Hij vond het ook niet erg dat ik met mijn volle naam wou aangesproken worden. Spek naar mijn bek. We gierden van het lachen en besloten dat we boven op de snoop doggie doggie doooog nog een M en M zouden plaatsen en Anna alias Rihanna. Winnie en Birge gaven ook het beste van hunzelf, maar zo zijn we natuurlijk. Mister policeman was helemaal weg met ons verhaal en we raakten in een geanimeerd gesprek. Fantasie genoeg en allemaal mogelijk in Malawi. Toen we uit het busje stapten hoorden we het mannetje tegen de anderen zeggen dat hij bij Snoop doggie doggie doooog gezeten had. In België durven we dit, als goede vrienden, ook al eens te doen met het volk maar meestal zijn wij de enigen die niet uit onze rol vallen en dolle pret beleven aan ons verzinsel. Hier vormt het geen enkel probleem om mensen te vinden die onmiddellijk bereid zijn om mee te spelen. Wanneer ik er over nadenk dan denk ik dat de mensen al genoeg miserie hebben zodat ze elk moment aan grijpen om er alsnog iets leuk van te maken. Ik ervaar de meeste onder de Malawezen toch op deze manier en kan alleen maar besluiten dat ik een groot voorstander ben van deze manier van denken. Naar mijn bescheiden mening kunnen we er in België nog iets van leren (dan kan ik veilig overkomen, haha).
Naast de zotte momenten die we hier al beleefd hebben en we mijn watchman er zonder woorden van hebben kunnen overtuigen dat een blanke vrouw meer dan getikt is hebben we natuurlijk ook onze tijd op een diepzinniger niveau doorgebracht. Birge en Winnie zijn een aantal keren meegeweest naar het project en ik woon tussen de arme mensen waardoor je het echte leven te zien krijgt. Hoe je het ook draait of keert als je op een bewuste manier tijd in Malawi wil doorbrengen hoort dit stuk er ook bij. Ik zou het spijtig vinden als mijn vrienden in Malawi komen en enkel de mooie zaken te zien krijgen. Gelukkig zijn ze er ook de mensen niet naar om dit deel van het leven niet te willen ervaren. Het is niet omdat je de bevolking vaak ziet lachen dat er geen ellende is, vaak is het net een manier om met de ellende om te gaan. Birge en Winnie zullen zelf hun ervaringen op het einde neerschrijven.
Ondertussen raakt mijn budget en tijd hier op en besef ik des te meer dat kiezen ook verliezen is. Wat zal ik doen: terug naar België? Door mijn vrienden hier bij mij te hebben besef ik des te meer wat ik hier mis en sta ik meer stil bij de weg die ik ondertussen heb afgelegd. Je leven terug opbouwen op een vreemde plaats, voortdurend mijn budget in het oog houden, geen zekerheid over de toekomst, geloof me, het was niet altijd even gemakkelijk. Vooral het feit dat je vrienden en familie ver weg zijn en je alles alleen moet doen, ook als het even moeilijk is kruipt niet in je koude kleren. Ik hou van Malawi en de Malawees maar hoe je het ook draait of keert ik blijf altijd een blanke/vreemde. Aangezien blank gelijk staat met rijkdom en geen enkele Malawees gelooft dat ik naar hier ben gekomen op eigen kosten; word ik voortdurend aangesproken om schoolfees te betalen, kleren, eten te schenken of gewoonweg geld te geven. Diepere vriendschappen zijn op het ogenblik nog moeilijk owv het cultuurverschil en het feit dat ik enkel basischechewa spreek en nog steeds als “de rijke” wordt aanzien. Als ik mezelf vergelijk met velen onder hen ben ik dat ook om eerlijk te zijn; maar als ik dan bekijk hoe ik ervoor zal staan als ik terug naar België ga kan de term “rijk” gerust geschrapt worden. Alhoewel, ik heb dan weer heel wat rijkdom verworven op een andere manier. Het jeugdcentrum draait nog steeds goed, ik zie zelfs al een mentaliteitsverschil onder sommigen van de jongeren en zie vele mogelijkheden die in de toekomst verder kunnen uitgebouwd worden. Als ik zie wat daar gebeurt; hoe de jeugd speelt en leest voel ik me de koning te rijk en zal ik het heel spijtig vinden als ik naar huis moet gaan op een moment dat de basis nog niet echt stabiel is. Moesten er toch mogelijkheden zijn om te blijven dan kies ik er nogmaals voor om nog een tijd door te brengen zonder mijn vrienden en familie, zekerheden. Ga ik terug naar België moet ik alles weer opnieuw opbouwen, wat natuurlijk ook heel leuk kan zijn: alles ligt weer open. Ik heb geleerd dat flexibiliteit en loslaten de sleutelwoorden zijn. Als je goed kan loslaten zijn er ook weer nieuwe mogelijkheden, ik zit op een serieuze cursus, nu nog kiezen volgens de mogelijkheden die er zijn! Wat het ook wordt, het zal zo moeten zijn (en dat vinden we fijn; holé!)
Salodder,
Veerle alias snoop doggy doggy doooooog!
Na een vlekkeloze vlucht, waar vooral eten en slapen centraal stond zetten we onze eerste voetjes op Malaweese grond. Na een nachtje overnachten in Lilongwe konden we onze busreis starten naar onze beste kamerados Veerle in Zomba. De busreis was de eerste confrontatie met het echte leven van de Malawezen. Beelden, geuren en kleuren met de nadruk op geuren maakten mij letterlijk misselijk. Ook de busstop was niet altijd rustgevend, we werden onmiddellijk getraind in het “No thank you” zeggen. Kinderen komen onmiddellijk bedelen of allerlei zaken verkopen. Mensen hebben hier echt niets en er wordt geleefd op een basic way en overleven is volgens mij priority number 1. Jong of oud, zelfzorg is hier noodzakelijk. En wij onze kinderen maar beschermen en verwennen. Liefst in een belletje grootbrengen met allerlei speelgoed en kleding dat soms maar eenmaal gebruikt wordt. Voor mezelf zijn kinderen het kostbaarste bezit, ook al heb ik er zelf geen, maar met een beetje minder komen ze er ook. Al het materiële wat wij bieden staat in contrast met de tijd die kinderen hier doorbrengen met hun moeder. Kinderen worden op de rug gebonden en gaan echt overal mee naartoe. Ze spelen met spullen die wij zelf nog niet de moeite waard vinden om te bekijken. Het is hier letterlijk van ‘wit’ naar ‘zwart’. Wanneer ze dan wel iets hebben merk je dat er in de opvoeding weinig wordt meegegeven rond respect, normen en waarden. Ik heb het gevoel dat kinderen gewoon hun eigen ding doen en weinig belang hechten aan wat ouders of een andere volwassene zegt. In het jeugdcentrum kreeg ik onmiddellijk een wam gevoel, samen spelen en lezen. Zowel groot en klein. Maar omgang met elkaar en respect voor materiaal zijn nog steeds aandachtspunten. Maar op een Malawees tempo komen ze er wel. Ik kan alleen maar zeggen dat Veerle hier enorm knap werk heeft geleverd en dat het weinige gegeven is om zo vol te houden. Professionalisme en haar goed humeur zorgen dat zij van zowel de vrijwilligers als de jongeren respect krijgt, maar daarvoor heeft ze moeten werken. Zij zijn de toekomst van Malawi en het is noodzakelijk om meer te investeren in de kinderen en jongeren van hier. Zelfs toen we op Chancelor College waren, op missverkiezing, werd duidelijk dat de ‘rijkere’ Malawezen weinig respect en discipline hadden. En misschien nog minder dan het arme maar wel warme volkje. In de buurt waar Veerle woont kan je niet anders dan stilstaan bij de rol van de vrouw. Heel veel van hen zitten in de prostitutie en hebben een zeer minderwaardige positie. Voorlichting, onderdak en stromend water zou voor hun geen overbodige luxe zijn. Het leven is hier voor niemand simpel maar ik moet natuurlijk opkomen voor de kinderen en vrouwen ;)
Maar ik mag zeker die mooie momenten niet vergeten. De vriendelijkheid op straat, kinderen die lachen en die je nadat je ze uren genegeerd hebt, nog steeds vriendelijk blijven. De mannen die hier gaan voor directe communicatie: ‘I want to marrie you’, ‘you are my baby’, of gewoonweg ‘i take you’. Belgische mannen en vrouwen stop met energie te verspillen aan de versiertrucs en vraag het op de man af. Des te meer energie voor andere dingen ;). De samenhorigheid die je hier voelt, de mengelmoes van religie, het tevreden zijn met weinig. Wij Belgen kunnen er nog wat van leren.
Maar vooral niet te vergeten de dolle pret die ik met mijn twee maatjes hier gehad heb. De watchman zal twee keer nadenken voor hij vraagt aan een Belgische vrouw om mee te gaan naar onze landje. Zeker nadat hij het spel haasje over, zatte fles en vuureke stook heeft gezien. Om nog maar te zwijgen van de Michael Jackson moves die ik hem met plezier toonde en het eindeloos gekwebbel van ons.
Een unieke reis, een leerrijke ervaring en terug het gevoel gelukkig te zijn met wat ik heb en vooral met wie ik ben.
Winnie, alias the sausige, alias Eminem.
Azungu, azungu, horen we geregeld van alle kanten klinken, waarop wij heel onwetende maar vriendelijk zoals we zijn steeds een goeiedag terug zeggen. Tot ons na enkele dagen duidelijk gemaakt wordt dat azungu blanke betekend en we met dit in het achterhoofd wel wat vindingrijker worden met onze antwoorden, want voor humor is dit Malaweese volkje wel te vinden. Langs de andere kant geeft dit heel sterk weer hoe ik me hier de eerste dagen voelde: heel erg blank, in de minderheid en kwetsbaar. Waarbij ik me tegelijkertijd een beeld tracht te vormen over hoe het is om als anderskleurige in Belgie rond te lopen. Malawi “ the warm hart of Afrika” deze titel hebben ze echt wel verdiend. En deze vriendelijkheid compenceert al vlug mijn kwetsbaar gevoel van in de minderheid te zijn. Deze vriendelijkheid en openhartigheid doet het gebrek aan luxe ( oeps, geen water vandaag, oh nu valt de elektriciteit net uit, …) al vlug vergeten. Al wil ik dit ook niet minimaliseren, want elektriciteit en stromend water is niet voor elke Malawees een vanzelfsprekendheid. Wij zitten nu op het einde van het regenseizoen, de mais staat volop in bloei, maar nog iets te vroeg om te oogsten, waardoor de voorraad aan voeding stilaan op geraakt en meerdere gezinnen in de problemen geraken.’ Wat zullen we vandaag eten’ krijgt hier een heel andere invulling dan wij gewoon zijn in onze “overconsumptiemaatschappij”. Geen 20 soorten chocolade, 30 merken waspoeder,… veel simpeler voor twijfelaars zoals ik. Ik prijs me dus ook bij de gelukkige dat ik nog eens mag ervaren en beseffen hoe rot verwent we zijn in Belgie en hoe vanzelfsprekend dit voor ons allemaal lijkt.
“Als het vandaag niet gebeurt dan gebeurt het morgen wel” Al nemen ze dit hier soms wel heel letterlijk. Toch geeft het mij een gevoel van rust, even weg uit het westerse werk en de prestatiedruk. Waarmee ik niet wil zeggen dat hier niet gewerkt wordt. De fysieke inspanningen en kracht die hier geleverd wordt is af te lezen op de gespierde mannentorso’s die toevallig geregeld mijn zicht passeren;-). Hier moet men niet naar de fitness om spieren te kweken.
Vrouwen met tonnen vis, water, boomstronken op hun hoofd typeren het straatbeeld. Nog een van die dingen die ik hier nog wil uitproberen, maar ik vrees dat dit niet zonder accidenten zal aflopen en alles wat ze hier op hun hoofd dragen is vrij kostbaar hier . Maar het zou ze weer een reden kunnen geven om eens goed te lachen met die ‘azungu’. Met ons drietjes zijn we het deze keer zonder veel discussie overeen gekomen dat de vrouw (ook) hier het sterkste geslacht is!
Africa een avontuur, je moet het niet ver gaan zoeken. Het vervoer op zich geeft uitdaging genoeg; fietstaxi, bus, minibus, truck,… Eerst discussie over de prijs:’ I give you a good price’ is een standaard zinnetje dat elke malawees met de paplepel heeft meegekregen. Afbieden en humor zo geraken we meestal wel op een bus. Wanneer vertrekt de bus? ‘Dadelijk’ wat hier wil zeggen als ze vol zit. En vol is vrij relatief: meer mensen, meer geld (voor de driver), meer amusement, meer dieren, meer spierpijn meer ongevraagde lijfelijkheid meer geuren en kleuren,… avontuur en amusement verzekerd dus. Plus een goede assertiviteitstraining of ik had al 10 keer getrouwd geweest, jawel, zo duidelijk zijn ze hier in hun communicatie.
Nog enkele woorden en indrukken om deze reis en ervaring weer te geven;
respect: voor het doorzettingsvermogen en het optimisme van de bevolking. Voor het doorzettingsvermogen van Veerle in de oprichting van het jeugdhuis en in haar omgaan met het malawese leven. Humor: waar blijkbaar elke Malawees mee geboren wordt, of is het om maar niet te moeten denken aan de dagelijkse miserie om te overleven. Humor tijdens onze Malawese avonden op terras bij Veerle. Als de Malawezen ons als referentie neemt om zich een beeld te vormen van de Belgische bevolking vrees ik dat we hier een verantwoordelijkheid gemist hebben . T’ja, de boog kan niet altijd gespannen staan he. Thuis: ook waren we duidelijk de ‘azungu’, door de vriendelijkheid, openhartigheid van dit volkje had ik hier toch wel een beetje een thuisgevoel. En natuurlijk door de aanwezigheid van Winnie haar Michael J. move’s, ‘Malerone herinneringen en Veerle haar ‘subtiele vriendelijk bedoelde plagerijen’ of i’m so good move’s.
De afwisseling tussen, vakantie en leven tussen de Malawese bevolking was voor mij een super vakantie en evaring!
Birge, alias anna, Rihanna the bodyguard.
Een aantal dagen later zaten Birge, Winnie en ik in een busje samen met een zat politiemannetje. Hij was in zijn element en wij ook. Dat beloofde! Het duurde dan ook niet lang of we waren in gesprek en de man had niet veel tot niets nodig om te geloven dat ik de enige echte snoop doggie doggie dooooog was. Hij vond het ook niet erg dat ik met mijn volle naam wou aangesproken worden. Spek naar mijn bek. We gierden van het lachen en besloten dat we boven op de snoop doggie doggie doooog nog een M en M zouden plaatsen en Anna alias Rihanna. Winnie en Birge gaven ook het beste van hunzelf, maar zo zijn we natuurlijk. Mister policeman was helemaal weg met ons verhaal en we raakten in een geanimeerd gesprek. Fantasie genoeg en allemaal mogelijk in Malawi. Toen we uit het busje stapten hoorden we het mannetje tegen de anderen zeggen dat hij bij Snoop doggie doggie doooog gezeten had. In België durven we dit, als goede vrienden, ook al eens te doen met het volk maar meestal zijn wij de enigen die niet uit onze rol vallen en dolle pret beleven aan ons verzinsel. Hier vormt het geen enkel probleem om mensen te vinden die onmiddellijk bereid zijn om mee te spelen. Wanneer ik er over nadenk dan denk ik dat de mensen al genoeg miserie hebben zodat ze elk moment aan grijpen om er alsnog iets leuk van te maken. Ik ervaar de meeste onder de Malawezen toch op deze manier en kan alleen maar besluiten dat ik een groot voorstander ben van deze manier van denken. Naar mijn bescheiden mening kunnen we er in België nog iets van leren (dan kan ik veilig overkomen, haha).
Naast de zotte momenten die we hier al beleefd hebben en we mijn watchman er zonder woorden van hebben kunnen overtuigen dat een blanke vrouw meer dan getikt is hebben we natuurlijk ook onze tijd op een diepzinniger niveau doorgebracht. Birge en Winnie zijn een aantal keren meegeweest naar het project en ik woon tussen de arme mensen waardoor je het echte leven te zien krijgt. Hoe je het ook draait of keert als je op een bewuste manier tijd in Malawi wil doorbrengen hoort dit stuk er ook bij. Ik zou het spijtig vinden als mijn vrienden in Malawi komen en enkel de mooie zaken te zien krijgen. Gelukkig zijn ze er ook de mensen niet naar om dit deel van het leven niet te willen ervaren. Het is niet omdat je de bevolking vaak ziet lachen dat er geen ellende is, vaak is het net een manier om met de ellende om te gaan. Birge en Winnie zullen zelf hun ervaringen op het einde neerschrijven.
Ondertussen raakt mijn budget en tijd hier op en besef ik des te meer dat kiezen ook verliezen is. Wat zal ik doen: terug naar België? Door mijn vrienden hier bij mij te hebben besef ik des te meer wat ik hier mis en sta ik meer stil bij de weg die ik ondertussen heb afgelegd. Je leven terug opbouwen op een vreemde plaats, voortdurend mijn budget in het oog houden, geen zekerheid over de toekomst, geloof me, het was niet altijd even gemakkelijk. Vooral het feit dat je vrienden en familie ver weg zijn en je alles alleen moet doen, ook als het even moeilijk is kruipt niet in je koude kleren. Ik hou van Malawi en de Malawees maar hoe je het ook draait of keert ik blijf altijd een blanke/vreemde. Aangezien blank gelijk staat met rijkdom en geen enkele Malawees gelooft dat ik naar hier ben gekomen op eigen kosten; word ik voortdurend aangesproken om schoolfees te betalen, kleren, eten te schenken of gewoonweg geld te geven. Diepere vriendschappen zijn op het ogenblik nog moeilijk owv het cultuurverschil en het feit dat ik enkel basischechewa spreek en nog steeds als “de rijke” wordt aanzien. Als ik mezelf vergelijk met velen onder hen ben ik dat ook om eerlijk te zijn; maar als ik dan bekijk hoe ik ervoor zal staan als ik terug naar België ga kan de term “rijk” gerust geschrapt worden. Alhoewel, ik heb dan weer heel wat rijkdom verworven op een andere manier. Het jeugdcentrum draait nog steeds goed, ik zie zelfs al een mentaliteitsverschil onder sommigen van de jongeren en zie vele mogelijkheden die in de toekomst verder kunnen uitgebouwd worden. Als ik zie wat daar gebeurt; hoe de jeugd speelt en leest voel ik me de koning te rijk en zal ik het heel spijtig vinden als ik naar huis moet gaan op een moment dat de basis nog niet echt stabiel is. Moesten er toch mogelijkheden zijn om te blijven dan kies ik er nogmaals voor om nog een tijd door te brengen zonder mijn vrienden en familie, zekerheden. Ga ik terug naar België moet ik alles weer opnieuw opbouwen, wat natuurlijk ook heel leuk kan zijn: alles ligt weer open. Ik heb geleerd dat flexibiliteit en loslaten de sleutelwoorden zijn. Als je goed kan loslaten zijn er ook weer nieuwe mogelijkheden, ik zit op een serieuze cursus, nu nog kiezen volgens de mogelijkheden die er zijn! Wat het ook wordt, het zal zo moeten zijn (en dat vinden we fijn; holé!)
Salodder,
Veerle alias snoop doggy doggy doooooog!
Na een vlekkeloze vlucht, waar vooral eten en slapen centraal stond zetten we onze eerste voetjes op Malaweese grond. Na een nachtje overnachten in Lilongwe konden we onze busreis starten naar onze beste kamerados Veerle in Zomba. De busreis was de eerste confrontatie met het echte leven van de Malawezen. Beelden, geuren en kleuren met de nadruk op geuren maakten mij letterlijk misselijk. Ook de busstop was niet altijd rustgevend, we werden onmiddellijk getraind in het “No thank you” zeggen. Kinderen komen onmiddellijk bedelen of allerlei zaken verkopen. Mensen hebben hier echt niets en er wordt geleefd op een basic way en overleven is volgens mij priority number 1. Jong of oud, zelfzorg is hier noodzakelijk. En wij onze kinderen maar beschermen en verwennen. Liefst in een belletje grootbrengen met allerlei speelgoed en kleding dat soms maar eenmaal gebruikt wordt. Voor mezelf zijn kinderen het kostbaarste bezit, ook al heb ik er zelf geen, maar met een beetje minder komen ze er ook. Al het materiële wat wij bieden staat in contrast met de tijd die kinderen hier doorbrengen met hun moeder. Kinderen worden op de rug gebonden en gaan echt overal mee naartoe. Ze spelen met spullen die wij zelf nog niet de moeite waard vinden om te bekijken. Het is hier letterlijk van ‘wit’ naar ‘zwart’. Wanneer ze dan wel iets hebben merk je dat er in de opvoeding weinig wordt meegegeven rond respect, normen en waarden. Ik heb het gevoel dat kinderen gewoon hun eigen ding doen en weinig belang hechten aan wat ouders of een andere volwassene zegt. In het jeugdcentrum kreeg ik onmiddellijk een wam gevoel, samen spelen en lezen. Zowel groot en klein. Maar omgang met elkaar en respect voor materiaal zijn nog steeds aandachtspunten. Maar op een Malawees tempo komen ze er wel. Ik kan alleen maar zeggen dat Veerle hier enorm knap werk heeft geleverd en dat het weinige gegeven is om zo vol te houden. Professionalisme en haar goed humeur zorgen dat zij van zowel de vrijwilligers als de jongeren respect krijgt, maar daarvoor heeft ze moeten werken. Zij zijn de toekomst van Malawi en het is noodzakelijk om meer te investeren in de kinderen en jongeren van hier. Zelfs toen we op Chancelor College waren, op missverkiezing, werd duidelijk dat de ‘rijkere’ Malawezen weinig respect en discipline hadden. En misschien nog minder dan het arme maar wel warme volkje. In de buurt waar Veerle woont kan je niet anders dan stilstaan bij de rol van de vrouw. Heel veel van hen zitten in de prostitutie en hebben een zeer minderwaardige positie. Voorlichting, onderdak en stromend water zou voor hun geen overbodige luxe zijn. Het leven is hier voor niemand simpel maar ik moet natuurlijk opkomen voor de kinderen en vrouwen ;)
Maar ik mag zeker die mooie momenten niet vergeten. De vriendelijkheid op straat, kinderen die lachen en die je nadat je ze uren genegeerd hebt, nog steeds vriendelijk blijven. De mannen die hier gaan voor directe communicatie: ‘I want to marrie you’, ‘you are my baby’, of gewoonweg ‘i take you’. Belgische mannen en vrouwen stop met energie te verspillen aan de versiertrucs en vraag het op de man af. Des te meer energie voor andere dingen ;). De samenhorigheid die je hier voelt, de mengelmoes van religie, het tevreden zijn met weinig. Wij Belgen kunnen er nog wat van leren.
Maar vooral niet te vergeten de dolle pret die ik met mijn twee maatjes hier gehad heb. De watchman zal twee keer nadenken voor hij vraagt aan een Belgische vrouw om mee te gaan naar onze landje. Zeker nadat hij het spel haasje over, zatte fles en vuureke stook heeft gezien. Om nog maar te zwijgen van de Michael Jackson moves die ik hem met plezier toonde en het eindeloos gekwebbel van ons.
Een unieke reis, een leerrijke ervaring en terug het gevoel gelukkig te zijn met wat ik heb en vooral met wie ik ben.
Winnie, alias the sausige, alias Eminem.
Azungu, azungu, horen we geregeld van alle kanten klinken, waarop wij heel onwetende maar vriendelijk zoals we zijn steeds een goeiedag terug zeggen. Tot ons na enkele dagen duidelijk gemaakt wordt dat azungu blanke betekend en we met dit in het achterhoofd wel wat vindingrijker worden met onze antwoorden, want voor humor is dit Malaweese volkje wel te vinden. Langs de andere kant geeft dit heel sterk weer hoe ik me hier de eerste dagen voelde: heel erg blank, in de minderheid en kwetsbaar. Waarbij ik me tegelijkertijd een beeld tracht te vormen over hoe het is om als anderskleurige in Belgie rond te lopen. Malawi “ the warm hart of Afrika” deze titel hebben ze echt wel verdiend. En deze vriendelijkheid compenceert al vlug mijn kwetsbaar gevoel van in de minderheid te zijn. Deze vriendelijkheid en openhartigheid doet het gebrek aan luxe ( oeps, geen water vandaag, oh nu valt de elektriciteit net uit, …) al vlug vergeten. Al wil ik dit ook niet minimaliseren, want elektriciteit en stromend water is niet voor elke Malawees een vanzelfsprekendheid. Wij zitten nu op het einde van het regenseizoen, de mais staat volop in bloei, maar nog iets te vroeg om te oogsten, waardoor de voorraad aan voeding stilaan op geraakt en meerdere gezinnen in de problemen geraken.’ Wat zullen we vandaag eten’ krijgt hier een heel andere invulling dan wij gewoon zijn in onze “overconsumptiemaatschappij”. Geen 20 soorten chocolade, 30 merken waspoeder,… veel simpeler voor twijfelaars zoals ik. Ik prijs me dus ook bij de gelukkige dat ik nog eens mag ervaren en beseffen hoe rot verwent we zijn in Belgie en hoe vanzelfsprekend dit voor ons allemaal lijkt.
“Als het vandaag niet gebeurt dan gebeurt het morgen wel” Al nemen ze dit hier soms wel heel letterlijk. Toch geeft het mij een gevoel van rust, even weg uit het westerse werk en de prestatiedruk. Waarmee ik niet wil zeggen dat hier niet gewerkt wordt. De fysieke inspanningen en kracht die hier geleverd wordt is af te lezen op de gespierde mannentorso’s die toevallig geregeld mijn zicht passeren;-). Hier moet men niet naar de fitness om spieren te kweken.
Vrouwen met tonnen vis, water, boomstronken op hun hoofd typeren het straatbeeld. Nog een van die dingen die ik hier nog wil uitproberen, maar ik vrees dat dit niet zonder accidenten zal aflopen en alles wat ze hier op hun hoofd dragen is vrij kostbaar hier . Maar het zou ze weer een reden kunnen geven om eens goed te lachen met die ‘azungu’. Met ons drietjes zijn we het deze keer zonder veel discussie overeen gekomen dat de vrouw (ook) hier het sterkste geslacht is!
Africa een avontuur, je moet het niet ver gaan zoeken. Het vervoer op zich geeft uitdaging genoeg; fietstaxi, bus, minibus, truck,… Eerst discussie over de prijs:’ I give you a good price’ is een standaard zinnetje dat elke malawees met de paplepel heeft meegekregen. Afbieden en humor zo geraken we meestal wel op een bus. Wanneer vertrekt de bus? ‘Dadelijk’ wat hier wil zeggen als ze vol zit. En vol is vrij relatief: meer mensen, meer geld (voor de driver), meer amusement, meer dieren, meer spierpijn meer ongevraagde lijfelijkheid meer geuren en kleuren,… avontuur en amusement verzekerd dus. Plus een goede assertiviteitstraining of ik had al 10 keer getrouwd geweest, jawel, zo duidelijk zijn ze hier in hun communicatie.
Nog enkele woorden en indrukken om deze reis en ervaring weer te geven;
respect: voor het doorzettingsvermogen en het optimisme van de bevolking. Voor het doorzettingsvermogen van Veerle in de oprichting van het jeugdhuis en in haar omgaan met het malawese leven. Humor: waar blijkbaar elke Malawees mee geboren wordt, of is het om maar niet te moeten denken aan de dagelijkse miserie om te overleven. Humor tijdens onze Malawese avonden op terras bij Veerle. Als de Malawezen ons als referentie neemt om zich een beeld te vormen van de Belgische bevolking vrees ik dat we hier een verantwoordelijkheid gemist hebben . T’ja, de boog kan niet altijd gespannen staan he. Thuis: ook waren we duidelijk de ‘azungu’, door de vriendelijkheid, openhartigheid van dit volkje had ik hier toch wel een beetje een thuisgevoel. En natuurlijk door de aanwezigheid van Winnie haar Michael J. move’s, ‘Malerone herinneringen en Veerle haar ‘subtiele vriendelijk bedoelde plagerijen’ of i’m so good move’s.
De afwisseling tussen, vakantie en leven tussen de Malawese bevolking was voor mij een super vakantie en evaring!
Birge, alias anna, Rihanna the bodyguard.
woensdag 9 februari 2011
puurheid
Achter mijn huis is een bron, de mensen komen er hun was doen en wassen er zich vaak. Ze hebben de keuze om dit beneden aan de bron te doen of om op een rots te staan zodat ze een mooi overzicht hebben in mijn tuin en huis. Wat zou jij doen als je de keuze hebt tussen braafjes je werk doen in het saaie ritme dat je kent of het leven van een Mzungu te observeren en de nodige commentaar te leveren? Hier weten ze het wel; optie één belandt onmiddellijk in de vuilbak en de blanke zal geobserveerd worden door heel de gemeenschap, eventueel kan er nog een aflossing van de wacht besproken worden. In België zouden de mensen proberen om dit op een stiekeme manier te doen, in Malawi ontbreken enkel de chips en de popcorn om het zo mogelijk nog aangenamer te maken en het gevoel van goede film te stimuleren. Als het kijken dan saai begint te worden gaan ze over tot de volgende stap, namelijk: nodig jezelve eens uit bij een vreemde. Van op de rots wordt er dan naar mij geroepen of een klapke tot de mogelijkheden behoort. Dat zij chechewa spreken en ik voornamelijk Engels speelt geen rol, de volgende stap moet en zal gezet worden, een gesprek is meer dan noodzakelijk. Zo gaat het elke dag: ergens mooi, soms iets minder mooi, maar zeker puur. Vandaag wandelde ik naast het bronnetje, een stuk of zeven kindjes zaten naakt in één of ander badje. Ik stak mijn hand naar hen op, ogenblikkelijk gingen al de handjes in de lucht om terug te wuiven, de kindjes waren echt nog heel klein, toch was er geen volwassene te bespeuren. Geen nood, ze wisten wat te doen, de oudste van de kleintjes nam het hef in handen. Het beeld dat ik te zien kreeg was fantastisch. Van op mijn veranda hoorde ik ze nadien lachen en zingen. Ik kan niet anders dan vertederd zijn, ik voel geluk in me opborrelen omdat ik dit mag ervaren. Ik heb me de laatste maanden geregeld afgevraagd waarom ik toch zo graag naar Malawi wou komen, gemakkelijk is iets anders, het beeld van de kindjes gaf me een heel duidelijk antwoord. Als ik ‘al is het maar even’ zulke momenten ervaar dan voel ik me gelukkig. In Malawi kom je zeer geregeld met zulke situaties in aanraking. Ik voel me vereerd omdat ik getuige of deelnemer mag zijn. Ook de natuur is op het ogenblik in zijn puurste vorm, mijn huis staat tussen de mais, overal vogelkreten. Het herinnert me aan de tijd dat ik klein was. Wanneer ik buiten zit heb ik niet veel nodig om in mijn gedachten en gevoel terug te reizen naar mijn kindertijd. De tijd die we doorbrachten op de boerderij, onbezorgd, onbekommerd, zoals kinderen kunnen zijn. Het brengt me tot rust en zorgt weer voor een opborrelend gevoel van geluk om de mooie kindertijd die ik heb mogen beleven, een warme tijd.
Maar zoals bij bijna alles het geval is bestaat puurheid niet alleen in een mooie vorm, het kan ook een lelijke vorm aannemen. Is het daarom iets slecht? Ik ben tot de conclusie gekomen van niet, als het puur is, is het voor mij iets intens, intense zaken kan je niet zo maar naast je neerleggen waardoor je wordt gedwongen om stil te staan bij zaken. Het kan heel pijnlijk zijn, vermoeiend, een traan is nooit ver af maar het is wel echt, dus in mijn ogen is het mooi. Op het ogenblik dat ik de tranen voel branden kan ik het mooie er niet van zien maar als ik terugkijk op de voorbije periode en de vreugde en pijn die ik gevoeld heb dan kan ik niet anders zeggen dan dat ik hier echt leef: op het scherp van de snee. Het leven is niet altijd vreugde en plezier, de andere kant is er ook. Door ze beide te ervaren waardeer je de mooie dingen des te meer. Ik durf zelfs zeggen dat ik het positieve van het minder mooie meer en meer waardeer. Mijn voorlopige samenvatting van mijn verblijf is dan ook dat al mijn ervaringen, mooie en minder mooie, moeilijke en gemakkelijke me een completer mens maken. Je ziet, een mens wordt hier een echte filosoof, in al zijn puurheid.
Liefste moeke, het is nu zes februari, een gelukkige verjaardag. Normaal probeer ik maandelijks één keer iets op mijn blog te zetten maar vandaag is het ook voor mij om één of andere reden een speciale dag, ik weet dat je dit stukje schrijfsel zal weten waarderen, het is mijn cadeautje voor jou.
Veerle
Maar zoals bij bijna alles het geval is bestaat puurheid niet alleen in een mooie vorm, het kan ook een lelijke vorm aannemen. Is het daarom iets slecht? Ik ben tot de conclusie gekomen van niet, als het puur is, is het voor mij iets intens, intense zaken kan je niet zo maar naast je neerleggen waardoor je wordt gedwongen om stil te staan bij zaken. Het kan heel pijnlijk zijn, vermoeiend, een traan is nooit ver af maar het is wel echt, dus in mijn ogen is het mooi. Op het ogenblik dat ik de tranen voel branden kan ik het mooie er niet van zien maar als ik terugkijk op de voorbije periode en de vreugde en pijn die ik gevoeld heb dan kan ik niet anders zeggen dan dat ik hier echt leef: op het scherp van de snee. Het leven is niet altijd vreugde en plezier, de andere kant is er ook. Door ze beide te ervaren waardeer je de mooie dingen des te meer. Ik durf zelfs zeggen dat ik het positieve van het minder mooie meer en meer waardeer. Mijn voorlopige samenvatting van mijn verblijf is dan ook dat al mijn ervaringen, mooie en minder mooie, moeilijke en gemakkelijke me een completer mens maken. Je ziet, een mens wordt hier een echte filosoof, in al zijn puurheid.
Liefste moeke, het is nu zes februari, een gelukkige verjaardag. Normaal probeer ik maandelijks één keer iets op mijn blog te zetten maar vandaag is het ook voor mij om één of andere reden een speciale dag, ik weet dat je dit stukje schrijfsel zal weten waarderen, het is mijn cadeautje voor jou.
Veerle
dinsdag 1 februari 2011
Malawezen, het zijn geen chinezen
Ondertussen zijn we een maand verder, de tijd staat niet stil. De mannen van Escom schijnbaar wel want mijn elektriciteit is nog steeds op weg naar mijn huis. Ik ben er ondertussen al aan gewend en heb bij tijden wel andere katjes te geselen daarom heb ik besloten om over te gaan op de geen paniekreactie. Ik ga nu gewoon een beetje vroeger slapen en heb me aangesloten bij het aerobicclubje. Op deze manier kan ik ’s avonds al eens weg, geweldig: aerobic a la in de gloria, heel gezellig en amusant. Een mens leert hier omgaan met verschillende zaken. In malawi hebben vele mensen geen elektriciteit, ik heb nog altijd geld om eten te kopen, wat voor velen onder hen al een probleem is, niet te veel klagen dus.
Ondanks het feit dat ik mijn best heb gedaan om hulp voor Mattias en zijn gezin te verkrijgen loopt het systeem hier zo traag dat ik nog niet veel meer heb kunnen bereiken dan dat sociale welfare de chief van het dorp heeft verplicht om er voor te zorgen dat Mattias en zijn zusje eten krijgen. Het is heel duidelijk dat ze hopen dat wij als blanken het probleem oplossen. De wachtlijsten zijn zo lang en de middelen te beperkt zodat er weinig tot niets kan gedaan worden. Natuurlijk is het veel handiger als wij het probleem aanpakken. Er wordt niet gedacht aan het feit dat het Malawese leven, systeem hulp van buitenaf voor slechts één individu niet zo snel toelaat. Het werkt veel jaloezie in de hand en kan ons in de problemen brengen aangezien wij geen vluchtige voorbijganger meer zijn maar al een beetje een deel van het geheel. Gelukkig heeft iemand uit België aangeboden om voorlopig financiële hulp te bieden zodat we toch iets kunnen doen en het daarenboven aanvaard kan worden door de gemeenschap. Bij deze dan ook een oprechte dankjewel aan de vrouw in kwestie, de kinderen zijn er al een hele stap mee vooruit.
George, een leerkracht in Sitima, is ondertussen trotse vader van een flinke zoon. Op de avond dat zijn vrouw naar het ziekenhuis moest belde hij mij vol spanning en enthousiasme op om te zeggen dat de baby onderweg was. Ik had hem en zijn vrouw wat bijgestaan mbt vragen die ze hadden rond de zwangerschap, waarvoor ik natuurlijk een heel goed boek raadpleegde aangezien ik niet zou weten hoe het voelt, wat het is; lang leve de informatieve boeken. George houdt heel veel van zijn vrouw en waardeerde het enorm. Hij wou me dan ook onmiddellijk betrekken bij de geboorte, echt vertederend, hij riep iets door de telefoon en hing op. Volledig over zijn toeren van de opwinding, liet hij mij achter met een gevoel van onwetendheid over de persoon die had gebeld en de reden waarom. Gelukkig had ik na twee minuten al door wat er aan de hand kon zijn. Ik belde terug en vroeg of de baby op komst was, George stond nog steeds in vol enthousiasme onsamenhangende dingen te roepen. We spraken af dat hij iets zou laten weten als het kindje er was. In Malawi zijn vaders niet bij de geboorte aanwezig, ze wachten buiten en denken er zelfs nog niet over om mee binnen te gaan, het hoort niet tot hun cultuur. Het zou een lange nacht worden voor dit enthousiaste vadertje. In plaats van één nacht heeft het twee dagen geduurd maar toen de baby er eindelijk was kon het geluk van George niet meer op. Hij belde, ze hadden nog geen naam, ik mocht één kiezen. Natuurlijk hangt hier een soort van opportunisme aan vast, als ik de naam kies ben ik weer een beetje de peetmoeder. Ik vermoed als het zo blijft doorgaan ik zelfs niet meer moet denken aan eigen kinderen en dringend een betaalde job (of twee) moet zoeken. Voorlopig is er dus nog geen naam. Ik vind het een hele beslissing en laat het liever aan de ouders over, George weet dit, we zullen zien hoe lang ik het kan ontwijken.
Het jeugdcentrum werkt goed, sportactiviteiten behoren meer en meer tot het aanbod. Vorige week nam er minstens vijftig man deel. Een plezier om te zien. Wanneer ik de huisjes passeer wordt er vanuit verschillende hoeken gevraagd wat er wordt gedaan, de meisjes spelen graag netbal en vinden het leuk om op voorhand aan mij te tonen hoe ze iedereen zullen afdrogen met hun geweldige lenigheid en kracht. Op zijn Afrikaans, ik hou er wel van.
Natuurlijk zijn er zaken die wat minder lopen. Zo is er al één vrijwilligster ontslagen aangezien ze na een aantal waarschuwingen er nog steeds in slaagde om op te dagen wanneer zij er zin in had en af en toe gewoon niet te komen. Een andere vrijwilliger had dan weer iets gestolen. Om dit probleem aan te pakken is de raad van de CBO bijeengekomen. De jongen heeft een extra kans gekregen. Hoe de raad en in het bijzonder de chief, mr Mofolo dan uitlegt hoe ze het gebeurde bekijken is bijna ontroerend (en een tikkeltje lachwekkend) om te horen. Hij vertelde ondermeer dat Malawezen zo weinig hebben dat als ze iets moois zien ze het graag willen aanraken. Als ze het dan aanraken is het zeer moeilijk om het los te laten en willen ze het graag hebben. Om hier aan te weerstaan is er een hoop wilskracht nodig. En zo is het ook hé mannekes! Ik kan er volledig inkomen dat het tot hun realiteit behoort met al de armoede. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het gedrag zo maar aanvaard wordt. De CBO heeft respect voor onze mening, als wij ze zouden willen doordrukken aanvaarden ze het. Mieke en ik vinden dat we in Malawi zijn en onze Europese gedachtegang niet moeten laten overheersen, het is hun land, hun gemeenschap. Als je dan de opluchting ziet omdat de jongen nog een kans krijgt moet ik onmiddellijk denken aan de hardheid van hun leven. Omwille van deze hardheid begrijpen ze elkaar beter en zullen ze minder snel geneigd zijn om streng uit de hoek te komen. Het gemeenschapsgevoel is toch sterk op bepaalde gebieden. Het heeft zijn voor –en nadelen maar als ik dat moet uitleggen ben ik met Pasen nog bezig (wie gaat er trouwens een paashaas en wat eieren opsturen van de ambachtelijke bakker nu ik er “onbeschoft als ik kan zijn” aan denk; die verdomde Afrikaanse ratten hebben het op onze chocola gemunt dus meestal is de helft al opgegeten door mijn aartsvijand nummer 1, door zulk een onbeheerst gedrag wordt de vriendschap er natuurlijk niet beter op).
Ondanks de kleine hindernissen gaat het goed met het jeugdcentrum, de vrijwilligers doen hun best en zijn bereid om bij te leren. De volgende weken lassen we een extra dag in om nieuwe spelletjes aan te leren zodat de verantwoordelijkheid meer bij hun blijft en zij zelf aan de jeugd kunnen uitleggen hoe het spel werkt. Ik heb gemerkt hoe groot het plezier bij iedereen kan zijn als er iets nieuws wordt gedaan. Gisteren ben ik met vier jongeren gestart met badmintonnen. Na een half uur stonden we met een stuk of twintig man met raketten te zwaaien en te lachen om ieders gekke fratsen. Het ging zelfs zo ver dat ik op een gegeven moment zag dat al de vrijwilligers mee stonden te doen en ik hen er even op moest wijzen dat er toch iemand in de lokalen moest zijn om het materiaal in het oog te houden en de jongeren die binnen waren te begeleiden.
Ik heb er een goed gevoel over en denk dat het zeker mogelijk is om hen uiteindelijk meer en meer verantwoordelijkheid te geven, tot dat mijn aanwezigheid niet meer vereist is. Ik heb alleszins al veel plezier in de manier waarop sommigen onder hen de zaken aanpakken en ben er van overtuigd dat het zal lukken. De volgende stap waar we aan willen werken is het invoeren van de gezondheidszorg, zodat jongeren ter plaatse HIV-testen kunnen doen, dus we zijn nog wel even bezig.
Twee weken geleden ben ik met een man meegegaan zodat hij een test kon doen. Er waren sterke vermoedens dat hij positief was maar hij durfde niet gaan en zijn vrienden, familie vonden het schijnbaar ook te moeilijk om hier stappen in te ondernemen. Aangezien de man heel vaak ziek was werd het hoog tijd dat er duidelijkheid kwam rond zijn ziektebeeld zodat hij de juiste hulp kon krijgen. Ik kon het niet meer aanzien en besloot om stappen te ondernemen en met hem te praten/te begeleiden zodat hij een test zou doen. Na de test bleek dat hij positief was. Omdat hij zo vaak ziek was geweest moest hij eerst medicatie nemen om zijn lichaam te zuiveren. Dit zou 2000 kwatcha kosten (tien euro); er zijn weinig Malawezen die dit zo maar kunnen betalen. Daar stond ik dan met een man die geen geld had om zijn levensbedreigende ziekte te lijf te gaan. Ik besloot om te helpen aangezien het over iemand zijn gezondheid ging en ik wist dat de medicatie voor HIV nadien gratis zou zijn. We spraken af om elkaar in de namiddag aan het ziekenhuis te ontmoeten. Ik gaf hem owv omstandigheden het geld voor de medicatie. In de namiddag kwam de man niet opdagen, ik stond daar mooi te wezen (wat voor zichzelf spreekt). Vol woede ging ik naar huis, ik had mijn afspraken verzet, liep zoals gewoonlijk weer eens verloren omdat ik altijd binnenweggetjes wil uittesten en daarboven begon het nog eens te regenen. Diegene die me kennen weten dat ik genoeg temperament heb om in volle furie te vertrekken maar dat het meestal heel snel over is. Toen ik eindelijk thuis arriveerde moest ik er zelfs al mee lachen. Ik was nog maar eens in de sloppenwijken beland met mijn binnenweggetjes en marcheerde er dan ook door als een echte Malawees. De bewoners zagen een klein blank boos meisje met krulletjes en aan hun gezichten te lezen vroegen ze zich duidelijk af wat ik daar alleen deed, ik trok me er weinig van aan aangezien ik al eens vergeet dat ik niet zwart ben en het niks abnormaals vond. Daarenboven confronteerde ik diegene die me lastig viel (wat er dan nogal veel zijn volgens mij) nog eens met een goei portie temperament van Veerle Janssens. Ze beginnen me hier serieus te kennen, soms wordt er zelfs gevraagd om mijn temperament te minderen, haha! No way, josay.
Nadien bleek dat één van de redenen waarom de jongen niet was komen opdagen was dat de mensen hier heel bang zijn van ziekenhuizen en geloven dat er witchcraft aan de gang is. Velen die er naartoe gaan komen zieker terug of overlijden. Meestal komt dit door gebrek aan materiaal, medicatie en werkkrachten of door het feit dat er veel te lang gewacht wordt voor men naar de dokter gaat. De meeste arme Malawezen kunnen dit niet begrijpen en wijten het aan slechte dokters die witches zijn. Mede door hun beperkte opleiding kunnen ze het niet plaatsen, daarenboven groeiden ze op in dorpen waar er heel veel aan witchcraft wordt toegeschreven. Echt spijtig, ergens voel ik medelijden met hen omwille van de manier waarop ze met deze zaken omgaan. Ik kan hen honderd keer uitleggen hoe ik naar deze zaken kijk maar ze zullen het niet begrijpen, ik moet dan zelfs nog oppassen dat ik niet beschuldigd word van witchcraft, het is toch een gecompliceerd wereldje. Hoe langer je hier vertoefd, hoe duidelijker het wordt. Toen ik hier als vrijwilliger was vond ik het leven in Malawi zo mooi, puur en gemakkelijk. Maar onder elk oppervlak zit meer, ik ervaar het nu en kan zeggen dat het zeer goed is dat ik “nog maar eens’ terug ben gekomen, geweldig persoonlijke vorming maar het is alles behalve gemakkelijk. Toch blijf ik met mijn heel hart van Malawi houden (en roep ik nog steeds op menig man als ik vind dat er een woordje commentaar nodig is, en dat is zeer geregeld zalle; als ze een fiets bijhebben moeten ze er toch niet naast lopen maar op gaan zitten zekers, wie moet hen dat anders zeggen, hihi).
De man is uiteindelijk, na veel discussies, toch naar het ziekenhuis gegaan, waar ze hem zeiden dat hij niet veel langer had moeten wachten of het zou te laat geweest zijn. Nadien is hij mij met zijn ziekenboekje komen bezoeken om me te bedanken en te laten zien wat zijn resultaten waren. Na heel wat temperament, gevloek, gezever en een tikkeltje leed wist ik toch weer goed waarom ik af en toe (of misschien geregeld) koppig blijf en niet loslaat. Al bij al was het het allemaal waard, ik zou het zo weer doen.
Vandaag ben ik Masha en Lighja gaan bezoeken, mijn twee ex-huisgenoten. Onderweg werd ik door menig Malawees aangesproken. Ze kennen me, roepen van ver op me of ze kennen me niet en komen toch een hand geven, een praatje maken, ... Ik beantwoord hun vragen en voel me als een vis in het water. Angst is ver weg, ik voel me hier, ondanks de hindernissen, ergens thuis. Na mijn bezoek wandel ik naar het plaatselijk marktje, bestel wat vettige frietjes voor een halve euro en plaats me tussen de mannen met mijn bordje. Voor mij geen probleem, zij vinden het leuk en ik voel me comfortabel tussen hen aangezien er veel volk op het marktje is en ze niet opdringerig zijn. Nadien ga ik naar de groentemarkt en ding op alles af, ik vind het geweldig grappig en krijg grotendeels mijn zin (spek naar mijn bek natuurlijk), wanneer ik naar huis wandel begint het te regenen. Ik stop onder een boom maar word toch nog nat, de plaatselijke jeugd roept dat ik wat dichter bij de boom moet gaan staan, een vrouw wil haar paraplu geven en twee mannen staan te wenken dat ik bij hen onder het afdak mag komen staan. Malawi, warm hart van Afrika, ik heb het nog maar eens mogen ervaren vandaag. Ik wandel verder naar huis, mannen roepen op me, ik negeer hen op een professionele manier en zeg tegen de vrouwen: amuna, iai (mannen, nee), ze vinden het geweldig en de pret kan niet op. Vrouwen begrijpen elkaar toch, waar ter wereld je ook bent, die mannen, soms een ampetantigheid!
Mijn watchman heeft besloten dat hij een tweede vrouw moet versieren en hangt nu voortdurend aan mijn poortje naar de dames te lachen die voorbij komen om hun was te doen, voor de rest slaapt hij wat en eet hij mijn chocola op. Het medelijden dat ik eerst voelde is al over, de bedrieger. Op een gegeven ogenblik begon het heel hard te regenen en ik kon niet anders denken dan dat het hem deugd zou doen, een beetje afkoeling begot. Natuurlijk heb ik hem er a op gewezen dat hij een vrouw en kinderen heeft en dat ik hem in het oog hou. Omgekeerde wereld, nu moet ik mijn watchman al in het oog houden ipv hij mij en ik betaal hem, het kan verkeren. Het mannetje is nog maar vijfendertig en heeft een kind van een jaar, ne goede stamp onder zijn gat zou gepast zijn. En daar is mijn temperament weer, haha!
Daaaag, ik moet mijn watchman gaan observeren om zijn ontrouw te vermijden en hem wakker houden zodat hij mij kan beschermen.
Veerle
De laatste nieuwtjes owv niet tijdig in het internetcafé geraakt
• Ik heb twee katjes: freddy en flora, eerst Joske en Fonske genaamd maar ze luisterden niet echt dus ik heb besloten om eens andere namen te proberen, het is duidelijk: het ligt aan de katten en ik moet al eens goed nadenken voor ik me herinner hoe ik ze nu weer genoemd heb
• De buren denken dat ik zot ben, dit heb ik van een Malawese bron, schijnbaar ben ik iets te assertief, ik ben er gelukkig mee, dat zal ze uit mijn tuin houden, alleen mijn watchman ziet het als gemeenschappelijk goed en komt geregeld dingetjes plukken. Als ik hem dan aanspreek, in volgens mij duidelijk genoeg chechewa, toont hij wild enthousiast hoe goed hij is in plukken. Nadien hoor ik dat hij had verstaan dat hij het maar moest nemen van de blanken terwijl ik eigenlijk zei dat ze zo maar niet moeten nemen omdat ik blank ben. Morgen eens een strooptocht doen met mijn rugzak, Oh wee de Malawees met goede groenten in zijn tuin.
• De elektriciteit is aangekomen, ik heb een vreugdedansje voor het huis gedaan, wat het als zot bezien worden door de buren enkel maar vergroot, het zal me worst wezen.
• Ik heb een nieuwe hobby, iedereen aanspreken en nadien iets in het Nederlands toevoegen waarna ik snel wegfiets, ik vind mezelf weer geweldig grappig, het is hier toch plezant met mijn eigen, haha! Niet ongerust zijn, het ligt niet aan Malawi maar aan mij beste vrienden.
Ondanks het feit dat ik mijn best heb gedaan om hulp voor Mattias en zijn gezin te verkrijgen loopt het systeem hier zo traag dat ik nog niet veel meer heb kunnen bereiken dan dat sociale welfare de chief van het dorp heeft verplicht om er voor te zorgen dat Mattias en zijn zusje eten krijgen. Het is heel duidelijk dat ze hopen dat wij als blanken het probleem oplossen. De wachtlijsten zijn zo lang en de middelen te beperkt zodat er weinig tot niets kan gedaan worden. Natuurlijk is het veel handiger als wij het probleem aanpakken. Er wordt niet gedacht aan het feit dat het Malawese leven, systeem hulp van buitenaf voor slechts één individu niet zo snel toelaat. Het werkt veel jaloezie in de hand en kan ons in de problemen brengen aangezien wij geen vluchtige voorbijganger meer zijn maar al een beetje een deel van het geheel. Gelukkig heeft iemand uit België aangeboden om voorlopig financiële hulp te bieden zodat we toch iets kunnen doen en het daarenboven aanvaard kan worden door de gemeenschap. Bij deze dan ook een oprechte dankjewel aan de vrouw in kwestie, de kinderen zijn er al een hele stap mee vooruit.
George, een leerkracht in Sitima, is ondertussen trotse vader van een flinke zoon. Op de avond dat zijn vrouw naar het ziekenhuis moest belde hij mij vol spanning en enthousiasme op om te zeggen dat de baby onderweg was. Ik had hem en zijn vrouw wat bijgestaan mbt vragen die ze hadden rond de zwangerschap, waarvoor ik natuurlijk een heel goed boek raadpleegde aangezien ik niet zou weten hoe het voelt, wat het is; lang leve de informatieve boeken. George houdt heel veel van zijn vrouw en waardeerde het enorm. Hij wou me dan ook onmiddellijk betrekken bij de geboorte, echt vertederend, hij riep iets door de telefoon en hing op. Volledig over zijn toeren van de opwinding, liet hij mij achter met een gevoel van onwetendheid over de persoon die had gebeld en de reden waarom. Gelukkig had ik na twee minuten al door wat er aan de hand kon zijn. Ik belde terug en vroeg of de baby op komst was, George stond nog steeds in vol enthousiasme onsamenhangende dingen te roepen. We spraken af dat hij iets zou laten weten als het kindje er was. In Malawi zijn vaders niet bij de geboorte aanwezig, ze wachten buiten en denken er zelfs nog niet over om mee binnen te gaan, het hoort niet tot hun cultuur. Het zou een lange nacht worden voor dit enthousiaste vadertje. In plaats van één nacht heeft het twee dagen geduurd maar toen de baby er eindelijk was kon het geluk van George niet meer op. Hij belde, ze hadden nog geen naam, ik mocht één kiezen. Natuurlijk hangt hier een soort van opportunisme aan vast, als ik de naam kies ben ik weer een beetje de peetmoeder. Ik vermoed als het zo blijft doorgaan ik zelfs niet meer moet denken aan eigen kinderen en dringend een betaalde job (of twee) moet zoeken. Voorlopig is er dus nog geen naam. Ik vind het een hele beslissing en laat het liever aan de ouders over, George weet dit, we zullen zien hoe lang ik het kan ontwijken.
Het jeugdcentrum werkt goed, sportactiviteiten behoren meer en meer tot het aanbod. Vorige week nam er minstens vijftig man deel. Een plezier om te zien. Wanneer ik de huisjes passeer wordt er vanuit verschillende hoeken gevraagd wat er wordt gedaan, de meisjes spelen graag netbal en vinden het leuk om op voorhand aan mij te tonen hoe ze iedereen zullen afdrogen met hun geweldige lenigheid en kracht. Op zijn Afrikaans, ik hou er wel van.
Natuurlijk zijn er zaken die wat minder lopen. Zo is er al één vrijwilligster ontslagen aangezien ze na een aantal waarschuwingen er nog steeds in slaagde om op te dagen wanneer zij er zin in had en af en toe gewoon niet te komen. Een andere vrijwilliger had dan weer iets gestolen. Om dit probleem aan te pakken is de raad van de CBO bijeengekomen. De jongen heeft een extra kans gekregen. Hoe de raad en in het bijzonder de chief, mr Mofolo dan uitlegt hoe ze het gebeurde bekijken is bijna ontroerend (en een tikkeltje lachwekkend) om te horen. Hij vertelde ondermeer dat Malawezen zo weinig hebben dat als ze iets moois zien ze het graag willen aanraken. Als ze het dan aanraken is het zeer moeilijk om het los te laten en willen ze het graag hebben. Om hier aan te weerstaan is er een hoop wilskracht nodig. En zo is het ook hé mannekes! Ik kan er volledig inkomen dat het tot hun realiteit behoort met al de armoede. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het gedrag zo maar aanvaard wordt. De CBO heeft respect voor onze mening, als wij ze zouden willen doordrukken aanvaarden ze het. Mieke en ik vinden dat we in Malawi zijn en onze Europese gedachtegang niet moeten laten overheersen, het is hun land, hun gemeenschap. Als je dan de opluchting ziet omdat de jongen nog een kans krijgt moet ik onmiddellijk denken aan de hardheid van hun leven. Omwille van deze hardheid begrijpen ze elkaar beter en zullen ze minder snel geneigd zijn om streng uit de hoek te komen. Het gemeenschapsgevoel is toch sterk op bepaalde gebieden. Het heeft zijn voor –en nadelen maar als ik dat moet uitleggen ben ik met Pasen nog bezig (wie gaat er trouwens een paashaas en wat eieren opsturen van de ambachtelijke bakker nu ik er “onbeschoft als ik kan zijn” aan denk; die verdomde Afrikaanse ratten hebben het op onze chocola gemunt dus meestal is de helft al opgegeten door mijn aartsvijand nummer 1, door zulk een onbeheerst gedrag wordt de vriendschap er natuurlijk niet beter op).
Ondanks de kleine hindernissen gaat het goed met het jeugdcentrum, de vrijwilligers doen hun best en zijn bereid om bij te leren. De volgende weken lassen we een extra dag in om nieuwe spelletjes aan te leren zodat de verantwoordelijkheid meer bij hun blijft en zij zelf aan de jeugd kunnen uitleggen hoe het spel werkt. Ik heb gemerkt hoe groot het plezier bij iedereen kan zijn als er iets nieuws wordt gedaan. Gisteren ben ik met vier jongeren gestart met badmintonnen. Na een half uur stonden we met een stuk of twintig man met raketten te zwaaien en te lachen om ieders gekke fratsen. Het ging zelfs zo ver dat ik op een gegeven moment zag dat al de vrijwilligers mee stonden te doen en ik hen er even op moest wijzen dat er toch iemand in de lokalen moest zijn om het materiaal in het oog te houden en de jongeren die binnen waren te begeleiden.
Ik heb er een goed gevoel over en denk dat het zeker mogelijk is om hen uiteindelijk meer en meer verantwoordelijkheid te geven, tot dat mijn aanwezigheid niet meer vereist is. Ik heb alleszins al veel plezier in de manier waarop sommigen onder hen de zaken aanpakken en ben er van overtuigd dat het zal lukken. De volgende stap waar we aan willen werken is het invoeren van de gezondheidszorg, zodat jongeren ter plaatse HIV-testen kunnen doen, dus we zijn nog wel even bezig.
Twee weken geleden ben ik met een man meegegaan zodat hij een test kon doen. Er waren sterke vermoedens dat hij positief was maar hij durfde niet gaan en zijn vrienden, familie vonden het schijnbaar ook te moeilijk om hier stappen in te ondernemen. Aangezien de man heel vaak ziek was werd het hoog tijd dat er duidelijkheid kwam rond zijn ziektebeeld zodat hij de juiste hulp kon krijgen. Ik kon het niet meer aanzien en besloot om stappen te ondernemen en met hem te praten/te begeleiden zodat hij een test zou doen. Na de test bleek dat hij positief was. Omdat hij zo vaak ziek was geweest moest hij eerst medicatie nemen om zijn lichaam te zuiveren. Dit zou 2000 kwatcha kosten (tien euro); er zijn weinig Malawezen die dit zo maar kunnen betalen. Daar stond ik dan met een man die geen geld had om zijn levensbedreigende ziekte te lijf te gaan. Ik besloot om te helpen aangezien het over iemand zijn gezondheid ging en ik wist dat de medicatie voor HIV nadien gratis zou zijn. We spraken af om elkaar in de namiddag aan het ziekenhuis te ontmoeten. Ik gaf hem owv omstandigheden het geld voor de medicatie. In de namiddag kwam de man niet opdagen, ik stond daar mooi te wezen (wat voor zichzelf spreekt). Vol woede ging ik naar huis, ik had mijn afspraken verzet, liep zoals gewoonlijk weer eens verloren omdat ik altijd binnenweggetjes wil uittesten en daarboven begon het nog eens te regenen. Diegene die me kennen weten dat ik genoeg temperament heb om in volle furie te vertrekken maar dat het meestal heel snel over is. Toen ik eindelijk thuis arriveerde moest ik er zelfs al mee lachen. Ik was nog maar eens in de sloppenwijken beland met mijn binnenweggetjes en marcheerde er dan ook door als een echte Malawees. De bewoners zagen een klein blank boos meisje met krulletjes en aan hun gezichten te lezen vroegen ze zich duidelijk af wat ik daar alleen deed, ik trok me er weinig van aan aangezien ik al eens vergeet dat ik niet zwart ben en het niks abnormaals vond. Daarenboven confronteerde ik diegene die me lastig viel (wat er dan nogal veel zijn volgens mij) nog eens met een goei portie temperament van Veerle Janssens. Ze beginnen me hier serieus te kennen, soms wordt er zelfs gevraagd om mijn temperament te minderen, haha! No way, josay.
Nadien bleek dat één van de redenen waarom de jongen niet was komen opdagen was dat de mensen hier heel bang zijn van ziekenhuizen en geloven dat er witchcraft aan de gang is. Velen die er naartoe gaan komen zieker terug of overlijden. Meestal komt dit door gebrek aan materiaal, medicatie en werkkrachten of door het feit dat er veel te lang gewacht wordt voor men naar de dokter gaat. De meeste arme Malawezen kunnen dit niet begrijpen en wijten het aan slechte dokters die witches zijn. Mede door hun beperkte opleiding kunnen ze het niet plaatsen, daarenboven groeiden ze op in dorpen waar er heel veel aan witchcraft wordt toegeschreven. Echt spijtig, ergens voel ik medelijden met hen omwille van de manier waarop ze met deze zaken omgaan. Ik kan hen honderd keer uitleggen hoe ik naar deze zaken kijk maar ze zullen het niet begrijpen, ik moet dan zelfs nog oppassen dat ik niet beschuldigd word van witchcraft, het is toch een gecompliceerd wereldje. Hoe langer je hier vertoefd, hoe duidelijker het wordt. Toen ik hier als vrijwilliger was vond ik het leven in Malawi zo mooi, puur en gemakkelijk. Maar onder elk oppervlak zit meer, ik ervaar het nu en kan zeggen dat het zeer goed is dat ik “nog maar eens’ terug ben gekomen, geweldig persoonlijke vorming maar het is alles behalve gemakkelijk. Toch blijf ik met mijn heel hart van Malawi houden (en roep ik nog steeds op menig man als ik vind dat er een woordje commentaar nodig is, en dat is zeer geregeld zalle; als ze een fiets bijhebben moeten ze er toch niet naast lopen maar op gaan zitten zekers, wie moet hen dat anders zeggen, hihi).
De man is uiteindelijk, na veel discussies, toch naar het ziekenhuis gegaan, waar ze hem zeiden dat hij niet veel langer had moeten wachten of het zou te laat geweest zijn. Nadien is hij mij met zijn ziekenboekje komen bezoeken om me te bedanken en te laten zien wat zijn resultaten waren. Na heel wat temperament, gevloek, gezever en een tikkeltje leed wist ik toch weer goed waarom ik af en toe (of misschien geregeld) koppig blijf en niet loslaat. Al bij al was het het allemaal waard, ik zou het zo weer doen.
Vandaag ben ik Masha en Lighja gaan bezoeken, mijn twee ex-huisgenoten. Onderweg werd ik door menig Malawees aangesproken. Ze kennen me, roepen van ver op me of ze kennen me niet en komen toch een hand geven, een praatje maken, ... Ik beantwoord hun vragen en voel me als een vis in het water. Angst is ver weg, ik voel me hier, ondanks de hindernissen, ergens thuis. Na mijn bezoek wandel ik naar het plaatselijk marktje, bestel wat vettige frietjes voor een halve euro en plaats me tussen de mannen met mijn bordje. Voor mij geen probleem, zij vinden het leuk en ik voel me comfortabel tussen hen aangezien er veel volk op het marktje is en ze niet opdringerig zijn. Nadien ga ik naar de groentemarkt en ding op alles af, ik vind het geweldig grappig en krijg grotendeels mijn zin (spek naar mijn bek natuurlijk), wanneer ik naar huis wandel begint het te regenen. Ik stop onder een boom maar word toch nog nat, de plaatselijke jeugd roept dat ik wat dichter bij de boom moet gaan staan, een vrouw wil haar paraplu geven en twee mannen staan te wenken dat ik bij hen onder het afdak mag komen staan. Malawi, warm hart van Afrika, ik heb het nog maar eens mogen ervaren vandaag. Ik wandel verder naar huis, mannen roepen op me, ik negeer hen op een professionele manier en zeg tegen de vrouwen: amuna, iai (mannen, nee), ze vinden het geweldig en de pret kan niet op. Vrouwen begrijpen elkaar toch, waar ter wereld je ook bent, die mannen, soms een ampetantigheid!
Mijn watchman heeft besloten dat hij een tweede vrouw moet versieren en hangt nu voortdurend aan mijn poortje naar de dames te lachen die voorbij komen om hun was te doen, voor de rest slaapt hij wat en eet hij mijn chocola op. Het medelijden dat ik eerst voelde is al over, de bedrieger. Op een gegeven ogenblik begon het heel hard te regenen en ik kon niet anders denken dan dat het hem deugd zou doen, een beetje afkoeling begot. Natuurlijk heb ik hem er a op gewezen dat hij een vrouw en kinderen heeft en dat ik hem in het oog hou. Omgekeerde wereld, nu moet ik mijn watchman al in het oog houden ipv hij mij en ik betaal hem, het kan verkeren. Het mannetje is nog maar vijfendertig en heeft een kind van een jaar, ne goede stamp onder zijn gat zou gepast zijn. En daar is mijn temperament weer, haha!
Daaaag, ik moet mijn watchman gaan observeren om zijn ontrouw te vermijden en hem wakker houden zodat hij mij kan beschermen.
Veerle
De laatste nieuwtjes owv niet tijdig in het internetcafé geraakt
• Ik heb twee katjes: freddy en flora, eerst Joske en Fonske genaamd maar ze luisterden niet echt dus ik heb besloten om eens andere namen te proberen, het is duidelijk: het ligt aan de katten en ik moet al eens goed nadenken voor ik me herinner hoe ik ze nu weer genoemd heb
• De buren denken dat ik zot ben, dit heb ik van een Malawese bron, schijnbaar ben ik iets te assertief, ik ben er gelukkig mee, dat zal ze uit mijn tuin houden, alleen mijn watchman ziet het als gemeenschappelijk goed en komt geregeld dingetjes plukken. Als ik hem dan aanspreek, in volgens mij duidelijk genoeg chechewa, toont hij wild enthousiast hoe goed hij is in plukken. Nadien hoor ik dat hij had verstaan dat hij het maar moest nemen van de blanken terwijl ik eigenlijk zei dat ze zo maar niet moeten nemen omdat ik blank ben. Morgen eens een strooptocht doen met mijn rugzak, Oh wee de Malawees met goede groenten in zijn tuin.
• De elektriciteit is aangekomen, ik heb een vreugdedansje voor het huis gedaan, wat het als zot bezien worden door de buren enkel maar vergroot, het zal me worst wezen.
• Ik heb een nieuwe hobby, iedereen aanspreken en nadien iets in het Nederlands toevoegen waarna ik snel wegfiets, ik vind mezelf weer geweldig grappig, het is hier toch plezant met mijn eigen, haha! Niet ongerust zijn, het ligt niet aan Malawi maar aan mij beste vrienden.
donderdag 30 december 2010
Kerstkriebels
Vandaag is het mijn kleine broertje zijn verjaardag. Eigenlijk word hij vierentwintig maar zoals iedereen weet is een klein broertje gedoemd om altijd het kleine broertje te blijven. Ik ben opgestaan met mijn gedachten bij hem en ga er waarschijnlijk ook mee slapen. Wanneer de mensen die je graag ziet niet binnen handbereik zijn vertoeven ze al eens een keertje meer in je achterhoofd. Dus bij deze kleine: nen hele gelukkige verjaardag, de jaarlijkse verjaardagsstamp en stout gedrag gaan verklikken bij ons vake kan je nog ontvangen als ik terug in het land ben. Goede rituelen mogen niet gebroken worden vind ik, dus maak je al maar klaar om mijn geschenken in ontvangst te nemen.
De kerstperiode nadert, ook in Malawi, iedereen wordt een beetje gek, het gevoel van kerst lijkt wat aan me voorbij te gaan. Aangezien ik dit jaar niet zal moeten vechten voor het laatste stukje taart, mijn neefjes en nichtjes niet moet bekogelen met sneeuw tot ze huilend naar mijn broers en zusjes rennen en ik valselijk beschuldigd word door dit klein grut heb ik besloten om maar van het zonnetje te genieten en als toeschouwer te fungeren om de Malawese gekte te observeren.
Een groot aantal Malawezen hebben een gebrek aan middelen maar kerstmis zorgt er voor dat iedereen toch wil consumeren. Wanneer ik dan als onschuldige blanke (zo zie ik mezelf namelijk) over straat loop word ik voortdurend aangesproken om mijn geld te delen en het kerstgevoel een handje te helpen. Het schoonste van heel de zaak is dan nog dat ik hun kerstdroom vertederend vind en me niet kan verzetten tegen de drang om geld uit mijn portemonnee te halen. Vanmorgen wou ik nog besparen en heb ik iets doorverkocht aan het jeugdcentrum. Dezelfde dag slaag ik er in om een onnodig schilderijtje aan te kopen omdat een jongen zo graag wat geld had voor kerstmis. Een mens zou denken dat ik getraind ben om met deze situaties om te gaan en als een volleerde pitbull van me afbijt. Een paar keer flikkeren met de oogjes, wat kerstpraat en Veerle Janssens heeft haar geld al vast. Omwille van mijn verregaand sociaal gedrag heb ik wel het genoegen mogen ervaren om uitgenodigd te worden op een tripje naar ik weet niet waar, in twee kerken en in een winkel om kerstmis gezamenlijk door te brengen. Wat een uitstapje van een uur al niet kan doen voor mijn sociaal leven.
Aangezien ik een arrogant dagje had besloot ik op weg naar huis dat het mijn beurt was om iets te bekomen van een ander. Daarom vond ik het gepast om spontaan aan te bieden een bak bier van iemand naar mijn bergplaats te dragen. Om één of andere ongelofelijke reden wilde de eigenaar van deze bak niet meewerken, hij had nochtans twee bakken en kon ze amper dragen, dan wil ik al eens behulpzaam zijn. De gierige pin heeft me zelfs niet uitgenodigd voor kerstmis, zijn vriend vond het nochtans hilarisch, niet te begrijpen dat er niet gedeeld kan worden als ik het eens vraag. Het zal een kerstmis zonder biervoorraad zijn voor mij.
Ondertussen ben ik verhuisd naar mijn nieuwe woning. Het is een geweldig gezellig huisje maar zoals ik al had kunnen voorspellen heb ik de electriciteit in snelheid verslagen. De mannen van escom (electriciteitsmaatschappij) zijn nog steeds “druk” op zoek naar draad om de connectie met de centrale verbinding te maken. Mijn huisbaas is gestart met het stalken van escom en vindt het nodig om elke morgen en avond om zes uur verslag bij mij uit te brengen over mogelijke vooruitgang. Als ik de deur niet opendoe is hij zelfs vriendelijk genoeg om me uit mijn bed te bellen zodat ik weet dat hij er is en hem ogenblikkelijk kan verwelkomen. Ik denk dat ik hem de laatste twee weken meer heb gezien dan zijn vrouw in het hele jaar. Het lijkt wel of ik een overijverige werkkabouter bij het huis cadeau heb gekregen, en dat voor een Afrikaan, dat moet weer lukken dat ik de enige hyperkinetische Malawees van Zomba aan de hand heb
De dag dat ik mijn spullen verhuisde zat mijn huis op vijf minuten vol met mannen die vonden dat een bed door minstens acht man moest versleept worden. Ook de kindjes van de mannen besloten om wat tegen de deuren te duwen in de hoop dat de opening groter werd en het bed er gemakkelijker door zou kunnen. Op een gegeven moment stond ik van op een afstandje toe te kijken naar deze vrolijke bende. Ik was nog niet vergeten dat zij allemaal in mijn huis zaten, zij waren schijnbaar wel vergeten dat ik diegene was die er in zou gaan wonen, toch gezellig zo samen in een ander zijn huis beslissen wat er moet gebeuren. De Malawese man kan volgens mij toch wel een lesje ” hoe luister ik het best naar een vrouw en respecteer ik hun mening” gebruiken. En ja, ik vind tevens dat men mij mag betalen om dit in het land in te voeren. En nee, ge moet niet gierig zijn. En ja, nen auto en een huis er bij zijn goed. En nee, ik ben geen moeilijke. En ja,… (vul zelf maar verder in.) Ik moet toegeven dat ik me misschien even verlies in dit thema dus met enige tegenzin wil ik vemelden dat ik de behulpzaamheid en goede intenties ook nog kon zien. Het bed stond er na een aantal uren toch maar in en alles was maar halfkes afgebroken. De mannen konden trots naar hun echtgenotes wederkeren en het blanke vrouwtje laten dromen van hun sterkte,haha. Zolang ik het land nog niet uit ben is er nog tijd genoeg om emancipatorische/feministische gedachten aan te brengen (en me te betalen, de mannen eens lik op stuk te geven, een auto te gaan kiezen, mezelf al eens uit te nodigen bij de president om de zaken van boven uit aan te pakken, de mannen eens een week het werk van de vrouwen te laten doen, ...). Misschien dat ik toch met wat frustraties zit als ik het zo bekijk, ik zal maar een chocolaatje uit mijn postpakketje eten dan kan ik weer een uur verder zonder aan een heropvoedingskamp voor mannen te denken, chocola kan het leven van een mens toch mooi maken, bij deze dank aan de vrienden.
Om sommigen onder jullie gerust te stellen wil ik even vertellen dat ik een watchman heb aangenomen om ’s nacht over me te waken. Het mannetje lijkt me iets te lief om inbrekers tegen de grond te smijten en praat geen woord Engels maar weet hoe hij een GSM moet bedienen en zijn vader is politieagent. Om de voorwaarden te bespreken zat ik als jong, buitenlands meisje alleen en had de huisbaas besloten om samen met mijn watchman en zijn vader te komen voor de onderhandelingen. Als ze komen, is het toch altijd met velen, niets aan te veranderen. Ik merk dat ik heel hard moet vechten om mijn eigen ruimte te behouden, als ik niet oppas is het hier altijd koffietafel. Elke dag moet ik vragen wat de mensen rond het huis komen doen, of ze me op voorhand kunnen inlichten, … Binnenkort ben ik hier gekend als de blanke bitch vermoed ik. Ik heb zeker geen spijt dat ik hier ben en kan de vele mooie, leerrijke zaken zien maar ondervind dagelijks toch dat niets hier gemakkelijk gaat, voor alles dat je wilt bekomen moet je vechten, zelfs de kleinste dingen. En nadat je er dan voor gevochten hebt, zoals de watchman, voel ik me al wel eens ellendig omdat ik iemand voor een lokaal loon elke nacht voor mijn huis laat zitten. Het gemiddeld loon is één euro per nacht. Aangezien ik alles met mijn eigen spaargeld bekostig kan ik ook niet meer geven en zou ik nogal tegen het systeem stampen moest ik een Europees loon uit betalen. Toch vind ik het allemaal zomaar niet normaal. Als ik de watchman voor mijn huis zie zitten zonder iets en bedenk wat ik hem betaal moet ik toch een aantal keren slikken en kan ik het niet laten om een traan weg te pinken. Kan je je voorstellen dat wij voor één euro per nacht voor een huis gaan zitten? Ik voel me de verwende rijke en zou liever geen watchman nemen maar om dat te riskeren voel ik me net niet veilig genoeg. Door het wel te doen is er één Malawees meer met werk maar mag ik niet te hard denken aan het geld dat hij ontvangt om twaalf uur hier te zijn. Bijna niet te geloven, het geeft het echte leven hier toch maar weer neer. Ik moet me verplichten om niet te gevoelig te zijn, anders zou ik al een zetel gaan kopen en een dekentje, terwijl hij er is om te waken en ik eigenlijk zelf moet uitkijken hoe ik mijn geld spendeer. Enerzijds mag ik niet te lief zijn want dan lopen ze over me, anderzijds is iedereen in mijn ogen mens en daarmee uit, ik wil een ander dan ook behandelen op een manier waar ik me zelf nog goed bij voel, een hele opdracht hier in Malawi als je niet het slachtoffer wil worden van je eigen goedheid. Ondertussen vraag ik me af wanneer de electriciteit er zal zijn en ik niet meer hoef te vloeken op mijn houtskoolvuurtje dat om één of andere reden weigert te werken als ik het wil aansteken. Volgens de laatste geruchten zal er morgen iemand komen, dat wordt nu al een maand verteld maar ik heb er elke dag goede hoop op . Ik weet alleszins dat ik er ne goeie op zal drinken, en mijn voortdurende aanwezige huisbaas zelfs zal tracteren om te vieren dat er electriciteit is terwijl ik hem zal inlichten dat zijn constante aanwezigheid niet meer nodig is. Het positieve van vechten voor alles maakt dat de blijdschap zeer intens en groot is als er iets kan worden bekomen/verwezenlijkt. Alles heeft zijn voor –en nadelen. Dat doet me er aan denken dat ik morgen bij social welfare moet binnenspringen om ze achter hun veren te zitten om iets voor Mattias en zijn gezin te doen. Tijdens de memorial was er een sociale werker aanwezig die zijn oog op Mattias had laten vallen. Hij zag dat deze duidelijk ondervoed was, hij vroeg mij of ik hem kende. De sociale werker had me op voorhand al gebeld om te zien of ik aanwezig zou zijn om eens een babbeltje te doen. Normaal probeer ik mijn vrouwelijkheid voor niks te gebruiken, heb ik er zelfs een afkeer van, maar aangezien Mieke en anderen al een hele tijd proberen om Mattias te helpen en ik me ook al heel veel zorgen heb gemaakt rond dit mannetje besloot ik dat het tijd was om even druk uit te oefenen en te blijven praten over hoe belangrijk ik het vond dat er iets gebeurde. En als ik iets goed kan dan is het wel praten. Het gevolg was dat de sociale werker er bijna niet meer onderuit kon om Mattias te helpen. Ik heb beloofd/gedreigd dat ik zal binnenspringen om de vorderingen op te volgen, tot er echt hulp is. In Malawi moet je blijven aandringen, dus de strijd is hier nog niet gedaan. Maar als er dan uiteindelijk hulp komt voor dit gezin is de vreugde onvoorstelbaar, en dat is veel waard.
Het jeugdcentrum wordt ondertussen verder opgebouwd. Dit coördineren maakt dat ik weer goed weet waarom ik de moeite doe om te vechten voor de vele zaken hier. De jeugd begint me te kennen, het lokaal is steeds goed gevuld en de vrijwilligers leren stap voor stap bij. Het zal nog heel wat tijd vragen om het verder uit te bouwen maar het begin is gemaakt. Niet om mezelf te bestoefen maar ik zie dat wat er gebeurt goed is. Er zijn nog vele mogelijkheden die het welzijn van de mensen hier kunnen bevorderen, en wij mogen er aan helpen, fantastisch toch. We zullen ons best doen om er aan bij te dragen.
Nog een aantal algemene weetjes voor de geïnteresseerden:
Ik
1.maak Malawi verder onveilig met mijn stalen ros, sexy alberto genaamd,
2.vloek nog geregeld op de bergen en ben tot de conclusie gekomen dat lang en minder stijl ronduit venijnig is, wat mijn oude vertrouwde berg in een positiever daglicht brengt: stijl en duidelijk, geen gezever!
3.probeer de rosse kat van het café na herhaalde mislukte pogingen nog steeds over te kopen via een mannetje dat ik eigenlijk niet kan uitstaan en van zijn leven geen fooi zal geven, de katnapper.
4.toon de plaatselijke bevolking een staaltje van Mzungu temperament als ik heel ver moet rijden in de volle zon en ze blijven zeggen dat ik er bijna ben,
5.ben ondertussen ook al zo ver dat ik luidop op mijn fiets zing en besluit dat er sowieso wordt gekeken dus dat kan er nog wel bij,
6.heb samen met Mieke een stamcafé voor onderweg ontdekt met een hele toffe vrouw achter de toog,
7.stop na kilometers rijden aan een verlaten winkeltje en drink mijn drankje dan op nadat het is geopend met de tanden van de plaatselijke winkelier, ge moogt hier niet te vies zijn van een ander zijn tanden, dat is duidelijk.
8.ben ondertussen in de buurt gekend als het meisje dat geregeld in je tuin kan opduiken omdat ze haar huis weer kwijt is, de buren weten dit en wijzen al lachend de richting aan nog voor ik ze zelf gezien heb,
9.word nog geregeld gecharmeerd door de openhartigheid van de jonge Afrikaanse man die onmiddellijk mee naar huis wil genomen worden omdat ze plots vermoeden dat ze intens van je houden, als je er met een lach mee om gaat kunnen ze het zelfs verdragen dat ze niet worden geadopteerd door de plotse liefde van hun leven, enkel dat ze een ogenblikje beteuterd zijn hoort er bij. Ze zijn op een bepaalde manier toch puur.
10.vind het fantastisch als ik de kindjes zie spelen en lachen op een manier die ik nog ken van de tijd dat wij met ons gezinnetje de boerderij en het dorp onveilig maakte, lang leve de kleine bandietjes! Ik zou bijna weer mee in de bomen klimmen en in de gracht gaan liggen, gewoon uit sympathie (en ik moet toegeven puur vermaak voor mezelf, het kan toch plezant zijn).
11. …
Jullie zien, ook hier gaat het leven door, prettige feestdagen en tot de volgende keer.
De kerstperiode nadert, ook in Malawi, iedereen wordt een beetje gek, het gevoel van kerst lijkt wat aan me voorbij te gaan. Aangezien ik dit jaar niet zal moeten vechten voor het laatste stukje taart, mijn neefjes en nichtjes niet moet bekogelen met sneeuw tot ze huilend naar mijn broers en zusjes rennen en ik valselijk beschuldigd word door dit klein grut heb ik besloten om maar van het zonnetje te genieten en als toeschouwer te fungeren om de Malawese gekte te observeren.
Een groot aantal Malawezen hebben een gebrek aan middelen maar kerstmis zorgt er voor dat iedereen toch wil consumeren. Wanneer ik dan als onschuldige blanke (zo zie ik mezelf namelijk) over straat loop word ik voortdurend aangesproken om mijn geld te delen en het kerstgevoel een handje te helpen. Het schoonste van heel de zaak is dan nog dat ik hun kerstdroom vertederend vind en me niet kan verzetten tegen de drang om geld uit mijn portemonnee te halen. Vanmorgen wou ik nog besparen en heb ik iets doorverkocht aan het jeugdcentrum. Dezelfde dag slaag ik er in om een onnodig schilderijtje aan te kopen omdat een jongen zo graag wat geld had voor kerstmis. Een mens zou denken dat ik getraind ben om met deze situaties om te gaan en als een volleerde pitbull van me afbijt. Een paar keer flikkeren met de oogjes, wat kerstpraat en Veerle Janssens heeft haar geld al vast. Omwille van mijn verregaand sociaal gedrag heb ik wel het genoegen mogen ervaren om uitgenodigd te worden op een tripje naar ik weet niet waar, in twee kerken en in een winkel om kerstmis gezamenlijk door te brengen. Wat een uitstapje van een uur al niet kan doen voor mijn sociaal leven.
Aangezien ik een arrogant dagje had besloot ik op weg naar huis dat het mijn beurt was om iets te bekomen van een ander. Daarom vond ik het gepast om spontaan aan te bieden een bak bier van iemand naar mijn bergplaats te dragen. Om één of andere ongelofelijke reden wilde de eigenaar van deze bak niet meewerken, hij had nochtans twee bakken en kon ze amper dragen, dan wil ik al eens behulpzaam zijn. De gierige pin heeft me zelfs niet uitgenodigd voor kerstmis, zijn vriend vond het nochtans hilarisch, niet te begrijpen dat er niet gedeeld kan worden als ik het eens vraag. Het zal een kerstmis zonder biervoorraad zijn voor mij.
Ondertussen ben ik verhuisd naar mijn nieuwe woning. Het is een geweldig gezellig huisje maar zoals ik al had kunnen voorspellen heb ik de electriciteit in snelheid verslagen. De mannen van escom (electriciteitsmaatschappij) zijn nog steeds “druk” op zoek naar draad om de connectie met de centrale verbinding te maken. Mijn huisbaas is gestart met het stalken van escom en vindt het nodig om elke morgen en avond om zes uur verslag bij mij uit te brengen over mogelijke vooruitgang. Als ik de deur niet opendoe is hij zelfs vriendelijk genoeg om me uit mijn bed te bellen zodat ik weet dat hij er is en hem ogenblikkelijk kan verwelkomen. Ik denk dat ik hem de laatste twee weken meer heb gezien dan zijn vrouw in het hele jaar. Het lijkt wel of ik een overijverige werkkabouter bij het huis cadeau heb gekregen, en dat voor een Afrikaan, dat moet weer lukken dat ik de enige hyperkinetische Malawees van Zomba aan de hand heb
De dag dat ik mijn spullen verhuisde zat mijn huis op vijf minuten vol met mannen die vonden dat een bed door minstens acht man moest versleept worden. Ook de kindjes van de mannen besloten om wat tegen de deuren te duwen in de hoop dat de opening groter werd en het bed er gemakkelijker door zou kunnen. Op een gegeven moment stond ik van op een afstandje toe te kijken naar deze vrolijke bende. Ik was nog niet vergeten dat zij allemaal in mijn huis zaten, zij waren schijnbaar wel vergeten dat ik diegene was die er in zou gaan wonen, toch gezellig zo samen in een ander zijn huis beslissen wat er moet gebeuren. De Malawese man kan volgens mij toch wel een lesje ” hoe luister ik het best naar een vrouw en respecteer ik hun mening” gebruiken. En ja, ik vind tevens dat men mij mag betalen om dit in het land in te voeren. En nee, ge moet niet gierig zijn. En ja, nen auto en een huis er bij zijn goed. En nee, ik ben geen moeilijke. En ja,… (vul zelf maar verder in.) Ik moet toegeven dat ik me misschien even verlies in dit thema dus met enige tegenzin wil ik vemelden dat ik de behulpzaamheid en goede intenties ook nog kon zien. Het bed stond er na een aantal uren toch maar in en alles was maar halfkes afgebroken. De mannen konden trots naar hun echtgenotes wederkeren en het blanke vrouwtje laten dromen van hun sterkte,haha. Zolang ik het land nog niet uit ben is er nog tijd genoeg om emancipatorische/feministische gedachten aan te brengen (en me te betalen, de mannen eens lik op stuk te geven, een auto te gaan kiezen, mezelf al eens uit te nodigen bij de president om de zaken van boven uit aan te pakken, de mannen eens een week het werk van de vrouwen te laten doen, ...). Misschien dat ik toch met wat frustraties zit als ik het zo bekijk, ik zal maar een chocolaatje uit mijn postpakketje eten dan kan ik weer een uur verder zonder aan een heropvoedingskamp voor mannen te denken, chocola kan het leven van een mens toch mooi maken, bij deze dank aan de vrienden.
Om sommigen onder jullie gerust te stellen wil ik even vertellen dat ik een watchman heb aangenomen om ’s nacht over me te waken. Het mannetje lijkt me iets te lief om inbrekers tegen de grond te smijten en praat geen woord Engels maar weet hoe hij een GSM moet bedienen en zijn vader is politieagent. Om de voorwaarden te bespreken zat ik als jong, buitenlands meisje alleen en had de huisbaas besloten om samen met mijn watchman en zijn vader te komen voor de onderhandelingen. Als ze komen, is het toch altijd met velen, niets aan te veranderen. Ik merk dat ik heel hard moet vechten om mijn eigen ruimte te behouden, als ik niet oppas is het hier altijd koffietafel. Elke dag moet ik vragen wat de mensen rond het huis komen doen, of ze me op voorhand kunnen inlichten, … Binnenkort ben ik hier gekend als de blanke bitch vermoed ik. Ik heb zeker geen spijt dat ik hier ben en kan de vele mooie, leerrijke zaken zien maar ondervind dagelijks toch dat niets hier gemakkelijk gaat, voor alles dat je wilt bekomen moet je vechten, zelfs de kleinste dingen. En nadat je er dan voor gevochten hebt, zoals de watchman, voel ik me al wel eens ellendig omdat ik iemand voor een lokaal loon elke nacht voor mijn huis laat zitten. Het gemiddeld loon is één euro per nacht. Aangezien ik alles met mijn eigen spaargeld bekostig kan ik ook niet meer geven en zou ik nogal tegen het systeem stampen moest ik een Europees loon uit betalen. Toch vind ik het allemaal zomaar niet normaal. Als ik de watchman voor mijn huis zie zitten zonder iets en bedenk wat ik hem betaal moet ik toch een aantal keren slikken en kan ik het niet laten om een traan weg te pinken. Kan je je voorstellen dat wij voor één euro per nacht voor een huis gaan zitten? Ik voel me de verwende rijke en zou liever geen watchman nemen maar om dat te riskeren voel ik me net niet veilig genoeg. Door het wel te doen is er één Malawees meer met werk maar mag ik niet te hard denken aan het geld dat hij ontvangt om twaalf uur hier te zijn. Bijna niet te geloven, het geeft het echte leven hier toch maar weer neer. Ik moet me verplichten om niet te gevoelig te zijn, anders zou ik al een zetel gaan kopen en een dekentje, terwijl hij er is om te waken en ik eigenlijk zelf moet uitkijken hoe ik mijn geld spendeer. Enerzijds mag ik niet te lief zijn want dan lopen ze over me, anderzijds is iedereen in mijn ogen mens en daarmee uit, ik wil een ander dan ook behandelen op een manier waar ik me zelf nog goed bij voel, een hele opdracht hier in Malawi als je niet het slachtoffer wil worden van je eigen goedheid. Ondertussen vraag ik me af wanneer de electriciteit er zal zijn en ik niet meer hoef te vloeken op mijn houtskoolvuurtje dat om één of andere reden weigert te werken als ik het wil aansteken. Volgens de laatste geruchten zal er morgen iemand komen, dat wordt nu al een maand verteld maar ik heb er elke dag goede hoop op . Ik weet alleszins dat ik er ne goeie op zal drinken, en mijn voortdurende aanwezige huisbaas zelfs zal tracteren om te vieren dat er electriciteit is terwijl ik hem zal inlichten dat zijn constante aanwezigheid niet meer nodig is. Het positieve van vechten voor alles maakt dat de blijdschap zeer intens en groot is als er iets kan worden bekomen/verwezenlijkt. Alles heeft zijn voor –en nadelen. Dat doet me er aan denken dat ik morgen bij social welfare moet binnenspringen om ze achter hun veren te zitten om iets voor Mattias en zijn gezin te doen. Tijdens de memorial was er een sociale werker aanwezig die zijn oog op Mattias had laten vallen. Hij zag dat deze duidelijk ondervoed was, hij vroeg mij of ik hem kende. De sociale werker had me op voorhand al gebeld om te zien of ik aanwezig zou zijn om eens een babbeltje te doen. Normaal probeer ik mijn vrouwelijkheid voor niks te gebruiken, heb ik er zelfs een afkeer van, maar aangezien Mieke en anderen al een hele tijd proberen om Mattias te helpen en ik me ook al heel veel zorgen heb gemaakt rond dit mannetje besloot ik dat het tijd was om even druk uit te oefenen en te blijven praten over hoe belangrijk ik het vond dat er iets gebeurde. En als ik iets goed kan dan is het wel praten. Het gevolg was dat de sociale werker er bijna niet meer onderuit kon om Mattias te helpen. Ik heb beloofd/gedreigd dat ik zal binnenspringen om de vorderingen op te volgen, tot er echt hulp is. In Malawi moet je blijven aandringen, dus de strijd is hier nog niet gedaan. Maar als er dan uiteindelijk hulp komt voor dit gezin is de vreugde onvoorstelbaar, en dat is veel waard.
Het jeugdcentrum wordt ondertussen verder opgebouwd. Dit coördineren maakt dat ik weer goed weet waarom ik de moeite doe om te vechten voor de vele zaken hier. De jeugd begint me te kennen, het lokaal is steeds goed gevuld en de vrijwilligers leren stap voor stap bij. Het zal nog heel wat tijd vragen om het verder uit te bouwen maar het begin is gemaakt. Niet om mezelf te bestoefen maar ik zie dat wat er gebeurt goed is. Er zijn nog vele mogelijkheden die het welzijn van de mensen hier kunnen bevorderen, en wij mogen er aan helpen, fantastisch toch. We zullen ons best doen om er aan bij te dragen.
Nog een aantal algemene weetjes voor de geïnteresseerden:
Ik
1.maak Malawi verder onveilig met mijn stalen ros, sexy alberto genaamd,
2.vloek nog geregeld op de bergen en ben tot de conclusie gekomen dat lang en minder stijl ronduit venijnig is, wat mijn oude vertrouwde berg in een positiever daglicht brengt: stijl en duidelijk, geen gezever!
3.probeer de rosse kat van het café na herhaalde mislukte pogingen nog steeds over te kopen via een mannetje dat ik eigenlijk niet kan uitstaan en van zijn leven geen fooi zal geven, de katnapper.
4.toon de plaatselijke bevolking een staaltje van Mzungu temperament als ik heel ver moet rijden in de volle zon en ze blijven zeggen dat ik er bijna ben,
5.ben ondertussen ook al zo ver dat ik luidop op mijn fiets zing en besluit dat er sowieso wordt gekeken dus dat kan er nog wel bij,
6.heb samen met Mieke een stamcafé voor onderweg ontdekt met een hele toffe vrouw achter de toog,
7.stop na kilometers rijden aan een verlaten winkeltje en drink mijn drankje dan op nadat het is geopend met de tanden van de plaatselijke winkelier, ge moogt hier niet te vies zijn van een ander zijn tanden, dat is duidelijk.
8.ben ondertussen in de buurt gekend als het meisje dat geregeld in je tuin kan opduiken omdat ze haar huis weer kwijt is, de buren weten dit en wijzen al lachend de richting aan nog voor ik ze zelf gezien heb,
9.word nog geregeld gecharmeerd door de openhartigheid van de jonge Afrikaanse man die onmiddellijk mee naar huis wil genomen worden omdat ze plots vermoeden dat ze intens van je houden, als je er met een lach mee om gaat kunnen ze het zelfs verdragen dat ze niet worden geadopteerd door de plotse liefde van hun leven, enkel dat ze een ogenblikje beteuterd zijn hoort er bij. Ze zijn op een bepaalde manier toch puur.
10.vind het fantastisch als ik de kindjes zie spelen en lachen op een manier die ik nog ken van de tijd dat wij met ons gezinnetje de boerderij en het dorp onveilig maakte, lang leve de kleine bandietjes! Ik zou bijna weer mee in de bomen klimmen en in de gracht gaan liggen, gewoon uit sympathie (en ik moet toegeven puur vermaak voor mezelf, het kan toch plezant zijn).
11. …
Jullie zien, ook hier gaat het leven door, prettige feestdagen en tot de volgende keer.
zondag 28 november 2010
Van twintiger naar dertiger
Bij deze heb ik besloten om nog één keer mijn blog aan te vullen als jeugdige twintiger en andere verslagen nadien met een kritisch oog te bekijken om na te gaan of de volwassenheid en maturiteit echt opkomt bij het veranderen van de twee naar de drie. Vanaf morgen dus gedaan met onaangepast gedrag en alleen volwassen praat (we zullen zien hoe lang dat ik het zal volhouden maar ik heb al wat volwassen zinnen geoefend om mijn debuut als dertigjarige spectaculair te maken, haha). Daarnaast wil ik even vermelden dat een oudere heer deze week wel twee keer in verbazing heeft uitgeroepen dat ik er uitzie als een teenager ipv een bijna dertiger. Mijn ego was weer gestreeld en ik vergat onmiddellijk dat een andere man een paar weken geleden nog had gezegd dat ik “just a plain woman” was zonder kinderen. Het leven kan bij tijden toch mooi zijn als men zegt wat ik wil horen.
De voorbije weken zijn we bezig geweest met voorbereidingen voor de wereldcup van de meisjesvoetbalploeg, het jeugdcentrum , … De organisatie voor de wereldcup ziet er goed uit, leuk om te ervaren wat genoeg motivatie al niet kan doen. Ik heb de eer gekregen om één ploeg te begeleiden en vraag me nu al af of er geknokt zal moeten worden. Als mijn ploeg niet wint dan zal ik een persoonlijk trainingsschema moeten opstellen om mijn beste karatemoves boven te halen, bij deze zijn de anderen gewaarschuwd.
Wat het jeugdcentrum betreft hebben er sollicitaties plaatsgevonden en zijn Mieke en ik spelletjes gaan aankopen. Er zijn drie mensen gekozen om het jeugdcentrum mee in goede banen te leiden. De anderen moeten volgens mij nog een beetje bekomen van de eerste schrik, zelden op zo een korte tijd een aantal jonge mensen gezien waarbij ik dacht dat ik mijn reanimatiekunsten zou moeten gaan boven halen. Het deed me denken aan het ogenblik dat ik voor de eerste keer moest gaan solliciteren, dat was me toch ook een klucht. Ik herinner me nog goed dat ik een licht vermoeden had dat diegene die het gesprek leidde ergens onderweg een vijs had verloren of één van de cliënten was ipv de directeur. Waarschijnlijk dacht hij hetzelfde van mij. Nu ik aan de andere kant van de tafel zat vond ik dat ik nog meer redenen had om zelfmedelijden te koesteren denkende aan mijn eerste sollicitatie, ik was ten minste nog vriendelijk en niet te getikt naar de kandidaten toe. Diegenen die vergeten waren dat ze Engels konden en het bijna aan hun hart kregen wisten niet hoeveel geluk ze hadden met mij, ik was zelfs bereid tot reanimatie Binnen enkele dagen vindt de eerste vergadering plaats, ik ben benieuwd.
Op persoonlijk gebied ben ik nog maar eens op huizenjacht geweest en vind ik dat ik de titel van prinses der immobiele verdien. Met de gekende techniek, namelijk iedereen lastig vallen ben ik er in geslaagd om iets voor mezelf te vinden. Binnen enkele weken verhuis ik naar een gezellig huis. Ik zal het gaan bewonen met een geleende hond en een verkregen kat (als alles volgens plan gaat), het enige probleem dat ik voorzie is zijn dat ik mijn eigen huis niet zal terug vinden. Gisteren heb ik de weg nog eens moeten vragen ondanks het feit dat ik er al drie keer ben geweest . Leg maar eens uit aan een vreemde dat je een huis hebt gehuurd maar het niet meer vindt en geen naam, adres of duidelijke omschrijving hebt. De vreemde wijst dan gewoon alle huizen aan die te huur staan en uiteindelijk moet je het toch nog zelf traceren. Het huis staat te midden van politiewoningen dus ik wil de eerste dief nog wel eens zien die deze uitdaging aandurft, als hij risico het neemt denk ik dat ik hem nog 5000 kwatcha bij geef voor moed en volharding. Ik zal natuurlijk eerst vragen of hij op eigen risico is gekomen of ingehuurd door de politie. Bij omkoping zal hij spijtig genoeg geen beloning krijgen maar zal ik hem wel op de gemiste beloning wijzen met een krankzinnige hond aan zijn been en wilde kat in het gezicht.
Spijtig genoeg is omkoping hier iets zoals naar het toilet gaan. Op een aantal dagen tijd heb ik twee keer mogen ervaren hoe het hier in zijn werk gaat. Om elektriciteit in mijn huis te krijgen moest de huurbaas met de bazen van escom gaan praten en een “bribe” betalen. Op voorhand was een vriend op onderzoek gegaan in de omgeving van het huis. Hij had van de mensen vernomen dat het tot drie jaar kon duren voor er elektriciteit zou zijn. De huisbaas had hier niks van verteld dus we moesten terug in onderhandeling met hem voor ik de pineut werd van een elektriciteitsloze woning. De huisbaas kon niet anders dan extra geld betalen of geen elektriciteit. Niet veel later stond ik bij immigratie en zag ik hetzelfde gebeuren. Een man gaf extra geld om zijn papieren in orde te krijgen. Ik mocht terugkomen omdat ik al de juiste documenten niet bij had. Malawezen beschouwen omkopen als iets heel normaal en gaan er openlijk over in onderhandeling. Door dit systeem in gang te houden worden de rijken alleen maar rijker en de armen armer. Ik word nog liever uit het land geschopt dan hier aan mee te doen en moet me inhouden om mijn mening over deze praktijken te verkondigen. Aangezien ik sinds enkele uren een dertiger ben kan ik hier natuurlijk op een rustige, ingetogen manier mee omgaan,haha. Om eerlijk te zijn is de enige echte reden dat ik het niet doe het feit dat ik vermoed dat het gevangenisleven niet echt mijn ding zal zijn.
Tussen deze activiteiten en plannen om een oproer te starten door heb ik enkele andere projecten bezocht en was ik gedwongen om een aantal dagen wat minder te functioneren owv malaria. Ik kan jullie wel vertellen dat de mug niet meer tot mijn officiële vriendenkring behoort en er een contactverbod is uitgeschreven voor deze diersoort.
Aangezien ik op mijn negenentwintig nog niet het karakter had om mijn verslag af te maken heb ik gewacht tot ik dertig was om deze verantwoordelijkheid verder op te nemen. Ik voel mijn karakter elke seconde groeien. Deze morgen heb ik welgeteld twee seconden nodig gehad om uit te rekenen dat ik op ongeveer één derde van mijn leven zit en om het belachelijke idee van opkomende volwassenheid te verwerpen. Beter om te gaan joggen en op elke voorbijganger goeiedag te roepen. Aangezien ik verjaar vond ik dat het niet te veel gevraagd was om te verwachten dat iedereen iets terug zou zeggen. Ik had weer geweldig veel chance want ik ben in Afrika en daar is het mogelijk om omstreeks half vijf al een dertigtal goeiedagjes terug te krijgen, mijn dag was weer goed begonnen. Daarenboven hadden mijn fantastische huisgenoten gisterenavond nog in alle stilte pannekoeken gemaakt om me te verrassen. Ondanks de weinige middelen die er zijn hadden ze hun best gedaan om iets te maken dat ik lekker vind. Nadien is Mieke ons komen oppikken om in de bergen aan een waterval te picknicken, een geslaagde dag zou ik zo denken. Ik ben toch een gelukzak.
Ik moet toegeven dat ik de mensen die ik al langer ken en graag zie op een dag als vandaag durf te missen maar aan de andere kant ontroerd het me des te meer als er dan moeite word gedaan om iets leuks voor me te doen. Een dag vol ontroering zo ver van al het vertrouwde. Wanneer je dan nog eens zo dicht staat bij grote miserie springt het mooie er ten volle uit. Ik waardeer het dan ook extra. Het leven kabbelt weer verder en we zullen wel zien waar we uitkomen.
De voorbije weken zijn we bezig geweest met voorbereidingen voor de wereldcup van de meisjesvoetbalploeg, het jeugdcentrum , … De organisatie voor de wereldcup ziet er goed uit, leuk om te ervaren wat genoeg motivatie al niet kan doen. Ik heb de eer gekregen om één ploeg te begeleiden en vraag me nu al af of er geknokt zal moeten worden. Als mijn ploeg niet wint dan zal ik een persoonlijk trainingsschema moeten opstellen om mijn beste karatemoves boven te halen, bij deze zijn de anderen gewaarschuwd.
Wat het jeugdcentrum betreft hebben er sollicitaties plaatsgevonden en zijn Mieke en ik spelletjes gaan aankopen. Er zijn drie mensen gekozen om het jeugdcentrum mee in goede banen te leiden. De anderen moeten volgens mij nog een beetje bekomen van de eerste schrik, zelden op zo een korte tijd een aantal jonge mensen gezien waarbij ik dacht dat ik mijn reanimatiekunsten zou moeten gaan boven halen. Het deed me denken aan het ogenblik dat ik voor de eerste keer moest gaan solliciteren, dat was me toch ook een klucht. Ik herinner me nog goed dat ik een licht vermoeden had dat diegene die het gesprek leidde ergens onderweg een vijs had verloren of één van de cliënten was ipv de directeur. Waarschijnlijk dacht hij hetzelfde van mij. Nu ik aan de andere kant van de tafel zat vond ik dat ik nog meer redenen had om zelfmedelijden te koesteren denkende aan mijn eerste sollicitatie, ik was ten minste nog vriendelijk en niet te getikt naar de kandidaten toe. Diegenen die vergeten waren dat ze Engels konden en het bijna aan hun hart kregen wisten niet hoeveel geluk ze hadden met mij, ik was zelfs bereid tot reanimatie Binnen enkele dagen vindt de eerste vergadering plaats, ik ben benieuwd.
Op persoonlijk gebied ben ik nog maar eens op huizenjacht geweest en vind ik dat ik de titel van prinses der immobiele verdien. Met de gekende techniek, namelijk iedereen lastig vallen ben ik er in geslaagd om iets voor mezelf te vinden. Binnen enkele weken verhuis ik naar een gezellig huis. Ik zal het gaan bewonen met een geleende hond en een verkregen kat (als alles volgens plan gaat), het enige probleem dat ik voorzie is zijn dat ik mijn eigen huis niet zal terug vinden. Gisteren heb ik de weg nog eens moeten vragen ondanks het feit dat ik er al drie keer ben geweest . Leg maar eens uit aan een vreemde dat je een huis hebt gehuurd maar het niet meer vindt en geen naam, adres of duidelijke omschrijving hebt. De vreemde wijst dan gewoon alle huizen aan die te huur staan en uiteindelijk moet je het toch nog zelf traceren. Het huis staat te midden van politiewoningen dus ik wil de eerste dief nog wel eens zien die deze uitdaging aandurft, als hij risico het neemt denk ik dat ik hem nog 5000 kwatcha bij geef voor moed en volharding. Ik zal natuurlijk eerst vragen of hij op eigen risico is gekomen of ingehuurd door de politie. Bij omkoping zal hij spijtig genoeg geen beloning krijgen maar zal ik hem wel op de gemiste beloning wijzen met een krankzinnige hond aan zijn been en wilde kat in het gezicht.
Spijtig genoeg is omkoping hier iets zoals naar het toilet gaan. Op een aantal dagen tijd heb ik twee keer mogen ervaren hoe het hier in zijn werk gaat. Om elektriciteit in mijn huis te krijgen moest de huurbaas met de bazen van escom gaan praten en een “bribe” betalen. Op voorhand was een vriend op onderzoek gegaan in de omgeving van het huis. Hij had van de mensen vernomen dat het tot drie jaar kon duren voor er elektriciteit zou zijn. De huisbaas had hier niks van verteld dus we moesten terug in onderhandeling met hem voor ik de pineut werd van een elektriciteitsloze woning. De huisbaas kon niet anders dan extra geld betalen of geen elektriciteit. Niet veel later stond ik bij immigratie en zag ik hetzelfde gebeuren. Een man gaf extra geld om zijn papieren in orde te krijgen. Ik mocht terugkomen omdat ik al de juiste documenten niet bij had. Malawezen beschouwen omkopen als iets heel normaal en gaan er openlijk over in onderhandeling. Door dit systeem in gang te houden worden de rijken alleen maar rijker en de armen armer. Ik word nog liever uit het land geschopt dan hier aan mee te doen en moet me inhouden om mijn mening over deze praktijken te verkondigen. Aangezien ik sinds enkele uren een dertiger ben kan ik hier natuurlijk op een rustige, ingetogen manier mee omgaan,haha. Om eerlijk te zijn is de enige echte reden dat ik het niet doe het feit dat ik vermoed dat het gevangenisleven niet echt mijn ding zal zijn.
Tussen deze activiteiten en plannen om een oproer te starten door heb ik enkele andere projecten bezocht en was ik gedwongen om een aantal dagen wat minder te functioneren owv malaria. Ik kan jullie wel vertellen dat de mug niet meer tot mijn officiële vriendenkring behoort en er een contactverbod is uitgeschreven voor deze diersoort.
Aangezien ik op mijn negenentwintig nog niet het karakter had om mijn verslag af te maken heb ik gewacht tot ik dertig was om deze verantwoordelijkheid verder op te nemen. Ik voel mijn karakter elke seconde groeien. Deze morgen heb ik welgeteld twee seconden nodig gehad om uit te rekenen dat ik op ongeveer één derde van mijn leven zit en om het belachelijke idee van opkomende volwassenheid te verwerpen. Beter om te gaan joggen en op elke voorbijganger goeiedag te roepen. Aangezien ik verjaar vond ik dat het niet te veel gevraagd was om te verwachten dat iedereen iets terug zou zeggen. Ik had weer geweldig veel chance want ik ben in Afrika en daar is het mogelijk om omstreeks half vijf al een dertigtal goeiedagjes terug te krijgen, mijn dag was weer goed begonnen. Daarenboven hadden mijn fantastische huisgenoten gisterenavond nog in alle stilte pannekoeken gemaakt om me te verrassen. Ondanks de weinige middelen die er zijn hadden ze hun best gedaan om iets te maken dat ik lekker vind. Nadien is Mieke ons komen oppikken om in de bergen aan een waterval te picknicken, een geslaagde dag zou ik zo denken. Ik ben toch een gelukzak.
Ik moet toegeven dat ik de mensen die ik al langer ken en graag zie op een dag als vandaag durf te missen maar aan de andere kant ontroerd het me des te meer als er dan moeite word gedaan om iets leuks voor me te doen. Een dag vol ontroering zo ver van al het vertrouwde. Wanneer je dan nog eens zo dicht staat bij grote miserie springt het mooie er ten volle uit. Ik waardeer het dan ook extra. Het leven kabbelt weer verder en we zullen wel zien waar we uitkomen.
zondag 7 november 2010
Malawi, land van tegengestelde
Grote vreugde, bitter verdriet. Het lijkt soms dat het hier nogal vaak draait om het één of het ander. De enige constante die ik in dit gegeven ervaar is de intensiteit van emoties. Kindjes die lachend wuiven, mensen die bedelen op straat, honden die met stenen worden bekogeld, mensen die sterven, puurheid, … Allemaal aanwezig in het dagdagelijks straatbeeld, als je tussen de Malawezen wil leven kan je er niet aan ontsnappen. Tijdens de schrijnende momenten is het niet het ogenblik om teergevoelig te zijn ook al zou je eens goed willen huilen. Je helpt er niemand mee vooruit en meestal wordt er niet begrepen dat “de blanke” reden heeft om te huilen. Als het dan allemaal wat te dicht komt ben ik geneigd om deze gedachtegang over te nemen. Ik sta het mezelf niet toe om eens goed te huilen ondanks het feit dat ik van twee heel wijze vrouwen de tip heb gekregen om me eens goed te laten gaan, er een echt drama van te maken en tijdens dit kleine drama in de spiegel te kijken en medelijden met mezelf te hebben. Ik zal er morgen is werk van maken (en morgen zeg ik het nog een keer dan is de intentie er toch al). Maar zoals ik al zei is het niet enkel ellende maar ook grote vreugde.
Een tijdje geleden mocht ik nog mee op het veld werken met de dorpelingen van Sitima. Natuurlijk wou ik mijn steentje bijdragen in dit groepsgebeuren en liep ik rond als een deskundige aangaande irrigatie om overal wat te helpen. We sleurden emmers op en af, ik vond het dan ook nog eens nodig om een hele tijd als een gek te trappen om de pomp in gang te houden, geweldig gevoel. Enkel spijtig dat ik was vergeten dat ik nog helemaal terug naar Zomba moest fietsen, onderweg dan toch maar even stoppen voor een drankje met suikers, het was dat of van mijn fiets vallen. Dave, de waker van Mieke, was met me mee gereden aangezien hij moest gaan werken en het al te laat werd om alleen terug te rijden. Onderweg hoorden we plots een klap, we dachten beiden dat er een stuk van een auto was gevallen. Toen we keken naar wat er van de auto was gevallen konden we onze ogen niet geloven. Op straat lag een mens met zijn bagage nog onder zijn arm geklemd. De auto was honderd meter verder gestopt. De man stond recht en wandelde nog een beetje verdwaasd naar de pick-up, het leek of hij net wakker was geworden en om eerlijk te zijn denk ik dat ik er niet ver naast zat. Aangezien er geen gewonden waren gevallen was ik vrij om eens goed te lachen met deze situatie. Dave reed hoofdschuddend achter mij en zei heel serieus: “those Malawians”. Wat er voor zorgde dat ik helemaal in een deuk lag. Van puurheid gesproken.
’s Avonds hoorden we in de buurt van ons huisje tromgeroffel. Na wat professioneel gezaag van mijn kant kreeg ik Sacha zo ver dat hij mee ging kijken waar het feestje te doen was. Gewapend met een heel klein lampje gingen we richting geluid, plots trekt Sacha me bij mijn hand weg. Ik had mijn voet bijna op een slang gezet van minstens één meter lang. Het zou nog zo ver kunnen komen dat we het feestje niet zouden halen omwille van dit reptiel. Na de eerste schrik besloten we dat een slangetje geen reden was om het al op te geven, dan maar verder zoeken. Ik wou me wel moedig voor doen maar ik moet toegeven dat ik er niet over zou getwijfeld hebben om Sacha aan de volgende slang te voederen terwijl ik de veiligheid opzocht, tot zo ver mijn menslievendheid. Maar omwille van onze verregaande moed en volharding kwamen we niet veel later aan op een traditioneel trouwfeest, we bekeken het van op een afstandje een schatten onze kansen op deelname in. Nog voor we hadden kunnen bepalen of het gepast zou zijn dat we mee rond de vuren zouden gaan staan werden we al welkom geheten door enkele feestgangers. Vol vrolijkheid, energie en passie sprongen de genodigden rond een vuur, ze waren blijkbaar wat paringsdansen aan het uitvoeren. De drummers waren ongelofelijk. Natuurlijk mochten wij niet in de paringsdans ontbreken, we werden dan ook geregeld gevraagd om mee te dansen. Hoe graag ik ook dans, deze paringsdansen zou ik maar aan me voorbij laten gaan aangezien ik het toch wel een heel letterlijk dansje vond voor sommigen. Het was een leuk showspel om te zien: een verliefd koppeltje danste op een mooie manier samen, gevolgd door drie snotaapjes die de gekste kronkelingen maakten die je maar kon bedenken, daarna enkele pubers die schijnbaar vergaten dat ze een dans waren aan het doen en niet het echte werk, dan weer door een dikke mama, … Jullie lezen het al: Afrika op zijn best. Toen we gingen vertrekken kon ik het niet laten om heel even in het kringetje te springen, wat schijnbewegingen te doen en lachend er uit te springen, blij dat ik toch nog even in het kringetje had gestaan. We konden weer gerust gaan slapen om fris te zijn voor andere zaken die onze aandacht vragen, zoals het jeugdcentrum
Dit begint meer en meer vorm te krijgen. We zijn op verkenning geweest in een jeugdcentrum in Jali. Een aantal jaren geleden werd het gecoördineerd door Fransen, nadat ze het overgelaten hebben aan de Malawezen is het stilletjes bergaf aan het gaan . Volgens hen wegens gebrek aan financiële middelen. De mensen werken er nu vrijwillig in de hoop dat er terug fondsen zullen komen. Ik weet niet goed wat ik er van moet denken. Is het echt zo dat ze plots zonder middelen kwamen of was het te vroeg om het jeugdcentrum al uit handen te geven? Wanneer het over financies gaat is het voor een Malawees heel moeilijk om dit te beheren. Volgens mij omdat ze nooit veel gehad hebben en beheer over een aanzienlijke som geld te verleidelijk is om op economische manier te besteden. Natuurlijk zijn dit mijn gedachten en kan het ook anders zijn. Door het centrum te bezoeken konden we toch al een beeld vormen en zagen we dat er mogelijkheden waren om dit te combineren met gezondheidszorg, toch heel belangrijk in een land als Malawi.
Enkele leerkrachten moesten nog op de markt zijn voor wat aankopen dus Mieke, Daniël en ik besloten om te wachten aan een lokaal cafeetje. Natuurlijk kon dit niet zonder dat enkele moedige marktgangers zich kwamen voorstellen, dit ging zelfs zo ver dat één van hen Mieke bijna van het bankje trok owv het feit dat hij zo hardhandig haar hand schudde. Dolle pret voor alle toeschouwers en wie ben ik dan om asociaal te zijn? Toen we ons pleziertje hadden gehad en iedereen zijn aankopen had gedaan reden we terug richting Zomba. Dezelfde dag hoorden we dat de broer van Davidson was gestorven. De man was nog zeer jong en gestorven aan een geslachtsziekte in verregaand stadium. Hij zou de volgende dag begraven worden. Toen we ’s maandags naar school gingen was Davidson aanwezig, ik kon het bijna niet geloven. Het leven is hier toch heel anders, live goes on no matter what. De dood wordt met een soort gelatenheid aanvaardt. Het is hier dagdagelijkse kost. Langer dan een paar dagen thuis blijven voor een dode is ondenkbaar. Het deed me pijn om toe te zien hoe Davidson leed, ik kon me niet voorstellen dat ik op school zou zijn als er iets met mijn zussen of broers zou gebeuren. Het doet een mens nog maar eens beseffen hoe snel het kan gaan. Ik wil dan ook nog even vermelden aan mij zusjes en broertjes dat ik hen heel graag zie, ook al ben ik ver weg, ik denk aan jullie.
Ondertussen ben ik bezig in Sitima en probeer ik te helpen bij de organisatie van een worldcup voor de meisjesploeg. Het is de bedoeling om extra leden te werven en de ploeg te promoten. Op het ogenblik zijn we ideetjes aan het verzamelen, de worldcup zal in december doorgaan. Ook het jeugdcentrum zal begin december openen, dus we weten nog wel wat doen. Ik ben er nog niet in geslaagd om een betaalde job te vinden (en blijkbaar is het redelijk onmogelijk als je partner hier niet werkt)maar geen paniek het is me gelukkig wel gelukt om van het café naar huis gebracht te worden in een politieauto door mijn vrienden van de wet en om binnen de twee maanden in de Malawese krant te verschijnen, nu zijt ge jaloers hé Bussie, doe da maar eens achterna, haha. En om het nog erger te maken, ondertussen heb ik connecties met de piloot van het leger en kan het zijn dat ik eens mee mag vliegen, holé.
Groetjes;
Veerle, vrouw van meerdere connecties
Een tijdje geleden mocht ik nog mee op het veld werken met de dorpelingen van Sitima. Natuurlijk wou ik mijn steentje bijdragen in dit groepsgebeuren en liep ik rond als een deskundige aangaande irrigatie om overal wat te helpen. We sleurden emmers op en af, ik vond het dan ook nog eens nodig om een hele tijd als een gek te trappen om de pomp in gang te houden, geweldig gevoel. Enkel spijtig dat ik was vergeten dat ik nog helemaal terug naar Zomba moest fietsen, onderweg dan toch maar even stoppen voor een drankje met suikers, het was dat of van mijn fiets vallen. Dave, de waker van Mieke, was met me mee gereden aangezien hij moest gaan werken en het al te laat werd om alleen terug te rijden. Onderweg hoorden we plots een klap, we dachten beiden dat er een stuk van een auto was gevallen. Toen we keken naar wat er van de auto was gevallen konden we onze ogen niet geloven. Op straat lag een mens met zijn bagage nog onder zijn arm geklemd. De auto was honderd meter verder gestopt. De man stond recht en wandelde nog een beetje verdwaasd naar de pick-up, het leek of hij net wakker was geworden en om eerlijk te zijn denk ik dat ik er niet ver naast zat. Aangezien er geen gewonden waren gevallen was ik vrij om eens goed te lachen met deze situatie. Dave reed hoofdschuddend achter mij en zei heel serieus: “those Malawians”. Wat er voor zorgde dat ik helemaal in een deuk lag. Van puurheid gesproken.
’s Avonds hoorden we in de buurt van ons huisje tromgeroffel. Na wat professioneel gezaag van mijn kant kreeg ik Sacha zo ver dat hij mee ging kijken waar het feestje te doen was. Gewapend met een heel klein lampje gingen we richting geluid, plots trekt Sacha me bij mijn hand weg. Ik had mijn voet bijna op een slang gezet van minstens één meter lang. Het zou nog zo ver kunnen komen dat we het feestje niet zouden halen omwille van dit reptiel. Na de eerste schrik besloten we dat een slangetje geen reden was om het al op te geven, dan maar verder zoeken. Ik wou me wel moedig voor doen maar ik moet toegeven dat ik er niet over zou getwijfeld hebben om Sacha aan de volgende slang te voederen terwijl ik de veiligheid opzocht, tot zo ver mijn menslievendheid. Maar omwille van onze verregaande moed en volharding kwamen we niet veel later aan op een traditioneel trouwfeest, we bekeken het van op een afstandje een schatten onze kansen op deelname in. Nog voor we hadden kunnen bepalen of het gepast zou zijn dat we mee rond de vuren zouden gaan staan werden we al welkom geheten door enkele feestgangers. Vol vrolijkheid, energie en passie sprongen de genodigden rond een vuur, ze waren blijkbaar wat paringsdansen aan het uitvoeren. De drummers waren ongelofelijk. Natuurlijk mochten wij niet in de paringsdans ontbreken, we werden dan ook geregeld gevraagd om mee te dansen. Hoe graag ik ook dans, deze paringsdansen zou ik maar aan me voorbij laten gaan aangezien ik het toch wel een heel letterlijk dansje vond voor sommigen. Het was een leuk showspel om te zien: een verliefd koppeltje danste op een mooie manier samen, gevolgd door drie snotaapjes die de gekste kronkelingen maakten die je maar kon bedenken, daarna enkele pubers die schijnbaar vergaten dat ze een dans waren aan het doen en niet het echte werk, dan weer door een dikke mama, … Jullie lezen het al: Afrika op zijn best. Toen we gingen vertrekken kon ik het niet laten om heel even in het kringetje te springen, wat schijnbewegingen te doen en lachend er uit te springen, blij dat ik toch nog even in het kringetje had gestaan. We konden weer gerust gaan slapen om fris te zijn voor andere zaken die onze aandacht vragen, zoals het jeugdcentrum
Dit begint meer en meer vorm te krijgen. We zijn op verkenning geweest in een jeugdcentrum in Jali. Een aantal jaren geleden werd het gecoördineerd door Fransen, nadat ze het overgelaten hebben aan de Malawezen is het stilletjes bergaf aan het gaan . Volgens hen wegens gebrek aan financiële middelen. De mensen werken er nu vrijwillig in de hoop dat er terug fondsen zullen komen. Ik weet niet goed wat ik er van moet denken. Is het echt zo dat ze plots zonder middelen kwamen of was het te vroeg om het jeugdcentrum al uit handen te geven? Wanneer het over financies gaat is het voor een Malawees heel moeilijk om dit te beheren. Volgens mij omdat ze nooit veel gehad hebben en beheer over een aanzienlijke som geld te verleidelijk is om op economische manier te besteden. Natuurlijk zijn dit mijn gedachten en kan het ook anders zijn. Door het centrum te bezoeken konden we toch al een beeld vormen en zagen we dat er mogelijkheden waren om dit te combineren met gezondheidszorg, toch heel belangrijk in een land als Malawi.
Enkele leerkrachten moesten nog op de markt zijn voor wat aankopen dus Mieke, Daniël en ik besloten om te wachten aan een lokaal cafeetje. Natuurlijk kon dit niet zonder dat enkele moedige marktgangers zich kwamen voorstellen, dit ging zelfs zo ver dat één van hen Mieke bijna van het bankje trok owv het feit dat hij zo hardhandig haar hand schudde. Dolle pret voor alle toeschouwers en wie ben ik dan om asociaal te zijn? Toen we ons pleziertje hadden gehad en iedereen zijn aankopen had gedaan reden we terug richting Zomba. Dezelfde dag hoorden we dat de broer van Davidson was gestorven. De man was nog zeer jong en gestorven aan een geslachtsziekte in verregaand stadium. Hij zou de volgende dag begraven worden. Toen we ’s maandags naar school gingen was Davidson aanwezig, ik kon het bijna niet geloven. Het leven is hier toch heel anders, live goes on no matter what. De dood wordt met een soort gelatenheid aanvaardt. Het is hier dagdagelijkse kost. Langer dan een paar dagen thuis blijven voor een dode is ondenkbaar. Het deed me pijn om toe te zien hoe Davidson leed, ik kon me niet voorstellen dat ik op school zou zijn als er iets met mijn zussen of broers zou gebeuren. Het doet een mens nog maar eens beseffen hoe snel het kan gaan. Ik wil dan ook nog even vermelden aan mij zusjes en broertjes dat ik hen heel graag zie, ook al ben ik ver weg, ik denk aan jullie.
Ondertussen ben ik bezig in Sitima en probeer ik te helpen bij de organisatie van een worldcup voor de meisjesploeg. Het is de bedoeling om extra leden te werven en de ploeg te promoten. Op het ogenblik zijn we ideetjes aan het verzamelen, de worldcup zal in december doorgaan. Ook het jeugdcentrum zal begin december openen, dus we weten nog wel wat doen. Ik ben er nog niet in geslaagd om een betaalde job te vinden (en blijkbaar is het redelijk onmogelijk als je partner hier niet werkt)maar geen paniek het is me gelukkig wel gelukt om van het café naar huis gebracht te worden in een politieauto door mijn vrienden van de wet en om binnen de twee maanden in de Malawese krant te verschijnen, nu zijt ge jaloers hé Bussie, doe da maar eens achterna, haha. En om het nog erger te maken, ondertussen heb ik connecties met de piloot van het leger en kan het zijn dat ik eens mee mag vliegen, holé.
Groetjes;
Veerle, vrouw van meerdere connecties
Abonneren op:
Posts (Atom)